College 1 (Passer hoofdstukken 1 en 4)
Waar komen overtuigingen vandaan?
- Tenacity: iets geloven omdat je dat altijd deed of het altijd werd geloofd,
voorbeeld: er wordt bewezen dat de aarde rond is en er nog steeds vanuit
gaan dat het plat is.
- Authority: vertrouwen op anderen als onze bron van kennis en
overtuigingen, voorbeeld: iets geloven omdat het in het boek staat.
- Reason: logisch en rationeel denken, voorbeeld: van elke dag McDonalds
eten wordt je dik.
- Empiricism: gebaseerd op eigen ervaringen of rituelen, voorbeeld: elke
keer op dezelfde plek leren omdat je denkt dat dit helpt bij een hoger cijfer
-> niet representatief en mogelijke confrmation bias.
- Science: vertrouwen op de wetenschap, voorbeeld: geloven in het
bystander-efect omdat hier onderzoek naar is gedaan.
Doelen van de wetenschap:
- Description: identifceren van specifeke aspecten van verschil in gedrag,
emoties, gedachtes, etc. Voorbeeld: ‘Verschillen jongens van meisjes in de
manier van pesten die ze gebruiken?’.
- Explanation: hypothese formuleren en verklaren, theorie opbouwen.
Voorbeeld: ‘Waarom verschillen jongens van meisjes in hun manier van
pesten?’.
- Prediction: kijken naar associaties of voorspellingen tussen X en Y, if-then
statements.
- Control: de condities beïnvloeden en hieruit causale conclusies opstellen.
Karakter van wetenschap:
- Bevat aannames
- Is empirisch en systematisch
- Focus op testbare vragen
- Streeft naar nauwkeurigheid en
objectiviteit
- Vereist duidelijke defnities:
o Operational defnition:
variabele beschrijven in
termen van de procedure
om het te meten of
manipuleren.
- Openbare rapportage:
o Peer-reviewed journal:
rapportages die voordat ze gepubliceerd zijn gescreend worden door
experts.
- Voorlopig, niet absoluut
- Corrigeert zichzelf:
o Replication: een onderzoek opnieuw doen om te kijken of er
dezelfde bevindingen uitkomen.
- Het heeft een limit, geen antwoord op alles
Twee verschillende soorten onderzoek: