- Ontwikkeling wetenschappelijk denken en denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
- Klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- Groei van het Romeins imperium met verspreiding Grieks-Romeinse cultuur
- Confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest Europa
- Ontwikkeling Jodendom en Christendom
2.1
- Volwaardige burgers:
- Vrije
- Mannelijke
- Atheense
- Volwassenen
- Atheense bestuurssysteem moest een tyrannie voorkomen doordat:
- Er gold eerst een Aristocratie (regering van adel) en later een directe
democratie waarin burgers mee mochten stemmen in het bestuur
- Griekse filosofen dachten na over natuurwetenschappen (het waren niet de goden
die zorgde voor alles), politiek (wat is de beste staatsvorm) en ethiek (morele
filosofie)
- Socrates vond dat men zelf moest nadenken niet domweg naar iedereen moest
luisteren. Hij werd aangeklaagd omdat men vond dat hij de jeugd slecht beïnvloedde
en hij was te radicaal (hij wilde de goden niet vereren). Hij liet geen geschriften na.
Wat wij van hem weten komt door de geschriften van zijn leerling Plato.
- Plato vond dat de staat alleen geregeerd moest worden door slimme filosofen. Hij
vond ook dat de wereld onvolmaakt was en alles ooit vergaat en niets zeker is.
- Aristoteles was de grootste filosoof en zag juist een streven naar perfectie door
balans te vinden. Praktische wijsheid. Hij was meer van het systematisch opschrijven
en verzamelen van kennis.
2.2
- Waarom Alexander de Grote zijn veroveringen succesvol waren:
- Dankzij zijn persoonlijke eigenschappen en militair inzicht
- Hij speelde goed in op de gewoonte in de landen waarover hij regeerde
(presenteerde zich als farao in Egypte bijv.)
- Hij streefde doelbewust naar een gemengde elite.
- Waar Hellenisme vandaan komt
- Het verspreiden van de Griekse cultuur naar het oosten. Dankzij Alexander
de Grote.
- In hoeverre de veroverde gebieden op politiek en cultureel vergriekst zijn:
- Gecentraliseerde bestuur
- Griekse bouwkunst
2.3
- Verklaringen voor de groei van het Romeinse rijk en het behoud van de veroverde
gebieden: