Taak 3
Cognitieve therapie bij stemmingsstoornissen
Eind jaren 50 vorige eeuw: Beck: inhoud dromen correleren met bewuste gedachten en daadwerkelijke
gebeurtenissen -> cognitieve theorie (informatieverwerkingsmodel), waarbij de verwerking van
externe stimuli is verstoord, waardoor de beleving door het individu op een negatieve manier wordt
ingekleurd. De basis van die verstoring wordt gevormd door disfunctionele overtuigingen en
assumpties die verankerd zijn in schema’s. schema’s kunnen worden geactiveerd door externe
gebeurtenissen waarna de verstoorde informatieverwerking op gang komt. Inspiratie van
gedragstherapie. Verandering van automatische gedachten als oplossing depressie.
Centraal in theorie: aanname dat de interpretatie van de situatie is systematisch vertekend (geen
rationele interpretatie, maar negatief). Vroege levenservaringen vormen onderliggende
kennisstructuren waarin onze overtuigingen en verwachtingen zijn vastgelegd, wij gebruiken deze om
de wereld te begrijpen. Cognitieve triade: over onszelf, de wereld en de toekomst. Depressie wordt
gekenmerkt door drie negatief gekleurde hoofdthema’s die in schema’s zijn verankerd en de basis
vormen voor depressie: de diepgewortelde overtuiging dat men hulpeloos, waardeloos en/of
onbeminnelijk is. Zij zijn de bron voor bepaalde regels die wij vormen om de wereld te begrijpen:
onderliggende assumpties (als -> dan). Schema’s en assumpties leiden tot copinggedrag waarmee het
individu houvast probeert te krijgen op de situatie. Schema’s en overtuigingen worden opgewekt door
gebeurtenissen die congruent zijn
met de onderliggende schema’s.
Steve Hollon (leerling van Beck):
we kunnen niet onderscheiden waar
het proces begint (gedachten,
gedrag, gevoel of fysiologische
processen), maakt ook niet veel uit
zolang je weet dat alles met elkaar
in verband staat.
Treatment of Depression
Collaborative Research Project uit
de jaren 80: cognitieve therapie,
interpersoonlijke psychotherapie en
antidepressiva zijn ongeveer even
effectief bij depressie, en effectieve
Cognitieve therapie bij stemmingsstoornissen
Eind jaren 50 vorige eeuw: Beck: inhoud dromen correleren met bewuste gedachten en daadwerkelijke
gebeurtenissen -> cognitieve theorie (informatieverwerkingsmodel), waarbij de verwerking van
externe stimuli is verstoord, waardoor de beleving door het individu op een negatieve manier wordt
ingekleurd. De basis van die verstoring wordt gevormd door disfunctionele overtuigingen en
assumpties die verankerd zijn in schema’s. schema’s kunnen worden geactiveerd door externe
gebeurtenissen waarna de verstoorde informatieverwerking op gang komt. Inspiratie van
gedragstherapie. Verandering van automatische gedachten als oplossing depressie.
Centraal in theorie: aanname dat de interpretatie van de situatie is systematisch vertekend (geen
rationele interpretatie, maar negatief). Vroege levenservaringen vormen onderliggende
kennisstructuren waarin onze overtuigingen en verwachtingen zijn vastgelegd, wij gebruiken deze om
de wereld te begrijpen. Cognitieve triade: over onszelf, de wereld en de toekomst. Depressie wordt
gekenmerkt door drie negatief gekleurde hoofdthema’s die in schema’s zijn verankerd en de basis
vormen voor depressie: de diepgewortelde overtuiging dat men hulpeloos, waardeloos en/of
onbeminnelijk is. Zij zijn de bron voor bepaalde regels die wij vormen om de wereld te begrijpen:
onderliggende assumpties (als -> dan). Schema’s en assumpties leiden tot copinggedrag waarmee het
individu houvast probeert te krijgen op de situatie. Schema’s en overtuigingen worden opgewekt door
gebeurtenissen die congruent zijn
met de onderliggende schema’s.
Steve Hollon (leerling van Beck):
we kunnen niet onderscheiden waar
het proces begint (gedachten,
gedrag, gevoel of fysiologische
processen), maakt ook niet veel uit
zolang je weet dat alles met elkaar
in verband staat.
Treatment of Depression
Collaborative Research Project uit
de jaren 80: cognitieve therapie,
interpersoonlijke psychotherapie en
antidepressiva zijn ongeveer even
effectief bij depressie, en effectieve