Student: van der Tuuk, E.
Studentnummer: 431616.
Praktijk instelling: Hanzehogeschool Groningen.
Inleverdatum: 21-5-2023.
Klas: MONC1.
Werkbegeleidster: Greidanus, M.
Werkplek: ZINN, de Burcht.
Minor: Oncologie, verpleegkundig pleidooi.
Examinator: van der Werf, F.
Inhoudsopgave
1
,Inleiding………………………………………………………………………………………………
………………………………………………3
1.
Literatuurstudie………………………………………………………………………………………
……………………………………….4
2. De
interventies……………………………………………………………………………………………
…………………………………...5
2.1 Wetenschappelijke
artikelen………………………………………………………………………………………………
………….5
2.2 Conclusie wetenschappelijke
artikelen…………………………………………………………………………………………..5
3. Moreel
dilemma………………………………………………………………………………………………
………………………………6
4.
Conclusie………………………………………………………………………………………………
…………………………………………7
5.
Literatuurlijst…………………………………………………………………………………………
…………………………………………8
2
, Inleiding
Dit verslag is geschreven, omdat gepleit is voor een interventie in de
oncologische zorg. Het gezondheidsprobleem dat in dit verslag centraal staat is
mammacarcinoom Als het gaat om de prevalentie in Nederland is
mammacarcinoom de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen.
Namelijk 1 op de 7 vrouwen komen in aanmerking met mammacarcinoom. Uit
onderzoeken is gebleken dat ieder jaar meer dan 3000 vrouwen aan een
mammacarcinoom overlijden. In 2021 overleden er 3059 vrouwen aan een
mammacarcinoom. Een aantal factoren vergroten het risico op een
mammacarcinoom, bijvoorbeeld 80% van de vrouwen zijn ouder van 50 jaar. De
volgende factoren kunnen ook van invloed zijn: 5-10% erfelijke aanleg, laat in de
overgang, kort of geen borstvoeding geven, weinig beweging en overmatig
alcohol gebruik (RIVM, 2023).
Echter geven tot heden nog veel vrouwen geen borstvoeding. Het is onder de
vrouwen nog niet bekend genoeg dat borstvoeding de kans op een
mammacarcinoom verlaagd (Kanker.nl, z.d.). Daarom wordt in dit verslag gepleit
voor een passende interventie, namelijk het promoten van borstvoeding geven.
De wenste uitkomst is dat vrouwen meer borstvoeding gaan geven als primaire
preventie tegen mammacarcinoom.
Het gestelde doel wordt ondersteund door verschillende morele principes
waaronder:
1. Gezondheidsbevordering, namelijk de gezondheidsbevordering staat ervoor
dat maatregelen genomen worden die het welzijn bevorderen. Het promoten van
borstvoeding als primaire preventie tegen een mammacarcinoom past binnen de
gezondheidsbevordering
2. Autonomie. Autonomie staat voor het respecteren van de vrijwillige keuze
die vrouwen hebben. Door de vrouwen goed te informeren over de voordelen van
borstvoeding met betrekking tot een mammacarcinoom kunnen vrouwen
doormiddel van autonomie de keuze maken.
3. Eerlijkheid, namelijk door eerlijke communicatie naar de vrouwen wordt het
verband tussen borstvoeding en mammacarcinoom in vertrouwen gedeeld.
Om het gestelde doel te ondersteunen zijn deze morele principes van groot
belang om het gewenste doel te behalen (Stichting tegen kanker, z.d.).
3