1. Inleiding.............................................................................................................................................. 3
1.1 Stageplek...................................................................................................................................... 4
1.2 Casusbeschrijving..........................................................................................................................4
1.3 Het methodisch werken proces.................................................................................................... 4
2. Oriëntatie op jezelf............................................................................................................................. 4
2.1 Opvattingen met betrekking tot de doelgroep van de cliënt........................................................5
2.2 Mijn kwaliteiten en valkuilen in het werken met deze doelgroep................................................ 5
2.3 Visie en mensbeeld.......................................................................................................................5
2.3.1 Visie en mensbeeld binnen de instelling................................................................................6
2.3.2 Mijn eigen visie en mensbeeld...............................................................................................6
3. Oriëntatie op de cliënt........................................................................................................................ 6
3.1 Oriëntatiefase............................................................................................................................... 7
3.1.1 Microniveau........................................................................................................................... 7
3.1.2 Mesoniveau........................................................................................................................... 8
3.1.2.1 Ecogram.......................................................................................................................... 9
3.1.3 Macroniveau........................................................................................................................ 10
3.2 Probleemanalyse........................................................................................................................ 11
3.2.1 Analyse op de drie niveaus.................................................................................................. 11
3.2.2 Formuleren van hulpvragen en bijbehorende doelen......................................................... 12
3.2.3 Prioritering van de hulpvragen.............................................................................................13
3.3 Plan van aanpak..........................................................................................................................13
3.3.1 Plan van aanpak voor een andere baan...............................................................................13
3.3.2 Plan van aanpak om het appartement schoon te houden...................................................14
3.3.3 Plan van aanpak om inzicht te krijgen in geldzaken.............................................................15
3.4 Uitvoering................................................................................................................................... 16
3.4.1 Een andere baan.................................................................................................................. 16
3.4.2 Schoonhouden van het appartement.................................................................................. 16
3.4.3 Inzicht in geldzaken..............................................................................................................17
3.5 Evaluatie..................................................................................................................................... 18
3.5.1 De start................................................................................................................................ 18
3.5.2 Het verloop.......................................................................................................................... 18
3.5.3 Het resultaat........................................................................................................................ 20
3.6 Reflectie...................................................................................................................................... 20
2
, 3.6.1 Normatieve professionaliteit............................................................................................... 21
3.6.2 Technische (instrumentele) professionaliteit.......................................................................22
3.6.3 Persoonlijke professionaliteit...............................................................................................23
4. Slot....................................................................................................................................................24
5. Literatuurlijst.....................................................................................................................................25
6. Bijlagen............................................................................................................................................. 27
Bijlage 1: Casusbeschrijving.............................................................................................................. 28
Bijlage 2: Ecogram.............................................................................................................................29
3
, 1. Inleiding
1.1 Stageplek
Ik loop stage bij JP van den Bent op de locatie Mercurius in Almelo. Mercurius is een 24-uurs
woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Hierbij is er bij de meeste cliënten ook
sprake van bijkomende problematiek, zoals hechtingsproblematiek, dementie, autisme etc. Op deze
locatie wonen 14 cliënten in de leeftijdscategorie van 21 t/m 72 jaar. Door het verschil in levensfase
en problematieken heeft iedere cliënt een unieke ondersteuningsvraag. Deze ondersteuningsvragen
zijn gericht op de volgende levensgebieden:
- Controle op zelfverzorging
- Lichamelijke zorg
- Sociaal functioneren
- Emotioneel functioneren
- Zelfredzaamheid, op weg naar zelfstandigheid
1.2 Casusbeschrijving
Voor dit verslag kies ik Tom. Tom is een jongen van 24 jaar met een verstandelijke beperking. Zijn
sociaal-emotionele ontwikkeling laat een wisselend beeld zien. De meeste overeenkomsten zijn er
met de eerste individuatiefase. Dit betekent dat hij baat heeft bij autonomie. Echter, blijft het daarbij
wel belangrijk dat hij kan terugvallen op de 'belangrijke andere' (Tieleman, 2019). Voor een
uitgebreide casusbeschrijving verwijs ik u naar bijlage 1: Casusbeschrijving.
Volgens artikel 19 van de beroepscode dien ik rekening te houden met de privacy van de cliënt (Van
der Meij & Luttik, 2018). Ik heb in overleg met Tom besloten om zijn eigen naam te gebruiken in dit
verslag.
1.3 Het methodisch werken proces
Gedurende het verslag beschrijf ik mijn manier van handelen in het methodisch werken proces. Ik
laat zien welke vragen ik heb gesteld in gesprekken met Tom en hoe ik op sommige momenten op
hem heb gereageerd. Hierin maak ik in grote lijnen het gesprek duidelijk. In december 2022 ben ik
begonnen met de oriëntatiefase. Vanaf toen ben ik elke week minimaal één keer bij Tom langsgegaan
tijdens een begeleidingsmoment. Ook hebben we in de weekenden dat hij thuis was wel eens een
wandeling gemaakt of ben ik spontaan even langsgegaan bij Tom. In december/begin januari hebben
we samen doelen opgesteld en in januari/februari zijn we begonnen met de uitvoering van de
doelen.
4