Klopto 2.1 hoorcollege 2 macula II
Voorbereiding
1. Geef aan welke klachten je kunt verwachten van patiënten met een verworven macula
aandoening
o Wazig zien→ moeilijk nabij werk, een van eerste symptomen
o Positief scotoom → patiënten klagen over iets dat het centrale zicht belemmert
o Metamorfopsie → vervormingen
o Micropsie → afbeelding grootte wordt verkleind
o Macropsie → afbeelding grootte wordt vergroot
o Kleuren worden door elkaar gehaald
o Moeilijk in het donker aanpassen
2. Vul vraag 1 verder aan. Geef van ieder klacht een verklaring met behulp van de
veranderingen in de macula
a. Geef een korte omschrijving van de 2 verschillende conventionele types. Geef ook
aan wat het verschil is tussen deze 2 types.
- Je hebt twee typen MD
o Droge →
▪ Begint met zeer geleidelijke aantasting van centrale visus
▪ Focale maculaire RPE-verschuiving en Drusen
▪ Begrensde gebieden met RPE-atrofie
▪ Geografische atrofie
▪ Focaal verlies van fotoreceptoren
▪ FAG laat corresponderende window-defecten van RPE zien
o Natte
▪ Begint met plotselinge metamorfopsie en centraal wazig zien.
▪ Subretinale grijzige of geelgrijze verkleuring
▪ Subretinale bloeding
▪ Harde exsudaten, die kunnen voorkomen bij bloedingen
b. Geef minimaal 5 risicofactoren voor het krijgen van MD en leg deze uit
o Leeftijd
o Ras → komt meer voor bij blanke
o Erfelijkheid
▪ Risico is 3x hoger
o Roken → verdubbeld risico
o Hypertensie → en andere cardiovasculaire aandoeningen
o Dieetfactoren
▪ Hoge vet inname verhoogt risico
▪ Hoge antioxidant inname soms protectief effect
o Aspirine
▪ Toename op neovascularisatie
o Andere factoren:
▪ Cataract operatie
▪ Blauwe ogen
▪ Veel zonlicht
▪ Vrouwen
, c. Leg uit wat drusen zijn en tussen welke laag ze zich bevinden
o Afzonderlijke afzettingen van abnormaal materiaal tussen de basale
lamina van het RPE en de binnenste collageen laag van het membraan
van Bruch
o Bestaat uit een breed scala van bestanddelen
▪ Verondersteld te zijn afgeleid van immuungemedieerde en
metabole processen van het RPE
o Classificatie
▪ Kleine dursen (ook wel harde)
• Zijn kleine ronde afzonderlijke geelwitte vlekken
• Klein risico op gezichtsveldverlies
▪ Intermediaire drusen → foto C
• Groter tussen 63 en 125 µm
• Geelwitte vlekken met vage randen
• Klein risico dat ze binnen 5 jaar tot AMD
uitgroeien
▪ Grote drusen (zachte drusen)
• Vage geelwitte retinale lesie
• Grote van >125µm
• Verhoogde kans op AMD
d. Geef een korte beschrijving van de symptomen en klinische beelden die je ziet bij
i. Non-exsudative AMD
o Symptomen
▪ Geleidelijke verslechtering van het
gezichtsvermogen
• Kan schommelen
• Beter bij fel licht
▪ Bilateraal
▪ Asymmetrisch
o Kenmerken (in volgorde )
▪ Talrijke intermediaire grote zachte drusen
▪ Focale hyper- en/of hypopigmentatie van
het RPE→ zie foto B
▪ Scherp afgebakende gebieden van RPE
atrofie → zie foto C
• Geassocieerd met : verlies van
netvlies en choriocapillaris
▪ Uitbreiding van atrofisch gebied → zie foto D
• Choroidale vaten kunnen zichtbaar
worden
• Drusen kunnen verdwijnen
▪ Drusenoïde RPE ontkoppeling
Voorbereiding
1. Geef aan welke klachten je kunt verwachten van patiënten met een verworven macula
aandoening
o Wazig zien→ moeilijk nabij werk, een van eerste symptomen
o Positief scotoom → patiënten klagen over iets dat het centrale zicht belemmert
o Metamorfopsie → vervormingen
o Micropsie → afbeelding grootte wordt verkleind
o Macropsie → afbeelding grootte wordt vergroot
o Kleuren worden door elkaar gehaald
o Moeilijk in het donker aanpassen
2. Vul vraag 1 verder aan. Geef van ieder klacht een verklaring met behulp van de
veranderingen in de macula
a. Geef een korte omschrijving van de 2 verschillende conventionele types. Geef ook
aan wat het verschil is tussen deze 2 types.
- Je hebt twee typen MD
o Droge →
▪ Begint met zeer geleidelijke aantasting van centrale visus
▪ Focale maculaire RPE-verschuiving en Drusen
▪ Begrensde gebieden met RPE-atrofie
▪ Geografische atrofie
▪ Focaal verlies van fotoreceptoren
▪ FAG laat corresponderende window-defecten van RPE zien
o Natte
▪ Begint met plotselinge metamorfopsie en centraal wazig zien.
▪ Subretinale grijzige of geelgrijze verkleuring
▪ Subretinale bloeding
▪ Harde exsudaten, die kunnen voorkomen bij bloedingen
b. Geef minimaal 5 risicofactoren voor het krijgen van MD en leg deze uit
o Leeftijd
o Ras → komt meer voor bij blanke
o Erfelijkheid
▪ Risico is 3x hoger
o Roken → verdubbeld risico
o Hypertensie → en andere cardiovasculaire aandoeningen
o Dieetfactoren
▪ Hoge vet inname verhoogt risico
▪ Hoge antioxidant inname soms protectief effect
o Aspirine
▪ Toename op neovascularisatie
o Andere factoren:
▪ Cataract operatie
▪ Blauwe ogen
▪ Veel zonlicht
▪ Vrouwen
, c. Leg uit wat drusen zijn en tussen welke laag ze zich bevinden
o Afzonderlijke afzettingen van abnormaal materiaal tussen de basale
lamina van het RPE en de binnenste collageen laag van het membraan
van Bruch
o Bestaat uit een breed scala van bestanddelen
▪ Verondersteld te zijn afgeleid van immuungemedieerde en
metabole processen van het RPE
o Classificatie
▪ Kleine dursen (ook wel harde)
• Zijn kleine ronde afzonderlijke geelwitte vlekken
• Klein risico op gezichtsveldverlies
▪ Intermediaire drusen → foto C
• Groter tussen 63 en 125 µm
• Geelwitte vlekken met vage randen
• Klein risico dat ze binnen 5 jaar tot AMD
uitgroeien
▪ Grote drusen (zachte drusen)
• Vage geelwitte retinale lesie
• Grote van >125µm
• Verhoogde kans op AMD
d. Geef een korte beschrijving van de symptomen en klinische beelden die je ziet bij
i. Non-exsudative AMD
o Symptomen
▪ Geleidelijke verslechtering van het
gezichtsvermogen
• Kan schommelen
• Beter bij fel licht
▪ Bilateraal
▪ Asymmetrisch
o Kenmerken (in volgorde )
▪ Talrijke intermediaire grote zachte drusen
▪ Focale hyper- en/of hypopigmentatie van
het RPE→ zie foto B
▪ Scherp afgebakende gebieden van RPE
atrofie → zie foto C
• Geassocieerd met : verlies van
netvlies en choriocapillaris
▪ Uitbreiding van atrofisch gebied → zie foto D
• Choroidale vaten kunnen zichtbaar
worden
• Drusen kunnen verdwijnen
▪ Drusenoïde RPE ontkoppeling