Het stroomgebied is het gebied waar het rivierwater vandaan komt, dit gaat via grondwater
of neerslag. Stroomgebieden worden door elkaar gescheiden door een waterscheiding, zoals
een gebergte. De hoofdrivier en al haar zijtakken noem je het stroomstelsel, bestaande uit
de bovenloop, middenloop en benedenloop. Deze 3 samen noem je het lengteprofiel. Er
zijn 3 soorten rivieren, regenrivieren, gletsjerrivieren en gemengde rivieren. Kenmerkend
voor een gemende rivier is dat de waterverdeling, het regiem, gedurende het jaar
gelijkmatiger is dan dat van een regenrivier. De tijd die regenwater nodig heeft voordat het in
de rivier terecht komt, noem je de vertragingstijd. Het hoogteverschil tussen 2 punten van
een rivier noem je het verval. Het verval gemeten in kilometers noem je het verhang. Het
debiet is de hoeveelheid water, gemeten in m3/s, wat op een bepaald punt door de rivier
stroomt.
Door klimaatverandering krijgen we te maken met een onregelmatiger neerslagregiem, er
zijn sterkere schommelingen in de neerslag gedurende het jaar. Er is steeds meer sprake van
ontbossing en verstening, deze verstening zorgt voor een slechtere infiltratie van het water.
Deze slechtere infiltratie zorgt er samen met de toenemende neerslag voor dat de
vertragingstijd afneemt. De rivieren krijgen vooral bij het dwarsprofiel in de benedenloop te
maken met piekafvoeren. Bij normale
waterstanden stroomt het water tussen de
zomerdijken op het zomerbed, hoge
waterstanden tussen de winterdijken en op het
winterbed. De rivier sedimenteert zand waardoor
de uiterwaarden hoger komen te liggen. Hierdoor
kan een rivier steeds minder water vervoeren en
moeten dijken verhoogd worden.
Bij doogtij (eb) staat het water extra laag, maar bij springtij (vloed) extra hoog. Als er een
noordwesterstorm is komen de rivieren extra hoog te staan en dit geeft extra kans op
overstromingen. Hiervoor zijn de Deltawerken geplaatst.
1.2 Rivieren: maatregelen
We moeten afkomen van de gevaren van water. Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en
waterschappen werken hierover nauw samen. We weten niet precies wat het water in de
toekomst gaat doen, dus de overheid kiest voor een adaptief deltamanagement. Dit wil
zeggen dat ze rekening houden met komende veranderingen. Verzilting is het toenemen van
het zoutgehalte in de bodem of in het water.