Samenvatng blok 3. Gezonde en zieke cellen ll
Hoorcollege 1. Inleiding GZC1
Tumor = zwelling
Vormen van groei:
- Normale groei
- Groeistoornissen
o Aangepaste groei: adaptatie
o Autonome groei: tumorgroei
Groeistoornissen:
- Gecontroleerd (adaptatee: ontsteking, stress
o Kwanttatef: hypertroiee, atroiee
o Kwalitatef: metaplasie, dysplasie
- Ongecontroleerd (tumorgroeie: goedaardig en kwaadaardige tumoren
Gecontroleerde groeistoornissen
Kwanttateve adaptate:
- Toename van weefsel: hypertrofie → groei van individuele cellen:
o Fysiologisch: sporten
o Pathologisch: hypertensie zorgt voor ventrikelhypertroiee
- Toename van weefsel: hyperplasie → toename van aantal cellen:
o Fysiologisch: zwangerschap, puberteit
o Pathologisch: benigne prostaat hyperplasie
Combinates van hyperplasie en hypertroiee zijn mogelijk
- Afname van weefsel: atrofie
Kwalitateve adaptate:
- Metaplasie: verandering van het ene celtype naar andere celtype op een plaats waar die
normaal niet voorkomt. Het is een compensatemechanisme (bijv. chronische infammatee
waarbij een uitgerijpt weefsel overgaat in een ander uitgerijpt weefsel.
o Reversibel
o Pre-maligne-afwijking
o Verandering in celtype dat beter bestand is tegen stresssituate
Bijv.: cilinderepitheel ↔ meerlagig plaveiselepitheel. Door roken wordt bronchusslijmvlies
(cilinderepitheele omgezet naar plaveiselepitheel. Na roken kan dit weer terugkeren.
- Dysplasie: abnormale rijping, waardoor het een ongeorganiseerd proces wordt
o Verstoring architectuur
o Afwijkende cel- en kernmorfologie (atypiee
o Verstoorde uitrijping
o Mitosen in gehele epitheel
o Gradering: gering, matg en ernstg
o Ontstaat vaak in metaplastsch epitheel
o Niet altjd progressie naar kanker
1
,Als dysplastsch epitheel door basaalmembraan gaat, is er sprake van invasieve groei = maligniteit.
Ongecontroleerde groeistoornissen
Neoplasma/neoplasie: nieuwvorming
- Abnormale weefselmassa, waarvan groei ongecontroleerd is en uitstjgt boven die van
normaal weefsel, ook na stoppen van de stmulus die de verandering veroorzaakte
- Tumor (zwellinge: als synoniem gebruikt voor neoplasma
- Niet elke neoplasie vormt een tumor (bijvoorbeeld bij leukemiee
- Oncos = tumor, oncologie = leer van neoplasma’s
Goedaardig: benigne
Kwaadaardig: maligne = kanker
Goedaardig Kwaadaardig
Expansieve groei Inieltrateve groei
Geen metastasen Kan wel metastaseren
Lage groeisnelheid Hoge groeisnelheid
Scherp begrens en vaak een kapsel Onscherp begrensd en meestal geen kapsel
Tonen zelden necrose Tonen vaak necrose
Tonen geringe cel/kern-atypie Tonen vaak sterke cel/kern-atypie
Tonen geringe mitotsche actviteit Tonen hoge mitotsche actviteit
Goede differentategraad Matge tot slechte differentategraad
Naamgeving:
- Parenchym
- Stroma (vaste structuur om tumor heene:
o Vaak desmoplastsch
o Hierdoor is tumor vaak te palperen
o Interacte met tumorcellen
Naamgeving benigne tumoren:
- Epitheliaal (komt meest voore: huid, oesophagus, holle organen
o Cel van origine
o Onderlinge samenhang van tumorcellen: macroscopisch en microscopisch patroon
Adenoom: buisvormend
Papilloom: vingervormige uitstulpingen
Cystadenoom: holtevorming en buisvorming
Papillair cystadenoom: vingervormige uitstulpingen in holte
Poliep: tumor met of zonder steel uitstekend boven het slijmvlies
Met buisvorming: adenomateuze poliep
- Mesenchymaal: steun en bindweefsel (vet, vaten, bot, kraakbeen, spiere
o Cel van origine + achtervoegsel -oom/-oma
Chondroom, osteoom, leiomyoom (glad spierweefsele
o Niet alle -oomen zijn benigne. Uitzonderingen: lymfoom, mesothelioom, melanoom,
seminoom, neuroblastoom, teratoom
2
,Naamgeving maligne tumoren:
- Epitheliaal
o Groeiwijze/epitheeltype + carcinoom
Adenocarcinoom: buizen (grandulaire
Plaveiselcelcarcinoom: velden en verhoorning
Basaalcelcarcinoom velden (bijna nooit metasterene
Overgangsepitheelcelcarcinoom velden
- Mesenchymaal
o Cel van origine + sarcoom
Teratoom: carcinoom met haren, bot, talg, epitheel etc.
