,Inleiding
Hoofdstuk 1 3
Hoofstuk 2 5
2.1 Decentraal tenzij 5
2.2 Beleid en normen op het gebied van de fysieke leefomgeving 6
2.3 Participatie 6
Hoofdstuk 3 8
3.1 Het nieuwe omgevingsplan (OP) 8
3.2 OV (OmgevingsVergunning) Procedure 11
Hoofdstuk 4 slopen en bouwen 12
4.1 Technisch bouwen 12
4.2 Opa (ruimtelijk bouwen) 12
Hoofdstuk 5 Handhaven 14
Hoofdstuk 6 Nadeelcompensatie 15
Pagina 2 van 16
, Hoofdstuk 1
Het systeem van het nieuwe Omgevingsrecht op decentraal niveau.
Provincies, gemeenten en waterschappen krijgen vanuit de centrale wet- en regelgeving
bevoegdheden dit noemen we decentralisatie:
1. Elke gemeente zet al haar regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in haar
omgevingsplan.
2. Elk waterschap zet al haar regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in haar
waterschapsverordening
3. Elke provincie zet al haar regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in haar
omgevingsverordening.
Dit proces van decentralisatie zorgt ervoor dat lokale en regionale overheden beter kunnen
inspelen op de speci eke behoeften en omstandigheden binnen hun eigen gebieden. Het stelt hen
in staat om beleid en regelgeving op maat te maken die nauwer aansluiten bij de lokale situatie,
wat uiteindelijk kan leiden tot effectievere en ef ciëntere besluitvorming en uitvoering van taken
De Omgevingswet (Ow) bevat 6 kerninstrumenten die worden gebruikt om de doelstellingen van
de wet te bereiken:
1. Omgevingsvisie:
• Dit is een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving.
• Verplicht voor het Rijk, provincies en gemeenten.
• Het bevat beleid maar geen normen.
2. Omgevingsprogramma:
• Het omgevingsprogramma geeft aan hoe de doelen die gesteld zijn in de
omgevingsvisie worden bereikt.
• Het is gericht op de korte termijn en is geen integraal instrument.
• Voornamelijk bedoeld voor interne werking en bevat beleid maar geen normen.
3. Decentrale regelgeving:
• Decentrale regelgeving omvat de regels die zijn vastgesteld op lokaal niveau, zoals
gemeentelijke omgevingsplannen, provinciale omgevingsverordeningen en
waterschapsverordeningen.
• Deze regels zijn te vinden in respectievelijk artikel 2.4, 2.5 en 2.6 van de
Omgevingswet.
4. Algemene Rijksregels:
• Deze regels leggen plichten op aan burgers en bedrijven.
• Ze worden vastgelegd in twee Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's): het
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
• Bbl bevat regels met betrekking tot bouwen, slopen, gebruiken en instandhouden
van bouwwerken, terwijl Bal regels bevat voor milieubelastende activiteiten.
5. Omgevingsvergunning:
• Het uitgangspunt van de Omgevingswet is om het aantal omgevingsvergunningen te
verminderen door meer gebruik te maken van algemene regels en meldplichten.
• Voor bepaalde activiteiten is echter nog steeds een vergunning vereist, waarbij de
initiatiefnemer vooraf toestemming moet vragen.
• Het vooraf toetsen van activiteiten is het belangrijkste doel van de
omgevingsvergunning.
6. Projectbesluit:
• Het projectbesluit heeft een aparte procedure, bekend als de projectprocedure.
• Er zijn instructieregels vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) die van
invloed zijn op het projectbesluit.
• Het projectbesluit heeft invloed op het omgevingsplan op lokaal niveau.
Deze kerninstrumenten vormen de basis voor het bereiken van de doelstellingen van de
Omgevingswet, waarbij verschillende niveaus van overheid betrokken zijn en waarbij zowel
algemene regels als speci eke vergunningen worden gebruikt om de fysieke leefomgeving te
reguleren en te beheren.
Pagina 3 van 16
fi fi fi .