Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Het soort onderzoek waar dit boek op gericht is
Praktijkgestuurd onderzoek: Het gezamenlijke zoekproces van onderzoekers en
praktijkfunctionarissen, met het doel informatie te verzamelen die het praktisch handelen van een
individuele praktijkfunctionaris, een groep van organisaties verandert. Vanuit de praktijk naar de
wetenschap, met de praktijk aan het stuur, is bottom-up.
Praktijkgericht onderzoek: Het doel is om wetenschappelijke kennis in praktijksituaties toe te passen,
of de praktijk te benutten als informatiebron voor het toetsen van theorieën of het construeren van
tests en vragenlijsten. Het gaat hier om beweging vanuit de wetenschap naar de praktijk, het is top-
down onderzoek.
1.2 Voorbeelden
-
1.3 Aan de slag
Zaken die je je moet realiseren voor je aan de slag gaat met onderzoeken:
Onderzoek verloopt volgens een onderzoekscyclus, met logische stappen die steeds om
doordenking en besluitvorming vragen.
Onderzoek vereist een persoon met kennis en kunde om dit proces goed te doorlopen.
Onderzoek vereist een context die het onderzoek moet kunnen schragen en dragen?
Vijf benodigdheden die de kans van slagen van een onderzoek optimaliseren (5 B’s):
1. Belang
2. Bereid
3. Bekwaam
4. Beschikbaar
5. Benutting
1.4 De onderzoekscyclus
Conceptualiseren: Inperking: Probleemstelling, Doelstelling en Vraagstelling.
Inrichten: Concretisering: Wie? Wat? Wanneer? Hoe?
Uitvoeren: Verbreding: Dataverzameling, Dataverwerking en Rapportage.
Controleerbaar: De kwaliteit van het onderzoek is duidelijk en daarmee is ook duidelijk in welke mate
we de verkregen kennis kunnen vertrouwen.
Herhaalbaar: Een andere onderzoeker kan checken of hij hetzelfde vindt.
Interne validiteit: Onderzoek wat controleerbaar is, geeft geldige ‘ware’ resultaten.
Externe validiteit: Resultaten die ook in het algemeen gelden.
1.5 Persoon en context
1.5.1 De Persoon van de onderzoeker
Intuïtief practicus (100% practicus): Stelt zijn praktisch handelen voorop, heeft weinig met onderzoek
en zal ok niet gauw kennis uit onderzoek benutten om zijn praktisch handelen te sturen.
Klinisch wetenschapper (100% wetenschapper): Weinig met de onderwijs- of zorgpraktijk, hij
onderzoek misschien wel verschijnselen in die praktijk, maar doet dit vooral vanuit een theoretische
interesse en de wens daarover te publiceren.
Reflectieve practicus: reflecteert systematisch op zijn handelen en vraag zich af waarom hij de dingen
doet zoals hij ze doet, probeert de intuïtieve kennis te expliciteren.
Evidence-based practicus: Laat zijn handelen leiden door wetenschappelijke kennis, hij volgt de
richtlijnen en protocollen die op basis daarvan zijn opgesteld. De beste oplossing wordt niet alleen
bepaald door de wetenschap, maar ook door de wensen van de klant (patiënt, cliënt, leerling), zijn
eigen expertise en de context (organisatie, landelijk beleid) waarin hij werkt.
Practicus-onderzoeker: Volgen van de methodologie van de onderzoekscyclus, bezig zijn met
expliciteren en toetsen van praktijkkennis.
, 1.5.2 De context van het onderzoek
Structuur van organisatie: Het totaal van de verschillende manieren waarop het werk in afzonderlijke
taken is verdeeld en de wijze waarop deze taken vervolgens worden gecoördineerd (hardware,
formele kant van de organisatie).
Cultuur van organisatie: De som van alle gemeenschappelijk en als vanzelfsprekend ervaren
veronderstellingen die een groep in de loop van haar bestaan heeft geleerd (software, informele kant
van de organisatie).
1.5.3 Persoon en context in schema
Belang: Voordeel dat jij als persoon en jouw organisatorische context zien of hebben in het onderzoek
en de resultaten daarvan.
Bereidheid: De wil het onderzoek te gaan doen en het ook uit te voeren zoals afgesproken. Dat geldt
zowel voor jou als persoon als voor collega’s op verschillende niveaus van de organisatie, van
uitvoering tot management.
Bekwaamheid: Het kunnen, je vaardigheden om het onderzoek op te zetten en uit te voeren en de
vaardigheden van betrokkenen in jouw context om aan het onderzoek bij te dragen. Deze laatsten
kunnen inhoudelijk collega’s zijn, maar ook collega’s van ondersteunende diensten zoals de
administratie of de ict-afdeling.
Beschikbaarheid: Het hebben van tijd en middelen. Jijzelf en collega’s kunnen wel bereid en bekwaam
zijn, maar zijn ze er ook op het moment dat het nodig is?
Benutting: Beoogde verbetering staat centraal. Praktijkgestuurd onderzoek wordt meestal uitgevoerd
om dingen te veranderen, een minder gewenste situatie moet dan veranderen in een gewenste.
Omschrijving van de 5B’s bij Persoon en Context
Persoon Context
Belang Je verwacht dat het onderzoek jou een Betrokkenen, de leerlingen of
voordeel oplevert: cliënten, de collega’s, het
- Een probleemoplossing management binnen de instelling
- Een gewenst doel verwachten dat het onderzoek voor
- Een sterkere positie binnen de hen een voordeel oplevert:
instelling - Een probleemoplossing
- Iets extra’s, bijv. geld, een promotie, - Een gewenst doel
andere werkzaamheden - Een sterkere positie binnen de
- Een getuigschrift in geval van opleiding instelling
- Een sterkere positie van de
instelling bijv. geld, kwaliteitskenmerk
Bereidheid Je vindt het onderzoek de moeite waard Betrokkenen vinden het onderzoek
en wilt je hiervoor inspannen: de moeite waard en willen hun werk
- Omdat je graag een bijdrage levert, je graag beter doen en willen zoeken
wilt je werk beter doen (intrinsiek). naar verbetering (intrinsiek). Men wil
- Omdat er iets moet gebeuren, er een bijdrage leveren door wat er van
worden eisen gesteld door anderen hen gevraagd wordt uit te voeren, het
(extrinsiek) is ‘voor de goede zaak’ (extrinsiek)
Bekwaamheid Je beschikt over methodologische Betrokkenen kunnen een bijdrage
kennis en vaardigheden om het leveren, ze beschikken over kennis
onderzoek uit te kunnen voeren. Je kunt van zaken en hebben de
een plan opstellen en volgens dat plan vaardigheden die voor hun bijdrage
werken en bent in staat aanpassingen te aan het onderzoek nodig zijn. Ze
doen waar nodig. Je kunt collega’s kunnen kritisch meedenken bij de
stimuleren en leiding geven aan het opzet en uitvoering van het
onderzoek. Je staat open voor kritiek en onderzoek.
weet wanneer je hulp moet vragen. Je
kunt communiceren en gedachten op
papier zetten.
Beschikbaarheid Je hebt tijd en middelen om het Betrokkenen hebben tijd om er
onderzoek uit te voeren. Er zijn aandacht aan te besteden, samen
materialen en je kunt anderen over te praten, middelen die het