Wat is de centrale vraag van de tekst? (Markeer daarbij in de tekst zelf de kernzinnen)
Hij is bezig met het deconstrueren van een discours over interactviteit van de Nieuwe
Media. Hij wil interactviteit kritsch tegen het licht houden. Het is een concept waarmee en
in het industriële en in het wetenschappelijke discours een wezenlijk potenteel van Nieuwe
Media beschreven wordt.
Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages tjdens
het werkcollege sneller terug te kunnen vinden
Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij in de
tekst zelf de belangrijke passages)
- In het eerste deel, gaat hij aan de hand van 3 mediahistorische visies laten zien dat je
aan kunt tonen, hoe je in een denkbeeldige polemische (strijdende) geschiedenis van
de tv zou kunnen aantonen dat de tv van meet af al interactef was. Hij gaat
deconstrueren, door te laten zien wat de ideologieën achter de gepropageerde
concepten van een interacteve vorm van televisie waren.
- Ook gaat hij aantonen dat interacteve media en services een belangrijke functe
hebben bij de herconstruering van de verhouding tussen producenten en
consumenten in de nieuwe online-economie en partcipatecultuur
Hij gaat proberen te achterhalen waarom het concept ‘interactviteit’ nog steeds een
buitengewoon machtg metafoor is in het discours over media. Ondanks het feit dat
‘interactviteit’ in de werkelijke toepassing vaak het tegenovergestelde van die visionaire
dromen verwezenlijkt
Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je eigen
woorden uit te leggen. Licht vakbegrippen die aangehaald worden voldoende toe.
Deel 1 Polemische geschiedenis van de in wezen interacteve televisie en de nieuwe
dimensies van interactviteit in de online-economie
- Telectroscoop = ficteve combinate, een telefoon met camera als nieuw audiovisueel
communicatemedium dat grote afstanden kan overbruggen (1879)
- Telephonescoop = victoriaanse huiskamer met een enorm scherm van
breedbeeldformaat, dit bevat mediaonderdelen die nu in de vorm van breedbeeld tv,
webcams en nieuwste generate telefoons realiteit zijn geworden
zo zou een polemische geschiedenis van de ‘in wezen’ interacteve televisie
kunnen stellen, dit vormt de oorsprong en tegelijkertjd de telos van de
ontwikkeling van een werkelijk interacteve tv in nabijetoekomst
- Wehr Fuhr 11-a-2992 = een filmpje uit 1939, toont het geidialiseerde functoneren
van een multmediaal netwerk aan. Waarbij media zoals radio, tv, telefoon etc
gecombineerd wordt. Hieruit blijkt dat tjdens het uitse ijk al dat televisie als
broadcast-medium en het telefoonnetwerk als retourkanaal al dusdanig
gecombineerd zijn dat er sprake is van interactef media systeem. Massa- en point to
point-communicate zijn verbonden.
Hij is bezig met het deconstrueren van een discours over interactviteit van de Nieuwe
Media. Hij wil interactviteit kritsch tegen het licht houden. Het is een concept waarmee en
in het industriële en in het wetenschappelijke discours een wezenlijk potenteel van Nieuwe
Media beschreven wordt.
Wat is de redenering die de auteur in deze tekst over deze vraag uiteen zet? Leg de
hoofdgedachte in je eigen woorden uit en verwijs naar de bladzijden om passages tjdens
het werkcollege sneller terug te kunnen vinden
Welke grote onderdelen/lijnen kan je onderscheiden in de tekst? (Markeer daarbij in de
tekst zelf de belangrijke passages)
- In het eerste deel, gaat hij aan de hand van 3 mediahistorische visies laten zien dat je
aan kunt tonen, hoe je in een denkbeeldige polemische (strijdende) geschiedenis van
de tv zou kunnen aantonen dat de tv van meet af al interactef was. Hij gaat
deconstrueren, door te laten zien wat de ideologieën achter de gepropageerde
concepten van een interacteve vorm van televisie waren.
- Ook gaat hij aantonen dat interacteve media en services een belangrijke functe
hebben bij de herconstruering van de verhouding tussen producenten en
consumenten in de nieuwe online-economie en partcipatecultuur
Hij gaat proberen te achterhalen waarom het concept ‘interactviteit’ nog steeds een
buitengewoon machtg metafoor is in het discours over media. Ondanks het feit dat
‘interactviteit’ in de werkelijke toepassing vaak het tegenovergestelde van die visionaire
dromen verwezenlijkt
Welke concepten gebruikt of presenteert de auteur hierbij? Probeer deze ook in je eigen
woorden uit te leggen. Licht vakbegrippen die aangehaald worden voldoende toe.
Deel 1 Polemische geschiedenis van de in wezen interacteve televisie en de nieuwe
dimensies van interactviteit in de online-economie
- Telectroscoop = ficteve combinate, een telefoon met camera als nieuw audiovisueel
communicatemedium dat grote afstanden kan overbruggen (1879)
- Telephonescoop = victoriaanse huiskamer met een enorm scherm van
breedbeeldformaat, dit bevat mediaonderdelen die nu in de vorm van breedbeeld tv,
webcams en nieuwste generate telefoons realiteit zijn geworden
zo zou een polemische geschiedenis van de ‘in wezen’ interacteve televisie
kunnen stellen, dit vormt de oorsprong en tegelijkertjd de telos van de
ontwikkeling van een werkelijk interacteve tv in nabijetoekomst
- Wehr Fuhr 11-a-2992 = een filmpje uit 1939, toont het geidialiseerde functoneren
van een multmediaal netwerk aan. Waarbij media zoals radio, tv, telefoon etc
gecombineerd wordt. Hieruit blijkt dat tjdens het uitse ijk al dat televisie als
broadcast-medium en het telefoonnetwerk als retourkanaal al dusdanig
gecombineerd zijn dat er sprake is van interactef media systeem. Massa- en point to
point-communicate zijn verbonden.