Hoofdstuk 1: Mechanicisme
Wilhelm Wundt begon in 1879 eerst psychologische labaratorium. Hij geloofde dat
psychologie een wetenschappelijke studie was, maar beperkt was door de fundamentele
aspecten van de waarneming.
Wundt-1: experimenteel wetenschapper die psychologische experimenten uitvoert in lab.
Wundt-2 bestudeert en schrijft over onderwerpen waarbij onze bewuste en creatieve geest een
rol speelt als filosoof en niet als experimenteel psycholoog.
Hij gaf aandacht aan ‘de replicatie crisis’, dat als je bewust denken onderzoekt je elke keer
andere resultaten krijgt.
Voor Aristoteles was psyche het vermogen om te leven, te voelen en te weten (bijzonder want
combineert nature vs nurture). Hij werd aanbeden door edelen, maar ook legde hij als eerste
het heelal uit. Hij dacht dat aarde middelpunt van universum was. Hij legde slechts uit
waarom we deze volgorde volgen, maar niet hoe. Rond 1600 kwam nieuwe kijk op het heelal:
- Nicolaus Copernicus (1473-1543): zon is middelpunt en niet de aarde.
- Galileo Galilei (1564-1642): ontwikkelde basis van mechanica in natuurkunde.
- Francis Bacon (1561-1626): men moet eerst verschijnselen waarnemen, vervolgens
systematisch experimenten doen en tenslotte resultaten presenteren (inductie).
In de wetenschap vond verschuiving plaats van ‘waarom’ naar ‘hoe’.
Invloed van mechanicisme op wetenschap:
- Materialisme → alle bestaat uit materie, uit atomen. Primaire kwaliteiten van materie
zijn hun vorm, grootte en positie. Secundaire kwaliteiten van materie kunnen niet
worden gemeten.
- Analyse en kwantificering → het object dat wordt bestudeerd eerst ‘ontleden’ in losse
onderdelen en dan de interactie tussen deze onderdelen proberen te begrijpen op
functie van object te verklaren.
- Reductionisme → eigenschappen op een hoger niveau proberen te verklaren adh van
eigenschappen op een niveau (atomen het kleinst, bijv onderdeel van boom).
Plato stelde dat echte kennis is aangeboren (rationalisme). Ideeën zijn werkelijker dan de
fysieke wereld om ons heen en zitten in de ziel die is aangeboren. Aristoteles benadrukte de
rol van ervaren bij het verwerven van kennis (empirisme).
Drie hoofd debatten in de psychologie:
- Cognitie vs emotie → wordt ons gedrag voornamelijk beïnvloedt door logisch denken
(cognitie) of door emotie?
Descartes: ‘ik denk dus ik ben’, cognitie.
- Geest vs lichaam → zijn deze gescheiden?
Dualisme: geest en lichaam zijn twee losse entiteiten.
Monisme: geest en lichaam vormen één geheel.
Realisme: alles bestaat uit materie/lichaam
Idealisme: alles bestaat alleen uit ideeën/geest.
, - Nature vs nurture → zijn het de genen of de omgeving die ons gedrag bepalen?
Opvattingen epistemologie (houdt zich bezig met de vraag hoe wij tot ideeën en kennis
komen):
- Rationalisten stellen dat kennis aangeboren, logisch denken om dit te verwerven.
- Empiristen stellen dat we leren van ervaring en waarneming.
- Sceptici suggereren dat het onmogelijk is om kennis te verkrijgen,
Wilhelm Wundt begon in 1879 eerst psychologische labaratorium. Hij geloofde dat
psychologie een wetenschappelijke studie was, maar beperkt was door de fundamentele
aspecten van de waarneming.
Wundt-1: experimenteel wetenschapper die psychologische experimenten uitvoert in lab.
Wundt-2 bestudeert en schrijft over onderwerpen waarbij onze bewuste en creatieve geest een
rol speelt als filosoof en niet als experimenteel psycholoog.
Hij gaf aandacht aan ‘de replicatie crisis’, dat als je bewust denken onderzoekt je elke keer
andere resultaten krijgt.
Voor Aristoteles was psyche het vermogen om te leven, te voelen en te weten (bijzonder want
combineert nature vs nurture). Hij werd aanbeden door edelen, maar ook legde hij als eerste
het heelal uit. Hij dacht dat aarde middelpunt van universum was. Hij legde slechts uit
waarom we deze volgorde volgen, maar niet hoe. Rond 1600 kwam nieuwe kijk op het heelal:
- Nicolaus Copernicus (1473-1543): zon is middelpunt en niet de aarde.
- Galileo Galilei (1564-1642): ontwikkelde basis van mechanica in natuurkunde.
- Francis Bacon (1561-1626): men moet eerst verschijnselen waarnemen, vervolgens
systematisch experimenten doen en tenslotte resultaten presenteren (inductie).
In de wetenschap vond verschuiving plaats van ‘waarom’ naar ‘hoe’.
Invloed van mechanicisme op wetenschap:
- Materialisme → alle bestaat uit materie, uit atomen. Primaire kwaliteiten van materie
zijn hun vorm, grootte en positie. Secundaire kwaliteiten van materie kunnen niet
worden gemeten.
- Analyse en kwantificering → het object dat wordt bestudeerd eerst ‘ontleden’ in losse
onderdelen en dan de interactie tussen deze onderdelen proberen te begrijpen op
functie van object te verklaren.
- Reductionisme → eigenschappen op een hoger niveau proberen te verklaren adh van
eigenschappen op een niveau (atomen het kleinst, bijv onderdeel van boom).
Plato stelde dat echte kennis is aangeboren (rationalisme). Ideeën zijn werkelijker dan de
fysieke wereld om ons heen en zitten in de ziel die is aangeboren. Aristoteles benadrukte de
rol van ervaren bij het verwerven van kennis (empirisme).
Drie hoofd debatten in de psychologie:
- Cognitie vs emotie → wordt ons gedrag voornamelijk beïnvloedt door logisch denken
(cognitie) of door emotie?
Descartes: ‘ik denk dus ik ben’, cognitie.
- Geest vs lichaam → zijn deze gescheiden?
Dualisme: geest en lichaam zijn twee losse entiteiten.
Monisme: geest en lichaam vormen één geheel.
Realisme: alles bestaat uit materie/lichaam
Idealisme: alles bestaat alleen uit ideeën/geest.
, - Nature vs nurture → zijn het de genen of de omgeving die ons gedrag bepalen?
Opvattingen epistemologie (houdt zich bezig met de vraag hoe wij tot ideeën en kennis
komen):
- Rationalisten stellen dat kennis aangeboren, logisch denken om dit te verwerven.
- Empiristen stellen dat we leren van ervaring en waarneming.
- Sceptici suggereren dat het onmogelijk is om kennis te verkrijgen,