Werkcollege 1: Hart, ritme, geleiding, ECG, pols; de basis
De anatomie van het hart:
als enige slagader
zuurstofarm
als enige vene
zuurstofrijk
Hoe wordt het hart voorzien van bloed?
De hartspier wordt voorzien van bloed door cononairvaten (kransvaten). Deze liggen over
heel het hard heen.
De linker ventrikel heef een dikkere spierwand van de rechter ventrikel. Dit komt omdat het
veel kracht kost om het via de aorta het hele lichaam door te stuwen.
Grote circulate: zuurstof rijke bloed het lichaam in Kleine circulate: zuurstof arme bloed naar de longen
- linker ventrikel - rechter ventrikel
- aorta - a. pulmonalis(longslagader)
- arteriën(slagader) - longarteriën
- capillairen(haarvaten) - longcapillairen
- venen(aders) - v. pulmonalis
- vena cava inferior/superior - linker atrium
- rechter atrium
Linker atrium & ventrikel Zuurstofrijk deze aderen gaan vanuit het
hart naar het hele lichaam.
Rechter atrium & ventrikel Zuurstofarm deze aderen gaan vanuit het
hart naar de longen.
,TOETSMATRIJS VPK KENNIS 1 toetscode 2016BNKB1A
Kleppen en hun werking
Deze 4 kleppen zijn gevestgd aan de annulus fbrosus.
Atrioventriculaire kleppen AV-kleppen. Deze bevinden zich tussen het atrium en de
ventrikel.
Mitralisklep (links 2 slippig, boezem>kamer)
Tricuspidalisklep (rechts 3 slippig, boezem>kamer)
Artreriële kleppen/ Aortaklep (links, kamer>aorta)
Semilunair kleppen Pulmonaalklep (rechters, kamer>longslagader)
Bij een boezem systole stroom het bloed langs de boezemkamer kleppen, worden
automatsch opgedrukt. Wanneer de kamers samentrekken, drukt de bloeddruk de
boezemkamerkleppen dicht.
Als er een kamersystole is neemt het volume van de kamer af de bloeddruk neemt toe,
waardoor de 3 halvemaankleppen open gaan. Dit komt omdat de druk in de kamers hoger is
dan in de slagaders.
Wanneer de kamer zich weer gaat ontspannen, neemt de druk af en het volume toe
diastole
De druk in de slagaders is hoger dan in de kamers, dus wil terug stromen. Dit kan niet door
de 3 halvemaankleppen.
Bouw hartwand (van binnen naar buiten):
Endocard Laag endotheel met daaronder een laagje bindweefsel
Myocard Bestaat uit dwarsgestreept (maar onwillekeurig) spierweefsel
Epicard Dun elastsch laagje dat met het hart is vergroeid, viscerale
(binnenste) blad van het hartzakje
Pericard Pariëtale (buitenste) blad van het hartzakje
Hoe verloopt de prikkelgeleiding?
Prikkelgeleidingssysteem bestaat uit een netwerk van bepaalde cellen in het hart. Het hart
beschikt over Nodaal weefsel = kan zelfstandig impulsen generen.
Bestaat uit de Sinusknoop (50-100x p/m) AV-knoop bundel van His linker/rechter
bundeltakken tot de apex Purkinjevezels om de ventrikels heen.
, TOETSMATRIJS VPK KENNIS 1 toetscode 2016BNKB1A
Hoe is deze prikkelgeleiding te zien op het ECG?
P top = boezemcontracte
PR segment = de vertraging in de AV-knoop
Q dal = samentrekken van het septum
QRS complex = ventrikelcontracte
ST segment = geef de tjd weer waarin alle
ventrikelcellen gecontraheerd en gedepolariseerd zijn
T top = ontspanning van de hartspier + opladen voor de
volgende hartslag
TP = de rustase passief vullen v/d kamers voor 80%
Eén hartslag (1sec)
Verloop van de hartcyclus
-Hartrustase (0,7 sec)
AV kleppen open, het veneuze bloed vult de atria en ventrikels. Arteriële kleppen zijn gesloten
-Atriumsystole (0,1 sec)
Atria trekken samen en stuwen extra bloed in ventrikels
-Ventrikelsystole (0,2 sec)
AV kleppen sluiten 1e harttoon (ventrikel spier contraheert, de druk in de ventrikels groter dan
atrium. De druk neemt toe, het bloed opent de aorta en pulmonalisklep en het bloed stroomt uit.
Ejectefase Ventrikel ontspant, 2e harttoon, waardoor kleppen sluiten.
Isovolumetsche relaxte fase alle kleppen zijn gesloten.