Week 1: Historisch overzicht
Organisa5etheorie
- Organisa5e: sociale en5teit; grens; ; con5nu basis func5oneert gemeenschappelijke doelen
- Organisa5estructuur: beoordeeld op voor- en nadelen; doelen en omgevingsvariabelen; door
individuen gecoördineerd.
Organisa5edynamiek
- Bekend en geschreven; effec5viteit; weerstand en kosten
Drie paradigma’s
- Wereldbeeld van ac5es, gedachtes; geen alterna5even overwogen
- Moderne: Omgeving à Structuur; à Con5ngency theorie
- Symbolische: Betekenis; Sociale construc5es
- Postmoderne: Macht; Niet staat vast; Cri5cal theorie
Modernisme
- Early days à Behavioralist à Decision-making/Problem-solving à Con5ngency-approach
Vertegenwoordigers van de historische ontwikkeling
- Max Weber à Bureaucra5e; ideaal; voortang efficiënter
- Taakverdeling; hiërarchische bedrijfscultuur; hoge formalisering; impersonaliteit; meritocra5e; career
tracks; duidelijke persoons- en organisa5e-scheiding
- Herbert Simon à maken beslissing; niet totale zoektocht; begrensde ra5onaliteit; modernisme
Ra5onele besluitvorming
- Analyseprocessen van probleem tot oplossing; doel bestuurd en verenigd
- Alterna5even kosteloos en groot aantal
- Gevolgen alterna5even voorzien
- Gekozen à Doelen maximalisa5e
Besluitvorming onder bounded ra5onality (gevolgen)
- Bevredigend: Eerste alterna5ef i.p.v. maximaliseren
- Zoeken: Gefocust op presta5es onder ambi5es, pas na probleem
- Het volgen van regels: ervaringen in vorm van regels à incrementele innova5es, lokale basis
- Niet volledig ra5oneel; beperking cogni5eve vaardigheden; economische wereld complex
- Neoklassieke economie à ra5onale planning en criteria analyse
Macht en poli5ek
- Bounded ra5onality à Doelen niet eenduidig à Doel en besluitvorming door machthebbers
- Voorwaarde organisa5epoli5ek: Onenigheid of onzekerheid
Poli5ek model van besluitvorming
- Diversiteit doelen en interesses à coali5e weergave
- Ac5es, geen alterna5even
- Beslissing à onderhandeling tussen groepen en machtsverdeling
- Con5ngency approach: druk omgeving à structuur (organisa5e-omgeving fit)
Differen5a5e à Balans van integra5e à gemeenschappelijke doelen te bereiken
- Mechanische structuur (verschil=rou5ne van werk):Autoritair; taakomschrijving; centralisa5e; regels
- Organische structuren: flexibel; innova5ef; situa5e gericht; interac5ef; crea5viteit of exper5se
, - Symbolisme: Eigen interpreta5e; belangrijkste processen à vastgestelde product van sociaal
gedeelde overtuigingen
- Ins5tu5onalisme: Legi5miteit, ondersteuning en interne symbolische waarde; regels en eisen
Week 2: Sociale structuur en integra5e
- Integra5emechanisme: bureaucra5e; con5ngency theorie; nieuwe structuren; technologie
- Analyseren organisa5e à Dimensies van de sociale structuur van de organisa5e
Administra5eve component; differen5a5e; integra5e; centralisa5e; standaardisa5e; formalisa5e;
specialisa5e
Organisa5estructuur
- Taakverdeling; autoriteit; repor5ng rela5onship; formele coordina5emechanismen en
interac5epatronen.
Coördina5e
- Horizontale afstemming tussen afdelingen
- Geprogrammeerde coördina5e: regels; van tevoren; planningsmethoden; doelen en targets
- Individuele coördina5e: persoonsgebonden; procedurele hiërarchische afstemming (grenssleutel)
- Informele coördina5e (persoonlijk): wederzijdse directe afstemming; spontane afstemming
Integra5e
- Coördina5e: taken, func5e, mensen à eenheid inspanning
- Regels, procedures en schema’s à geprogrammeerde coördina5e
- Hoge mate hiërarchie, verbindingsrollen à individuele coördina5e
- Verplichten taken met crossfun5onele teams, direct communica5e à informele coördina5e
Bureaucra5e
- Persoonlijke beguns5ging à bureaucra5e
- Taakverdeling; hiërarchische bedrijfscultuur; hoge formalisering; impersonaliteit; meritocra5e; career
tracks; duidelijke persoons- en organisa5e-scheiding
- Red-tape en verbureaucra5seren
- Nadelen bureaucra5sering: Inefficiën5e; Slecht met verandering; goal displacement
- Voordelen bureaucra5e: verdiensten als selec5ecriteria (subjec5eve behandeling); werkzekerheid;
regels en voorschriaen voor besluiten; duidelijke gezag en verantwoordelijkheid
- Nadelen bureaucra5e: bureaucra5sch gedrag; moeilijkheid veranderen; vervreemding;
geconcentreerde macht; overbezebng; groocormaat met lage produc5viteit
Con5ngency Approach: integra5e
- Rela5e omgeving en organisa5e à dimensies van de sociale structuur van de organisa5e
- Lawrence & Lorsch (differen5a5e): stabiliteit omgeving à organisa5estructuur à onderscheiden:
mate van formaliteit (hoge formalisa5e bij stabiele omgeving) ; taak oriënta5e (taakzekerheid) of
rela5e oriënta5e (taakonzekerheid); 5jd oriënta5e (snel feedback is korte termijn) ; doel oriënta5e
- Verschil structuurà Doelgerichtheid; 5jdoriënta5e; type taak(klant); differen5a5e en integra5e
- Stabiele omgeving à hiërarchie en centralisa5e
- Instabiele omgeving à informele coordina5e en decentralisa5e
Technologie: integra5e
- Informa5e, apparatuur en processen (apparatuur + transforma5eproces) à inputs naar outputs
- Con5ngency theorie: Technologie à organisa5estructuur
- Woodward: Technische complexiteit en Perrow: Onzekerheid en Thompson: Afankelijkheid
- Perrow: Complexiteit àTaakvariabiliteit groot;uitzondering methode à taakanalyseerbaarheid