Taalkunde 2 GNGT 1 Bijeenkomst 3: Lexicon & iconiciteit
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de powerpoint van de les.
Terugkoppeling naar de vorige les, fonologie;
Gebaren zijn opgebouwd uit betekenisloze bouwstenen, de fonemen. Een groep daarvan is de
handvormen.
Deze handvormen zijn in de jaren tachtg bestudeerd, en geïnventariseerd.
Onno Crasborn heef de handvormen na de jaren 80 nog eens opnieuw bestudeerd.
Er zijn 70 handvormen, sommige daarvan zijn allofonen.
Regels NGT voor handvormen
Welke handvorm hoort nu wel of niet bij een gebarentaal? (regels).
Kijken naar twee aspecten, voor het beschrijven van de handvormen.
1.Geselecteerde vingers
- acteve/belangrijke vingers tjdens het maken van de handvorm.
- Hoeven niet persé de uitgestoken vingers te zijn.
- Vingers die contact met lichaam, hoofd of andere hand/arm maken.
- Speciale stand (gebogen, gesloten, gespreid)
- Kunnen bewegen (openen, sluiten)
2. Oriëntate van de hand
Absolute beschrijving :
- Buiging van de vingers (b.v. C-hand)
- Spreiding van de vingers (b.v. 5-spreid)
- Openingsrelate tussen duim en geselecteerde vingers (b.v. T-hand)
- Stand kenmerken hebben betrekking op geselecteerde vingers
Bijv: MAKKELIJK: vingers wijzen naar voren.
Relateve beschrijving: De relate van de hand tot de locate war het gebaar gemaakt wordt. (Onno
Crasborn). Bijv: MAKKELIJK: de vingers van de hand wijzen naar de kin.
9 meest voorkomende (in gebarentalen tot nu toe onderzocht):
- B, 1, 5, S, (ongemarkeerde handvormen)
- ‘Geld’, T, A, V, C (gemarkeerde handvormen)
Lexicon
= “De totale verzameling van betekenisdragende elementen (de woorden of gebaren) van een taal
wordt een lexicon (woordenschat of gebarenschat) genoemd.” (Schermer et al. 1991: 85)
= woordenschat/gebarenschat.
Het lexicon staat in een woordenboek, maar daar staan niet ALLE woorden in.
Lexicon van een taal groeit, dat kan je niet per dag bij werken.
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de powerpoint van de les.
Terugkoppeling naar de vorige les, fonologie;
Gebaren zijn opgebouwd uit betekenisloze bouwstenen, de fonemen. Een groep daarvan is de
handvormen.
Deze handvormen zijn in de jaren tachtg bestudeerd, en geïnventariseerd.
Onno Crasborn heef de handvormen na de jaren 80 nog eens opnieuw bestudeerd.
Er zijn 70 handvormen, sommige daarvan zijn allofonen.
Regels NGT voor handvormen
Welke handvorm hoort nu wel of niet bij een gebarentaal? (regels).
Kijken naar twee aspecten, voor het beschrijven van de handvormen.
1.Geselecteerde vingers
- acteve/belangrijke vingers tjdens het maken van de handvorm.
- Hoeven niet persé de uitgestoken vingers te zijn.
- Vingers die contact met lichaam, hoofd of andere hand/arm maken.
- Speciale stand (gebogen, gesloten, gespreid)
- Kunnen bewegen (openen, sluiten)
2. Oriëntate van de hand
Absolute beschrijving :
- Buiging van de vingers (b.v. C-hand)
- Spreiding van de vingers (b.v. 5-spreid)
- Openingsrelate tussen duim en geselecteerde vingers (b.v. T-hand)
- Stand kenmerken hebben betrekking op geselecteerde vingers
Bijv: MAKKELIJK: vingers wijzen naar voren.
Relateve beschrijving: De relate van de hand tot de locate war het gebaar gemaakt wordt. (Onno
Crasborn). Bijv: MAKKELIJK: de vingers van de hand wijzen naar de kin.
9 meest voorkomende (in gebarentalen tot nu toe onderzocht):
- B, 1, 5, S, (ongemarkeerde handvormen)
- ‘Geld’, T, A, V, C (gemarkeerde handvormen)
Lexicon
= “De totale verzameling van betekenisdragende elementen (de woorden of gebaren) van een taal
wordt een lexicon (woordenschat of gebarenschat) genoemd.” (Schermer et al. 1991: 85)
= woordenschat/gebarenschat.
Het lexicon staat in een woordenboek, maar daar staan niet ALLE woorden in.
Lexicon van een taal groeit, dat kan je niet per dag bij werken.