Inhoud
Week 1 – Macht...................................................................................................... 2
Macht en invloed................................................................................................. 2
3 kenmerken van macht...................................................................................... 2
3 vormen van macht........................................................................................... 2
3 aanvullende kenmerken van macht.................................................................3
Bijzondere vormen van macht............................................................................. 3
Literatuur – Ellemers.............................................................................................. 4
Week 2 – Gezag...................................................................................................... 5
Autoriteit en gezag.............................................................................................. 5
Verschillen en overeenkomsten tussen macht en gezag/autoriteit.....................5
We kunnen niet zonder gezag / Verzet................................................................5
Literatuur – Verhaeghe........................................................................................... 6
Week 3 – Gezag: maatschappelijke veranderingen................................................7
Autonomie en paternalisme................................................................................ 7
Maatschappelijke veranderingen.........................................................................7
Oorsprong van gezag.......................................................................................... 7
Paternalisme........................................................................................................ 8
Nieuwe vormen van autoriteit............................................................................. 9
Cijfers als bron voor autoriteit............................................................................. 9
Sociale controle................................................................................................. 10
Literatuur – De Dijn............................................................................................... 10
Week 4 – Afhankelijkheid/ verantwoording & verantwoordelijkheid......................11
Afhankelijkheid.................................................................................................. 11
Toenemende bemoeienis van de staat..............................................................11
Wetten............................................................................................................... 12
Verantwoording en verantwoordelijkheid..........................................................12
Pagina 1 van 12
, Week 1 – Macht
Macht en invloed
Macht
Het vermogen of het middel om andere zijn wil op te leggen, ook als dezen niet
willen meewerken. Daarbij heeft macht het element van intentie en is het een
pressiemiddel om een doel uit te werken.
Voorbeeld Ouders hebben macht over je, of je leidinggevende op werk. Tijdens
corona had de overheid macht over je, op bepaalde plekken mocht je niet komen
zonder vaccinatie.
Invloed
Het vermogen of het middel om door suggestie en overhalen anderen ertoe te
brengen om te handelen in overeenstemming met de doeleinden of aanwijzingen
van de beïnvloeder. Invloed berust op argumenten.
Voorbeeld Influencers bieden een product aan, waardoor anderen worden
overgehaald het product te kopen.
Verschil macht en invloed
Invloed heeft geen dwingend karakter. Invloed is subtieler en er is geen sprake
van dwangmiddelen. Bij macht is het voorgaande wel het geval. Daarbij gaat het
bij macht om bindende beslissingen. Bij macht is er altijd een middel wat wordt
ingezet voor een doel. Een voorbeeld hiervan in het werkveld is de
Participatiewet. Het doel hiervan is om inzet te tonen en te participeren om het
doel te bereiken. De macht hierbij is dat je moét werken, anders zit je zonder
geld.
3 kenmerken van macht
1. Relatief
2. Relationeel
3. Reciproque/wederkerig/(a)symmetrisch
Relatief m.b.t. macht Macht heeft geen begin-/eindpunt, het staat niet vast.
Het kan op verschillende manieren beginnen.
Relationeel m.b.t macht Er is altijd een relatieverbinding tussen 2 entiteiten.
Deze relaties kunnen veranderen tussen elkaar.
Voorbeeld Tussen 2 landen/staten of personen.
Soorten machtsrelaties die hierbij horen:
- Intercursieve machtsrelaties Relaties tussen min of meer autonome
machtssystemen, bijv. tussen staten of politieke partijen.
- Integrale machtsrelaties Relaties binnen een machtssysteem, bijv. van de
staat ten opzichte van haar onderdanen.
Reciproque/wederkerig/(a)symmetrisch m.b.t macht Het kan wisselen
wanneer iemand macht heeft. Daarbij kan het zijn dat de ene partij meer macht
heeft dan de andere.
3 vormen van macht
1. Traditioneel
Pagina 2 van 12