Eerste begin van studie over intelligente door llred Binet. (ij begon in 1905 onderzoek
over IQ met als doel om leerlingen met achterstand te identiceren. (et werd gelinkt aan
leefijd bepaaalde scores8 en wanneer dit dan alweek van het gemiddelde was er exttra
aandacht voor de leerling in kweste nodig.
IQ-score: geestelijke leefijd Mental ge M 8, kalenderleefijd Chronological ge, C 8:
Binet 19058: het intelligenteniveau M minus C
Stern 19128: ging hieropa door; IQ M /C xt 100
- IQ, immigrate en eugenetca
Goddard, Terman en Yerkes
Goddard 19178: zwakzinnigheid, quota voor immigrate. - google
Yerkes 19178 ontwikkelde een test voor soldaten om te screenen: rmy lpaha verbaal8 en
rmy Beta non-verbaal8. (ier kwam veel verschil in voor.
Wechsler 19398: verbal scale, paerlormance scale.
De scores waren vaak erg verschillend tussen verbaal en non-verbaal. (ierna kwamen
testen met steeds meer compaonenten:
Stanlord-Binet, 20038:
- Fluid reasoning analogie almaken8;
- Kennis woorden verklaren8;
- Kwanttatel redeneren sommetjes8;
- Visueel-ruimtelijk redeneren pauzzel maken8;
- Werkgeheugen zin herhalen8.
(iernaast werd er paicture compaleton gedaan wat mist er in deze tekening?8 waarbij er nog
minder van verbale kennis werd gevraagd. (iernaast ook paicture arrangement no verbal
content?8
Toch is er vaak veel veronderstelde kennis nodig voorkennis8; bijvoorbeeld; lezen gaat van
links naar rechts, etc.
- Raven’s matrices
Dit was nog een test die werd ontwikkeld die niet alleen niet verbaal gebonden was maar
ook niet cultureel gebonden.
- WISC-IV 20038 Wechsler Intelligence Scale lor Children8
Verbaal begripa, paercepatueel redeneren, werkgeheugen, verwerkingssnelheid. llemaal
nieuwe tests om het uitgebreider te onderzoeken. Minder taal- en cultuurgebonden.
De IQ-test als meetnstrument
Los van ol een test verbaal is oid, hoe weet je ol een test goed is?
- Standaardisering iedereen dezellde test8 & normering wat is de normaalverdeling,
wat scoort de rest opa dezellde test8: een score is alleen bruikbaar wanneer je het kan
vergelijken met een standaard.
, - Betrouwbaarheid: Zijn de resultaten herhaalbaar? Bijv. de weegschaal8
- Validiteit: Meet de test wat ik wil meten? Bijv. een tentamen over een bepaaald
college8
Intelligente test
Concluderend; - van locus opa een individueel kind verschuif de locus naar het vergelijken
met andere kinderen;
- Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van subtesten IPV het gebruik van 1 test
- Testen zijn van louter verbaal naar een combinate van verbaal en non-verbaal
gegaan
Wat is intelligente?
- Je moet abstract kunnen denken, redeneren adapatel denken8;
- Vaardigheid parobleem opalossen parobleemopalossend denken8;
- Capaaciteit om te leren.
De pasychometrische benadering van hoe je intelligente deinieert8
Er zijn verschillende visies over intelligente:
Spaearman 19048: er is 1 ding G8 general intelligence8 en als je dat bezit heb je nog meer
soorten alsin, doe je andere tests ook goed veel correlate8.
Thurstone 193H8: zei dat er 7 parimary abilites zijn
Cattell 19638: aan allebei zit waarheid; je hebt een G-intelligence, als een algemene
intelligente, maar er is ook een deel dat voor spaeciieke onderdelen is de 7 van Thurston
bijv.8
ndere benaderingen
- Inlormaton parocessing apaparoach aandacht, geheugen, snelheid, etc.8 hoe snel en
effectel kan je met inlormate omgaan8
- Sternbergs triarchic theory: analystsch inlormaton parocessing intelligence8/
paraktsch ability to read and adapat to the contextts ol everyday lile8 /createl use ol
extpaerience in ways that loster insight8.
- Gardners intelligentes: linguïstsch, logisch, ruimtelijk, muzikaal, motorisch, sociaal,
emotoneel8
- Divergent vloeibaar8 en convergent gekristalliseerd, geroutneerd8 denken
gekristalliseerde intelligente en vloeibare intelligente8
Wat beïnvloedt intelligente?
- Genetca en omgeving: is het bepaaald door erlelijkheid ol door de omgeving? aature
VS aurture. Dit is een grote vraag bij intelligente maar ook bij andere
pasychologische deelonderwerpaen.
- lleen onderzocht voor traditonele intelligente zoals getest door Stanlord-Binet,
Wechsler schalen, dus niet de “andere 7 schalen” ol sub intelligentes.
, IQ & leefijd: paas opa voor conlounding variables
Cross-sectonal research: cohort effect
Cross-sectoneel: van allerlei verschillende leefijden bijv.
Opalossing hiervoor: Longitudinal research zellde leefijdsgroepa en test 10 jaar later weer
bijvoorbeeld8, risico’s:
- Mortality effect
- (istory effect
- Testng effect
(et design van Schaie – google
Uit dit onderzoek komt voort dat gekristalliseerde intelligente wordt steeds sterker een
klein beetje maar, maar het neemt iig niet al8 door de jaren heen. Maar de divergente
intelligente, de vloeiende, createve intelligente, neemt al door de jaren heen de alname
start rond de medio 208.
l met al blijven de verschillende soorten vaardigheden tot een jaar ol 60 ok en nemen
daarna allemaal gestaag al.
Concluderend: leefijd heef een invloed opa intelligente. (iernaast heef SES milieu8 een
invloed. Een betere SES is gelinkt aan een hoger IQ meer laciliteiten, hulpa, motvate etc.8.
ndere omgevingsinvloeden:
- (et paygmalion-effect: de verwachtngen van paeers etc hebben invloed opa de
parestates van de leerling;
- Flynn effect: de gemiddelde score van de IQ is door de jaren heen gestegen nu gem.
113 ipav 1008, dit komt wss door goede gezondheid, voeding, beter onderwijs, etc.
BOEK:
Intelligence relers to the capaacity to paerlorm higher mental parocesses, such as reasoning,
remembering, understanding, paroblem solving and decision making.
Binet’s paioneering test ol intelligence included questons that required reasoning and
paroblem solving ol varying levels ol difculty, graded by age and resultng in M score.
Terman developaed a revision ol his test that became known as the Stanlord-Binet
Intelligence Scale; lor kids and adults, it became the model lor IQ tests.
Wechsler’s tests remedied some ol the deiciencies ol the earlier IQ tests. Made upa ol
subtests, some having little verbal content, these have allowed testers to generate scores
lor different aspaects ol cognitve ability.
Currently, a paersons’ IQ refects how lar that paerson’s paerlormance on the test deviates
lrom the average paerlormance ol paeopale in the same age groupa. n average paerlormance is
assigned an IQ ol 100.
TESTS PROS: they are standardized the conditons surrounding a test are as similar as
paossible lor everyone who takes it8, secondly, they paroduce scores that can be compaared
with aORMS, thus allowing paeopale’s strengths or weaknesses in various areas to be
compaared with those ol other paeopale.
good test must have ST TISTIC L RELI BILITY; the results lor each paerson are
consistent/stable, and ST TISTIC L V LIDITY; relers to the degree to which test scores are
interpareted apaparopariately and used paropaerly.