marketing):
Hoofdstuk 1-3-4 tentamen inleiding marketing (120 blz.)
Hoofdstuk 1 Inzicht in de marketing Deel 1.1
De taak van marketng:
1e taak:
In kaart brengen van wensen en behoefen van de doelgroep.
2e taak:
Het afstemmen van de marketngmix (of terwijl de 4P’s) op deze wensen en behoefee rekening
houdend met de 3 R-en.
Verkopen = het zien kwijt te raken wat je op de plank hebt liggen.
Marketng = ervoor zorgen dat je de juiste spullen voor je klanten op de plank krijgt.
Marktonderzoek = wordt gebruikt om de wensen van klanten en om de concurrente in kaart te
brengen.
Productontwikkeling = het ontwerpen en lanceren van aantrekkelijke producten en diensten op basis
van een goed inzicht in de markt.
Begrip marketng = omvat de – op de markt afgestemde – ontwikkelinge prijsbepalinge promote en
distribute van productene diensten of ideeën en alle andere actviteiten die de klanten toegevoegde
waarde bieden; deze leiden systematsch tot een hogere omzet of andere gewenste response een
goede reputate van de organisate en een duurzame relate met de klantene waarbij alle
belanghebbenden hun doelstellingen bereiken.
Marketngmix (vier P’s):
Product
Prijs
Plaats (distribute)
Promote
Product = goederene diensten of ideeën die aan de wensen en behoefen van klanten
tegemoetkomen.
Prijs = hoeveel geld er voor het product of de dienst wordt gevraagd.
Plaats = hoe de onderneming het product in handen van de kopers krijgt.
Promote = hoe een bedrijf met de markt communiceert en de verkoop bevordert.
Doelgroep = het deel van de markt waarop de organisate zich richt en dat zij tot klant wil maken.
Marktsegmenten = groepen afnemers met gemeenschappelijke kenmerkene zoals de
leefijdscategorie in het geval van consumenten of de omvang in het geval van bedrijven.
,Ruiltransacte = organisate ruilt informate uit met de doelgroepe waarbij de partjen overeenkomen
om iets van waarde uit te wisselene en zo op elkaars behoefen in te spelen.
Ruilobjecten zijn vaak producten die tegen geld worden geruilde maar ze kunnen ook minder tastbaar
zijn zoals een dienste idee of arbeidsinspanning.
Ruilproces tussen verkoper en koper:
Iets van waarde:
→ ↓
producte dienste idee
Koper
verkoper
(vrager)
iets van waarde: (aanbieder)
gelde arbeide moeitee
enz.
↑ ←
Deel 1.2 Commerciële economie of marketing?
Algemene economie = ofwel de leer van de keuzehandelingene bestuderen we dit soort
keuzevraagstukken van de mens in zijn streven naar welzijn.
Algemene economie heef 2 invalshoeken:
De macro-economische = consumenten of ondernemers als groep geanalyseerd.
De micro-economische = economisch handelen van individuele huishoudingen (bedrijven en
gezinnen)
Bedrijfseconomie = het economisch handelen van de mens in een organisate (op het gebied van
kostprijsberekeninge fnanciering en interne organisate).
Commerciële economie = inzichten uit de psychologie en sociologie (om het product optmaal af te
stemmen op de wensen van de klant).
Psychologie = hebben marketeers inzicht in het gedrag van de individuele mens (op het gebied van
persoonlijkheide attudes en koopmoteven.
Sociologie = onderzoekt het gedrag van de mens in groepsgedrage inclusief de invloed van de cultuure
welstandsklasse en gezingssituate.
Deel 1.3 niveaus van marketingsystemen
Bartering = de rechtstreekse ruil van goederen tegen goederen
Macromarketng = actviteiten om te voorzien in de behoefen van de maatschappij (schaarse
middelen optmaal op de behoefen zijn afgestemd).
Micromarketng = vanuit een managementoptek (dus op individueel bedrijfsniveau) marketng
beslissingen nemen.
Mesomarketng = (ligt tussen macro- en micromarketng in) gezamenlijk uitgevoerde
marketngactviteiten van bedrijven die actef zijn op dezelfde markt.
, Bedrijfskolom = de reeks personen en organisates – van oerproducent tot en met consument – die
zijn betrokken bij de productee distribute en het verbruik van producten en diensten.
Brancheorganisates = (voorbeeld collecteve reclamecampagne van melk) wordt gefnancierd door
organisates die werken op verschillende niveaus in de bedrijfskolom. Deze verschillende organisates
zijn verenigd in een brancheorganisate.
Of terwijl een bracheorganisate zijn verschillende organisate en/of personen die samen werken.
Bedrijfstak = bedrijven die een gelijkwaardige functe in de producte of handel van een bepaald
product vervullen.
Branche = binnen zo’n bedrijfstak noemen we een groep organisates die bepaalde overeenkomsten
vertonen op het gebied van de productetechniek en de geleverde producten een branche.
Vereenvoudigde bedrijfskolom voor consumentenproducten:
Producent
↓
Product en Groothandel Geld
Productnformate en marktnformate
Detailhandel
Consument
Groothandel = door allerlei ontwikkelingen in de bedrijfstak voortdurend met uitschakeling bedreigde
deze partj is dan ook de zwakste schakel in de distributeketen.
Marketngmanagement = omvat de analysee planninge implementate en voortdurende evaluate van
alle actviteiten die gericht zijn op het zo goed mogelijk afstemmen van de producten en diensten van
een organisate op de wensen en behoefen van de klant.
Deel 1.4 Ontwikkeling van de marketinggedachte
Ontwikkeling van de marketnggedachte:
Producte oriëntate → Product oriëntatie → Verkoop oriëntatie → Marketing oriëntatie
→ Relatie
marketing.
1900 1950 2000
Marktgerichte instelling = dan denk je in markten en mensen, in plaats van het
product als uitgangspunt te gebruiken.
Productieconcept = mechaniseren en vergroten van de productie, om zo de
kostprijs van hun product te kunnen verlagen.