Taak 6
Probleemstelling: Wat is verband tussen informatieverwerking en depressie?
Leerdoelen:
Leerdoel 1: Wat is de theorie van Beck?
Leerdoel 2: Wat is de theorie van Teasdale?
Leerdoel 3: Wat is de theorie van Bower?
Leerdoel 4: Definities van Aandacht bias, geheugen bias, interpretation bias?
Leerdoel 5: Relatie cognitie en emotie (depressive state)
Leerdoel 6: Zou depressie ook een adaptieve functie kunnen hebben? Zo ja, welke functie?
Leerdoel 7: Wat zijn de juridische aspecten van gedwongen opname? Hoe verlopen ze? BOPZ, IBS,
RM, non-suïcidecontract
Andrews: The Bright Side of Being Blue: Depression as an Adaptation for Analyzing Complex
Problems
depressie wordt gezien als geestelijke stoornis, echter depressie kan ook gezien worden als een
geëvolueerde respons op complexe problemen, waardoor minder onderbreking is om de problemen te
analyseren door :
a) het probleem voorrang in aandacht te geven (piekeren)
b) het verlangen om aan activiteiten deel te nemen die afleiden af te laten nemen
c) psychomotorische veranderingen te produceren die blootstelling aan afleidende stimuli verminderen
(slaap- en eetpatronen).
Dat depressie een stoornis kan zijn heeft goede fundamenten: biologische dysfuncties, maar dit begrip
is niet goed gespecificeerd waardoor diagnoses stellen niet altijd correct gebeurt en vaak onterecht de
diagnose depressieve stoornis gegeven wordt. Biologische dysfuncties zijn niet altijd de onderliggende
oorzaken van tekortkomingen in het lichaam, er kan ook sprake zijn van een aanpassing.
Een mechanisme dat beperkingen oplevert bij depressie, is de productie van slecht aangepaste
cognities die problemen oplossen verhindert. Deze visie kan weerlegd worden doordat depressie
mensen helpt zich los te maken van sociale omgevingen die niks opleveren, maar het promoot ook het
ontwijken van aspecten van de sociale omgeving met antidepressieve of probleemoplossende
kwaliteiten. Depressie faciliteert probleemoplossing door aandacht ernaar te trekken om de problemen
te analyseren, maar kan onproductief worden wanneer mensen vermijdingsstrategieën ontwikkelen.
Depressie wordt geassocieerd met verminderde accuraatheid van geheugen, intelligentie en uitvoerend
functioneren. Ook bevordert het een analytische verwerking die accuraatheid bij complexe taken
verhoogt.
Wat veroorzaakt depressed affect? Analytical rumination hypothesis: depressie beïnvloedt de
bestemming van cognitieve hulpbronnen voor problemen of taken: 4 claims.
- Complexe problemen: analytisch moeilijk. Persoonlijkheidstrekken evolueren omdat deze een
specifiek effect hebben: analyseren.
- Depressie coördineert veranderingen in lichaamssystemen die piekeren bevorderen, de
geëvolueerde functie is om het probleem te analyseren. Minder afleiding. Neurologische
veranderingen die de probleemgerelateerde info voorrang geeft, vermindert zin in andere
activiteiten en promoot psychomotrische veranderingen die de blootstelling aan leuke dingen
vermindert.
- Piekeren helpt met problemen oplossen, dit staat tegenover de verkeerde schema’s van Beck,
die juist een negatief effect hebben. Hier is echter geen bewijs voor.
- Depressie vermindert accuraatheid op laboratorische taken omdat piekeren alle beschikbare
verwerkingsprocedures inneemt. Dus andere zaken wordt minder goed over nagedacht.
Implicatie
- Bij comorbide stoornissen zoals depressie en angst is er niet genoeg aan een analyse, maar is
er nog een nodig.
Probleemstelling: Wat is verband tussen informatieverwerking en depressie?
Leerdoelen:
Leerdoel 1: Wat is de theorie van Beck?
Leerdoel 2: Wat is de theorie van Teasdale?
Leerdoel 3: Wat is de theorie van Bower?
Leerdoel 4: Definities van Aandacht bias, geheugen bias, interpretation bias?
Leerdoel 5: Relatie cognitie en emotie (depressive state)
Leerdoel 6: Zou depressie ook een adaptieve functie kunnen hebben? Zo ja, welke functie?
Leerdoel 7: Wat zijn de juridische aspecten van gedwongen opname? Hoe verlopen ze? BOPZ, IBS,
RM, non-suïcidecontract
Andrews: The Bright Side of Being Blue: Depression as an Adaptation for Analyzing Complex
Problems
depressie wordt gezien als geestelijke stoornis, echter depressie kan ook gezien worden als een
geëvolueerde respons op complexe problemen, waardoor minder onderbreking is om de problemen te
analyseren door :
a) het probleem voorrang in aandacht te geven (piekeren)
b) het verlangen om aan activiteiten deel te nemen die afleiden af te laten nemen
c) psychomotorische veranderingen te produceren die blootstelling aan afleidende stimuli verminderen
(slaap- en eetpatronen).
Dat depressie een stoornis kan zijn heeft goede fundamenten: biologische dysfuncties, maar dit begrip
is niet goed gespecificeerd waardoor diagnoses stellen niet altijd correct gebeurt en vaak onterecht de
diagnose depressieve stoornis gegeven wordt. Biologische dysfuncties zijn niet altijd de onderliggende
oorzaken van tekortkomingen in het lichaam, er kan ook sprake zijn van een aanpassing.
Een mechanisme dat beperkingen oplevert bij depressie, is de productie van slecht aangepaste
cognities die problemen oplossen verhindert. Deze visie kan weerlegd worden doordat depressie
mensen helpt zich los te maken van sociale omgevingen die niks opleveren, maar het promoot ook het
ontwijken van aspecten van de sociale omgeving met antidepressieve of probleemoplossende
kwaliteiten. Depressie faciliteert probleemoplossing door aandacht ernaar te trekken om de problemen
te analyseren, maar kan onproductief worden wanneer mensen vermijdingsstrategieën ontwikkelen.
Depressie wordt geassocieerd met verminderde accuraatheid van geheugen, intelligentie en uitvoerend
functioneren. Ook bevordert het een analytische verwerking die accuraatheid bij complexe taken
verhoogt.
Wat veroorzaakt depressed affect? Analytical rumination hypothesis: depressie beïnvloedt de
bestemming van cognitieve hulpbronnen voor problemen of taken: 4 claims.
- Complexe problemen: analytisch moeilijk. Persoonlijkheidstrekken evolueren omdat deze een
specifiek effect hebben: analyseren.
- Depressie coördineert veranderingen in lichaamssystemen die piekeren bevorderen, de
geëvolueerde functie is om het probleem te analyseren. Minder afleiding. Neurologische
veranderingen die de probleemgerelateerde info voorrang geeft, vermindert zin in andere
activiteiten en promoot psychomotrische veranderingen die de blootstelling aan leuke dingen
vermindert.
- Piekeren helpt met problemen oplossen, dit staat tegenover de verkeerde schema’s van Beck,
die juist een negatief effect hebben. Hier is echter geen bewijs voor.
- Depressie vermindert accuraatheid op laboratorische taken omdat piekeren alle beschikbare
verwerkingsprocedures inneemt. Dus andere zaken wordt minder goed over nagedacht.
Implicatie
- Bij comorbide stoornissen zoals depressie en angst is er niet genoeg aan een analyse, maar is
er nog een nodig.