Differentiatie: in hoeverre lijkt de tumor nog morfologisch en functoneel op originele weefsel
- Benigne: goed gedifferenteerd
- Maligne: goed, matg of slecht gedifferenteerd
Ongedifferenteerd = anaplastisch: ontbreken van differentate
Criteria differentate:
- Polymorf, pleiomorf, anisomorf: variate in vorm en groote van cellen en/of kernen
- Hyperchromasie/groforellig chromatne: donkere kernen door meer DNA
- Verstoring kern-cytoplasma rato (grotere kerne
- Grotere nucleoli
- Toename aantal mitosen
- Atypische mitosen
- Tumorreuscellen
- Necrose
- Verstoring oriëntate cellen (polariteitsverliese
Metastasering = tumorimplantate ligt los van primaire tumor
Dit is zeker een kenmerk van maligniteit, Vrijwel alle kankers kunnen metastaseren, behalve
basaalcelcarcinoom en gliomen. Het vermogen tot metastaseren is niet af te lezen aan histologie.
Ten tjde van diagnose solide tumor is in 30i% van gevallen al metastasen.
Wegen van metastasering:
- Direct via doorgroei
- Lymfogeen
- Hematogeen
- Direct via lichaamsholten/oppervlakten
→ pleura, peritoneum, pericardium, subarachnoïdale ruimte
Oorzaken van kanker
Het ontstaan van een tumor is in essente terug te voeren op ontregeling van normale celcyclus. Een
tumor ontstaat door clonale expansie van één voorlopercel, waarvan het DNA beschadigd is.
- Chemisch carcinogenen
- Fysische carcinogenen
- Biologische carcinogenen
- Leefijd, ras, voeding, immuunsysteem
3
, Bij vrouwen komt vooral mammacarcinoom voor, bij mannen prostaatcarcinoom. Huid-, darm- en
longkanker zijn bij beide geslachten vaak voorkomend.
Genen die onder andere een rol spelen bij het ontstaan van kanker:
- Groeistmulate: proto-oncogenen (Her2e
- Groeiremming: tumorsuppressorgenen (P53, BRCA1e
- Genen die geprogrammeerde celdood reguleren
- DNA-reparate-genen
4
Hoorcollege 1. Inleiding GZC1
Tumor = zwelling
Vormen van groei:
- Normale groei
- Groeistoornissen
o Aangepaste groei: adaptatie
o Autonome groei: tumorgroei
Groeistoornissen:
- Gecontroleerd (adaptatee: ontsteking, stress
o Kwanttatef: hypertroiee, atroiee
o Kwalitatef: metaplasie, dysplasie
- Ongecontroleerd (tumorgroeie: goedaardig en kwaadaardige tumoren
Gecontroleerde groeistoornissen
Kwanttateve adaptate:
- Toename van weefsel: hypertrofie → groei van individuele cellen:
o Fysiologisch: sporten
o Pathologisch: hypertensie zorgt voor ventrikelhypertroiee
- Toename van weefsel: hyperplasie → toename van aantal cellen:
o Fysiologisch: zwangerschap, puberteit
o Pathologisch: benigne prostaat hyperplasie
Combinates van hyperplasie en hypertroiee zijn mogelijk
- Afname van weefsel: atrofie
Kwalitateve adaptate:
- Metaplasie: verandering van het ene celtype naar andere celtype op een plaats waar die
normaal niet voorkomt. Het is een compensatemechanisme (bijv. chronische infammatee
waarbij een uitgerijpt weefsel overgaat in een ander uitgerijpt weefsel.
o Reversibel
o Pre-maligne-afwijking
o Verandering in celtype dat beter bestand is tegen stresssituate
Bijv.: cilinderepitheel ↔ meerlagig plaveiselepitheel. Door roken wordt bronchusslijmvlies
(cilinderepitheele omgezet naar plaveiselepitheel. Na roken kan dit weer terugkeren.
- Dysplasie: abnormale rijping, waardoor het een ongeorganiseerd proces wordt
o Verstoring architectuur
o Afwijkende cel- en kernmorfologie (atypiee
o Verstoorde uitrijping
o Mitosen in gehele epitheel
o Gradering: gering, matg en ernstg
o Ontstaat vaak in metaplastsch epitheel
o Niet altjd progressie naar kanker
1
,Als dysplastsch epitheel door basaalmembraan gaat, is er sprake van invasieve groei = maligniteit.
