Introductie
Aristoteles:
- Mensen hebben baat bij handel -> surplus
- Afnemende meeropbrengsten
Missen bescherming romeinen -> Hiërarchie: rijken beschermen de armen
Katholieke kerk had macht over het land en gaf onderwijs aan het volk
Scolasten: priesters en leraren
- Natuurlijke prijs: prijs die ontstaat bij perfecte competitie zonder
verspilling etc. wordt bepaald door productiekosten en nut.
Mercantitilisten: handelaren die steeds machtiger werden met goud en
zilver
- Alleen grondstoffen importeren, bij meer import minder goud en
zilver (betaalmiddel) handelen belangrijk!
David Hume:
- Geldhoeveelheid is helemaal niet van belang in een reële economie
-> geen invloed op lange termijn.
Fysiocraten: Tableau Economique gepubliceerd -> bijlages
- Landbouw is de belangrijkste economische activiteit voor de handel
- Er zijn natuurwetten die alles regelen -> laissez faire
- In contrast met mercantilisten
Classic school (1776-1871)
Twee belangrijke ontwikkelingen voor start klassieke school:
1. Wetenschappelijke revolutie -> natuurwetten, geen
overheidsingrijpen nodig, periode verlichting: kunnen lezen en
schrijven, dus snellere uitwisseling ideeën
2. Industriële revolutie -> groei van industrie, concurrentie, lage lonen
en veel armoede
Kenmerken klassieke school:
1. Beperkte rol overheid
2. Eigenbelang nastreven -> zal maatschappelijk belang bedienen
3. Alle activiteiten worden als belangrijk beschouwd
4. Economische wetten
Adam Smith:
Prijstheorie: waarde in gebruik en waarde in handel
Arbeidswaardetheorie: relatieve prijzen worden bepaald door relatieve
productiekosten
- Jagersmaatschappij: arbeid is relevant voor het jagen, als het 2x
zoveel tijd kost om een hert te jagen dan een bever dan is een hert
2x zo duur als een bever.
Smith: lonen/pachten/winsten gaan naar ‘natuurlijke prijs’ (prijs bepaald
door normale kosten)
Veel aanbod: natuurlijke prijs > marktprijs
Op lange termijn kan marktprijs > natuurlijke prijs (door monopolie)
, Lonen konden verschillen:
1. Type van arbeid
2. Verantwoordelijkheid bij de baan
3. Mate waarin de baan als normaal wordt gezien
4. Mate van investering in de baan (als in studie)
5. Mate van succes
Theorie van loonverschillen
Winsten: verschil in risico, compenseren voor management
Pachten: tenant’s income – natural costs (wages/profit) -> residual pay
Als prijs hoog is, gaat de pacht ook omhoog. Pachter kan
grondstoffen voor meer verkopen. Pachthouder kan daardoor meer
geld eisen. Geen invloed op prijs.
Onzichtbare hand: nastreven van eigenbelang -> creëren van collectief
welvaart
Perfecte concurrentie -> voor efficiëntie van gebruiken bronnen
Internationale handel: tegen Mercantilisten
Rol van overheid moet minimaal zijn:
3 functies:
1. Samenleving beschermen tegen geweld van buitenland
2. Individuen beschermen tegen ongelijkheid en onderdrukking van
anderen
3. Publieke instituties overeind houden, welke een individu zelf niet
winstgevend genoeg vindt.
Publieke goederen komen nu ter sprake
Rol van geld blijft gelijk (real prices remain unaffected)
Economische groei: kapitaalaccumulatie zorgt voor economische groei
Loonfondstheorie: employers need to pay for wages from their stock of
capital.
Division of labor -> increased productivity -> increased output -> further
capital accumulation + increased demand for labor -> wages increase ->
further productivity increase -> etc. -> wealth of a nation
Thomas Malthus:
Bevolkingsgroeitheorie: bevolking groeit sneller dan er eten aanwezig
is.
Populatie groeit als: 1,2,4,8,16
Voedsel groeit als: 1,2,3,4,5,6
Mechanisme: economische groei -> bevolking groeit -> voedseltekort ->
meer armoede -> hogere sterfte -> balans voedsel en populatie.
1. Verlaag geboortes
2. Verhoog sterfte
Niet de armen steunen -> meer bevolking -> minder voedsel per persoon
Theorie van de marktverzadiging: als prijs van graan wordt
hooggehouden, voorkomt marktstagnatie.
