Jolet Verhoeven
Pabo voltijd 4B
500638462
Herkansing 03-04-2018
,Inhoudsopgave
Voorwoord 2
Fase 1 – signaleren 3
Fase 2 – begrijpen 5
Fase 3 – handelen 8
Analyse eigen handelen 11
Nawoord 12
Literatuurlijst 13
Bijlagen 14
1
, Voorwoord
De rekenen/wiskunde profileringsopdracht is uitgevoerd in groep 5C van OBS Piet Hein in
Amstelveen. Er zitten 28 leerlingen in deze klas.
Op Piet Hein wordt gewerkt met de rekenmethode ‘Wereld in getallen’. Dit is een hele overzichtelijke
methode. De leerlingen zijn begonnen met deze methode te werken vanaf groep 3. Door de
duidelijkheid en overzichtelijkheid van de methode weten de leerlingen wat er van ze verwacht wordt
en kunnen ze hier goed mee aan de slag.
We werken in de klas met drie niveaugroepen; 1-ster, 2-ster en 3-ster leerlingen. De 1-ster leerlingen
zijn de cognitief zwakke leerlingen, de 2-ster leerlingen zijn de cognitief gemiddelde leerlingen en de
3-ster leerlingen zijn de cognitief sterke leerlingen.
Daarbij hebben de 1-ster leerlingen een oranje bijwerkboek, hierin staan dezelfde soort opdrachten
als in het lesboek, maar op een iets lager niveau. De 3-ster leerlingen hebben een groen bijwerkboek,
hierin staan opdrachten op een hoger niveau die meer verdieping geven op de opdrachten in het
lesboek. Alle leerlingen hebben een rood werkboek, hierin staan extra oefen opdrachten die de
leerlingen moeten maken voor de weektaak. Deze werkboeken worden gebruikt naast het gewone
lesboek. Voor de 1-ster leerlingen is de les in het oranje werkboek soms in plaats van de les uit het
lesboek.
De leerkracht behandelt tijdens een klassikale instructie de nieuwe lesstof. Dit is eigenlijk altijd
opdracht 2 uit het lesboek. Na deze instructie gaan de 2-ster en 3-ster leerlingen zelfstandig opdracht
1 en 3 maken. De 1-ster leerlingen gaan aan de instructietafel zitten voor een verlengde instructie.
Vaak doen we met hen opdracht 1 en 3 deels samen en ronden zij dit zelfstandig of met elkaar af. De
ene keer maken we de opdrachten van de normale les uit het lesboek, de andere keer maken we de
opdrachten uit het oranje bijwerkboek. Dit bekijken we aan de hand van het
onderwerp/moeilijkheidsgraad van de les. Na de verlengde instructie begint de leerkracht met rondes
lopen om vragen te beantwoorden en individuele begeleiding te geven.
2