Ongecontroleerde groeistoornissen
Neoplasma/neoplasie: nieuwvorming
- Abnormale weefselmassa, waarvan groei ongecontroleerd is en uitstjgt boven die van
normaal weefsel, ook na stoppen van de stmulus die de verandering veroorzaakte
- Tumor (zwellinge: als synoniem gebruikt voor neoplasma
- Niet elke neoplasie vormt een tumor (bijvoorbeeld bij leukemiee
- Oncos = tumor, oncologie = leer van neoplasma’s
Goedaardig: benigne
Kwaadaardig: maligne = kanker
Goedaardig Kwaadaardig
Expansieve groei Inieltrateve groei
Geen metastasen Kan wel metastaseren
Lage groeisnelheid Hoge groeisnelheid
Scherp begrens en vaak een kapsel Onscherp begrensd en meestal geen kapsel
Tonen zelden necrose Tonen vaak necrose
Tonen geringe cel/kern-atypie Tonen vaak sterke cel/kern-atypie
Tonen geringe mitotsche actviteit Tonen hoge mitotsche actviteit
Goede differentategraad Matge tot slechte differentategraad
Naamgeving:
- Parenchym
- Stroma (vaste structuur om tumor heene:
o Vaak desmoplastsch
o Hierdoor is tumor vaak te palperen
o Interacte met tumorcellen
Naamgeving benigne tumoren:
- Epitheliaal (komt meest voore: huid, oesophagus, holle organen
o Cel van origine
o Onderlinge samenhang van tumorcellen: macroscopisch en microscopisch patroon
Adenoom: buisvormend
Papilloom: vingervormige uitstulpingen
Cystadenoom: holtevorming en buisvorming
Papillair cystadenoom: vingervormige uitstulpingen in holte
Poliep: tumor met of zonder steel uitstekend boven het slijmvlies
Met buisvorming: adenomateuze poliep
- Mesenchymaal: steun en bindweefsel (vet, vaten, bot, kraakbeen, spiere
o Cel van origine + achtervoegsel -oom/-oma
Chondroom, osteoom, leiomyoom (glad spierweefsele
o Niet alle -oomen zijn benigne. Uitzonderingen: lymfoom, mesothelioom, melanoom,
seminoom, neuroblastoom, teratoom
2
,Naamgeving maligne tumoren:
- Epitheliaal
o Groeiwijze/epitheeltype + carcinoom
Adenocarcinoom: buizen (grandulaire
Plaveiselcelcarcinoom: velden en verhoorning
Basaalcelcarcinoom velden (bijna nooit metasterene
Overgangsepitheelcelcarcinoom velden
- Mesenchymaal
o Cel van origine + sarcoom
Teratoom: carcinoom met haren, bot, talg, epitheel etc.
Differentiatie: in hoeverre lijkt de tumor nog morfologisch en functoneel op originele weefsel
- Benigne: goed gedifferenteerd
- Maligne: goed, matg of slecht gedifferenteerd
Ongedifferenteerd = anaplastisch: ontbreken van differentate
Criteria differentate:
- Polymorf, pleiomorf, anisomorf: variate in vorm en groote van cellen en/of kernen
- Hyperchromasie/groforellig chromatne: donkere kernen door meer DNA
- Verstoring kern-cytoplasma rato (grotere kerne
- Grotere nucleoli
- Toename aantal mitosen
- Atypische mitosen
- Tumorreuscellen
- Necrose
- Verstoring oriëntate cellen (polariteitsverliese
Metastasering = tumorimplantate ligt los van primaire tumor
Dit is zeker een kenmerk van maligniteit, Vrijwel alle kankers kunnen metastaseren, behalve
basaalcelcarcinoom en gliomen. Het vermogen tot metastaseren is niet af te lezen aan histologie.
Ten tjde van diagnose solide tumor is in 30i% van gevallen al metastasen.
Wegen van metastasering:
- Direct via doorgroei
- Lymfogeen
- Hematogeen
- Direct via lichaamsholten/oppervlakten
→ pleura, peritoneum, pericardium, subarachnoïdale ruimte
Oorzaken van kanker
Het ontstaan van een tumor is in essente terug te voeren op ontregeling van normale celcyclus. Een
tumor ontstaat door clonale expansie van één voorlopercel, waarvan het DNA beschadigd is.
- Chemisch carcinogenen
- Fysische carcinogenen
- Biologische carcinogenen
- Leefijd, ras, voeding, immuunsysteem
3
, Bij vrouwen komt vooral mammacarcinoom voor, bij mannen prostaatcarcinoom. