Taalkunde 2 GNGT 1 Bijeenkomst 9: syntaxis II
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Syntaxis II: valente en consttuentvolgorde
Constituentvolgorde
Consttuent = zinsdeel
Er zijn 4 typen consttuenten:
nominale, verbale, adjectvische en adverbiale consttuenten (ttaalkunde )ぁ
Door deze consttuenten te combineren (ta.d.v. regelsぁ ontstaan zinnen
Functies van constituenten
Consttuenten kunnen drie tunctes vervullen: predicaat, argument ot adjunct:
Predicaat drukt een relate uit met andere consttuenten in de zin ót specifceert eigenschap van
andere consttuent. Predicaat vaak verbale consttuent
Argument een consttuent die door de betekenis van het predicaat vereist wordt (tkan niet
weggelaten worden, weglaten = ongrammatcaalぁ
Adjunct optonele toevoegingen in een zin. Adjuncten kunnen weggelaten worden.
Valentie
Het predicaat (tot de betekenis hiervanぁ kan één ot meerdere argumenten vereisen om een
grammatcale zin te vormen = de valentie van heet predicaat
Er bestaan eenplaatsige, tweeplaatsige ot drieplaatsige predicaten
Eenplaatsig (tdansenぁ → intransitet ww
Tweeplaatsig (tbouwenぁ → transitet ww
Drieplaatsig (tsturenぁ → ditransitet ww
- Een predicaat drukt bepaalde toestand ot gebeurtenis uit.
- Argument(tenぁ van predicaat verwijzen naar partcipanten die betrokken zijn bij deze toestand ot
gebeurtenis.
Deze partcipanten/argumenten vervullen (tverschillendeぁ semantischee rollen zoals o.a. die van
Agens en Patens
Agens: de entteit die de handeling verricht die door het predicaat wordt uitgedrukt.
Patiens: de entteit die de handeling ondergaat die door het predicaat wordt uitgedrukt.
VB: morgen index1 index1 broer index3a ontmoeten.
Naast een semantsche rol kan een consttuent een grammatcaae roa vervullen
Subject van de zin: grammatcale onderwerp van de zin
Direct Object van de zin: grammatcale lijdend voorwerp van de zin
Indirect object van de zin: grammatcale meewerkend voorwerp van de zin
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Syntaxis II: valente en consttuentvolgorde
Constituentvolgorde
Consttuent = zinsdeel
Er zijn 4 typen consttuenten:
nominale, verbale, adjectvische en adverbiale consttuenten (ttaalkunde )ぁ
Door deze consttuenten te combineren (ta.d.v. regelsぁ ontstaan zinnen
Functies van constituenten
Consttuenten kunnen drie tunctes vervullen: predicaat, argument ot adjunct:
Predicaat drukt een relate uit met andere consttuenten in de zin ót specifceert eigenschap van
andere consttuent. Predicaat vaak verbale consttuent
Argument een consttuent die door de betekenis van het predicaat vereist wordt (tkan niet
weggelaten worden, weglaten = ongrammatcaalぁ
Adjunct optonele toevoegingen in een zin. Adjuncten kunnen weggelaten worden.
Valentie
Het predicaat (tot de betekenis hiervanぁ kan één ot meerdere argumenten vereisen om een
grammatcale zin te vormen = de valentie van heet predicaat
Er bestaan eenplaatsige, tweeplaatsige ot drieplaatsige predicaten
Eenplaatsig (tdansenぁ → intransitet ww
Tweeplaatsig (tbouwenぁ → transitet ww
Drieplaatsig (tsturenぁ → ditransitet ww
- Een predicaat drukt bepaalde toestand ot gebeurtenis uit.
- Argument(tenぁ van predicaat verwijzen naar partcipanten die betrokken zijn bij deze toestand ot
gebeurtenis.
Deze partcipanten/argumenten vervullen (tverschillendeぁ semantischee rollen zoals o.a. die van
Agens en Patens
Agens: de entteit die de handeling verricht die door het predicaat wordt uitgedrukt.
Patiens: de entteit die de handeling ondergaat die door het predicaat wordt uitgedrukt.
VB: morgen index1 index1 broer index3a ontmoeten.
Naast een semantsche rol kan een consttuent een grammatcaae roa vervullen
Subject van de zin: grammatcale onderwerp van de zin
Direct Object van de zin: grammatcale lijdend voorwerp van de zin
Indirect object van de zin: grammatcale meewerkend voorwerp van de zin