+ stagnatie als onvoldoende vraag naar het goed
Aristoteles:
- Mensen hebben baat bij handel -> surplus
- Afnemende meeropbrengsten
Missen bescherming romeinen -> Hiërarchie: rijken beschermen de armen
Katholieke kerk had macht over het land en gaf onderwijs aan het volk
Scolasten: priesters en leraren
- Natuurlijke prijs: prijs die ontstaat bij perfecte competitie zonder
verspilling etc. wordt bepaald door productiekosten en nut.
Mercantitilisten: handelaren die steeds machtiger werden met goud en
zilver
- Alleen grondstoffen importeren, bij meer import minder goud en
zilver (betaalmiddel) handelen belangrijk!
David Hume:
- Geldhoeveelheid is helemaal niet van belang in een reële economie
-> geen invloed op lange termijn.
Fysiocraten: Tableau Economique gepubliceerd -> bijlages
- Landbouw is de belangrijkste economische activiteit voor de handel
- Er zijn natuurwetten die alles regelen -> laissez faire
- In contrast met mercantilisten
Classic school (1776-1871)
Twee belangrijke ontwikkelingen voor start klassieke school:
1. Wetenschappelijke revolutie -> natuurwetten, geen
overheidsingrijpen nodig, periode verlichting: kunnen lezen en
schrijven, dus snellere uitwisseling ideeën
2. Industriële revolutie -> groei van industrie, concurrentie, lage lonen
en veel armoede
Kenmerken klassieke school:
1. Beperkte rol overheid
2. Eigenbelang nastreven -> zal maatschappelijk belang bedienen
3. Alle activiteiten worden als belangrijk beschouwd
4. Economische wetten
Adam Smith:
Prijstheorie: waarde in gebruik en waarde in handel
Arbeidswaardetheorie: relatieve prijzen worden bepaald door relatieve
productiekosten
- Jagersmaatschappij: arbeid is relevant voor het jagen, als het 2x
zoveel tijd kost om een hert te jagen dan een bever dan is een hert
2x zo duur als een bever.
Smith: lonen/pachten/winsten gaan naar ‘natuurlijke prijs’ (prijs bepaald
door normale kosten)
Veel aanbod: natuurlijke prijs > marktprijs
Op lange termijn kan marktprijs > natuurlijke prijs (door monopolie)
, Lonen konden verschillen:
1. Type van arbeid
2. Verantwoordelijkheid bij de baan
3. Mate waarin de baan als normaal wordt gezien
4. Mate van investering in de baan (als in studie)
5. Mate van succes
Theorie van loonverschillen
Winsten: verschil in risico, compenseren voor management
Pachten: tenant’s income – natural costs (wages/profit) -> residual pay
Als prijs hoog is, gaat de pacht ook omhoog. Pachter kan
grondstoffen voor meer verkopen. Pachthouder kan daardoor meer
geld eisen. Geen invloed op prijs.
Onzichtbare hand: nastreven van eigenbelang -> creëren van collectief
welvaart
Perfecte concurrentie -> voor efficiëntie van gebruiken bronnen
Internationale handel: tegen Mercantilisten
Rol van overheid moet minimaal zijn:
3 functies:
1. Samenleving beschermen tegen geweld van buitenland
2. Individuen beschermen tegen ongelijkheid en onderdrukking van
anderen
3. Publieke instituties overeind houden, welke een individu zelf niet
winstgevend genoeg vindt.
Publieke goederen komen nu ter sprake
Rol van geld blijft gelijk (real prices remain unaffected)
Economische groei: kapitaalaccumulatie zorgt voor economische groei
Loonfondstheorie: employers need to pay for wages from their stock of
capital.
Division of labor -> increased productivity -> increased output -> further
capital accumulation + increased demand for labor -> wages increase ->
further productivity increase -> etc. -> wealth of a nation
Thomas Malthus:
Bevolkingsgroeitheorie: bevolking groeit sneller dan er eten aanwezig
is.
Populatie groeit als: 1,2,4,8,16
Voedsel groeit als: 1,2,3,4,5,6
Mechanisme: economische groei -> bevolking groeit -> voedseltekort ->
meer armoede -> hogere sterfte -> balans voedsel en populatie.
1. Verlaag geboortes
2. Verhoog sterfte
Niet de armen steunen -> meer bevolking -> minder voedsel per persoon
Theorie van de marktverzadiging: als prijs van graan wordt
hooggehouden, voorkomt marktstagnatie.
+ stagnatie als onvoldoende vraag naar het goed