LP12 Theorie colleges.
College Arthrokinematica 1
Ligamenten
De functie van ligamenten / gewrichtskapsel is die als bewegingsstuurder
Ligamenten bestaan voor het grootste gedeelte uit collagene vezels, en vertonen door
hun treksterkte overeenkomst met spierpezen. Het collageengehalte van ligamenten is
% van het droge gewicht, en ze bevatten 3/5% elastine.
Kapsel
Tijdens de immobilisatie neemt het gehalte proteoglycanen af. Het verlies van matrix op
de lange duur vergroot op den duur de contacten tussen de colagene fibrillen. Hierdoor
ontstaan ongewenste crosslinks tussen vezels die normaal van elkaar gescheiden zijn.
Het kapsel verliest na een lange periode van immobilisatie ook zijn soepelheid en
plooibaarheid. Wanneer kapseldelen enkele maanden in verkorte positie verkeren,
kunnen nieuwgevormde vezels en afunctionele crosslinks de vervormbaarheid nadelig
beïnvloeden.
Wanneer het gewricht vervolgens weer gebruikt wordt, komt het kapsel bij het naderen
van het einde van de beweging, vroegtijd op rek, en verhindert het verder strekken of
buigen. Het bereiken van de eindstand gaat dan gepaard met pijn.
Samenstelling Bindweefsel:
Bindweefsel bestaat uit cellen, vezels (collageen en elastine) en een grondsubstantie.
Deze grondsubstantie bestaat uit o.a. matrixmoleculen).
Pezen en ligamenten zijn gebouwd om trekkrachten zonder noemenswaardige verlenging
te weerstaan. Als ligamenten met toenemende kracht worden belast, worden de
golvende vezels gaandeweg rechtgetrokken en orienteren ze zich in de richting van de
trekkracht.
Piezo Elektrisch Effect;
Het Piezo Elektrisch Effect (vanaf nu PE effect genoemd) zorgt voor een georiënteerde
collageensynthese, een functionele rangschikking van de nieuwe vezels. Dit effect is op
te ropeen door actief te bewegen / mobiliseren (DAM techniek of oefeningen), waarbij
maatregelen genomen kunnen worden om het nieuwe weefsel te beschermen tegen
grote stress (gebeurt dmv medical taping of bracing).
Dankzij mechanische prikkels (door mobiliseren) gaan tropocollageen (+) en
matrixmoleuclen langs elkaar schuiven. Op de matrixmoleculen bevinden zich onder
andere proteoglycanen en glycosamineglycanen, waar zich weer zwavelgroepen (-) op
bevinden. Door het langs elkaar schuiven ontstaat er een ladingsverschil tussen de
matrixmoleculen (omdat de glycosaminoglycanen worden geproduceerd, en de lading dus
positief wordt) en het tropacollageen. Door dit ladingsverschil worden de
matrixmoleculen en het tropocollageen tot elkaar aangetrokken (door de
zwavelbruggen), en blijft het collageen sterk.
Bewegingsbeperking
Immobiliseert met gewricht, dan wordt het bindweefsel slapper. Tegelijk dat het
bindweefsel slapper wordt, neemt ook de trekbelasting af. Deze trekbelasting
neemt af, omdat proteoglycanen en de glycosamingenglycanen afnemen en
waardoor de collegene vezels en de matrixmoleculen elkaar minder sterk
1
, LP23 VH DAM mobiliseren
aantrekken.
Het plaatje laat een ongestoorde situatie zien. Het ligament heeft een zeer grote
stijfheid en kan dan ook niet of nauwelijks verlengen. Hierdoor kan het gewricht
tengevolge van een uitgeoefende kracht F uitsluitend en alleen kantelen om zijn
aanhechtingsplaats op de kop.
Dit plaatje laat een gestoorde situatie zien. Indien de stijfheid van het ligament
afneemt, wordt diens verlengbaarheid groter. Hierdoor verplaatst de kop naar de
rand van de kom en loopt vast. Doorzetten van kanteling leidt tot een (dreigende)
luxatie. Als de ligamenten wat slapper zijn geworden, is de bewegingssturing niet
meer aanwezig. De kop kan zich naar links en rechts verplaatsten. Zet men de
kanteling door, na het verplaatsen, dan passen de bijbehorende kromtestralen
van kop en kom niet meer bij elkaar in relatie tot de positie van de
ligamentvezels. Het gevolg is dat het gewricht in zichzelf vastloopt. Dit noemt
men ook wel derailleren van het gewricht
Immobilisatie van gewrichten
Door een gedeeltelijke of totale immobilisatie van gewrichten, wordt het
genezingsproces van een aangedaan gewricht ondersteund. De gevolgen voor
ligamenten en kapsel komen tot uiting na de immobilisatieperiode in de vorm van
een bewegingsbeperking.
Door de immobilisatieperiode worden ligamenten slapper door de verminderde
energieabsorptie van de matrixmoleculen, en door de toenemende hoeveelheid
zwak collageen. Door het slapper worden van de ligamenten kunnen de
ligamenten hun sturende taak minder goed uitvoeren.
Door de immobilisatie van een gewricht wordt het bindweefsel slap, en het
gewricht wordt stijf.
Afhankelijk van de immobilisatieduur blijkt het gewricht in meer of mindere mate
2