o Inleiding………………………………………………………………………………………
……………………….p. 2
o Hoofdstuk 1: Reflectie 1: vak-agogisch
handelen……………………………………………… p. 3-4
o Hoofdstuk 2: Reflectie 2: werken in en vanuit een
arbeidsomgeving………………. P. 4-5
o Hoofdstuk 3: Reflectie 3: werken aan je eigen
professionaliteit……………………… p. 5-6
o Hoofdstuk 4: Professie gebonden taken: beleid, positionering en
legitimering. P. 6-7-8
o Bijlagen:
weekopdrachten………………………………………………………………………….
…….. p. 9-23
,Inleiding
Tijdens deze profelgerichte periode heb ik me verdiept binnen de GGZ.
Met dit verantwoordingsverslag zal ik aantonen welke kennis, expertisie en visie
ik heb ontwikkeld en hoe ik dit heb gedaan. Aan de hand van de hoorcolleges en
weekopdrachten zal ik mijn leerproces beschrijven en aantonen hoe ik aan de
competenties heb gewerkt. Door te reflecteren op de werkgebieden en
taakprocessen zal ik aantonen hoe ik me heb verdiept in de inhoud van dit blok
en wat ik heb geleerd.
1
, Hoofdstuk 1: Reflectie 1: vak-agogisch handelen
500 woorden
Werkproces A tot en met D
Tijdens deze verdiepende periode heb ik op verschillende manieren geleerd om
te gaan met bepaalde doelgroepen binnen de GGZ. Doelgroepen die er niet altijd
open staan voor hulp. Ik heb onder meer kennis opgedaan over Outreachend
werken. Dit is een actieve manier om doelgroepen te benaderen die geïsoleerd
zijn en die vaak geen hulpvraag lijken te hebben. Letterlijk op cliënten of burgers
afstappen. Cliënten en burgers is maatschappelijk kwetsbare situaties.
Outreachend werkers worden bijvoorbeeld ingezet in sociale wijkteams (De
Maeyer e.a., 2012, p.38). De kennis die ik heb opgedaan d.m.v literatuur en
hoorcolleges heb ik toegepast in weekopdracht 3 Outreachend werken, zie
bijlage 3. Een Outreachend werker moet iemand zijn die weet van aanpakken, die
initiatief toont en het geduld kan opbrengen om vol te houden. Deze
vaardigheden zijn onmisbaar om net diegenen te bereiken die anders niet
bereikt worden. Tijdens mijn praktijkstage heb ik aan deze vaardigheden kunnen
werken. Problematieken zoals huiselijk geweld, verslaving en depressie vergen
veel geduld van een hulpverlener. Door de vaak lange trajecten waarin er veel
herhaald word en waarbij terugval veel voorkomend is, heb ik geleerd dat je niet
meer kan doen dan de ander helpen om bepaalde inzichten te krijgen. Door je te
begeven in de leefwereld van de cliënt kun je werken aan een wederzijdse
afstemming. Vooral een oordeelvrij en een niet-dwingend attitude wordt
gewaardeerd. Het enige wat je uiteindelijk kan doen voor een ander is hem
helpen om een intrinsieke motivatie aan te wakkeren om te veranderen.
Verder heb ik tijdens deze verdieping in de GGZ ook kennis en vaardigheden
opgedaan over Motiverende gespreksvoering. “Motiverende gespreksvoering is
een cliënt- en doelgerichte communicatiestijl die de eigen motivatie van cliënten
probeert te vergroten, door het verkennen en verminderen van hun
tegenstrijdige gevoelens (ambivalentie) over verandering, zodat er bij de cliënt
een groter commitment ontstaat om verandering te realiseren.” (Van der Veen &
Goijarts, 2012, p.14) Tijdens mijn stage
afgelopen jaar, heb ik geleerd om doormiddel van wekelijkse gesprekken de
hulpvragen en behoeften van de cliënt te verhelderen en in kaart te brengen.
Aan de hand van deze gesprekken werd er een hulpverleningsplan geschreven
2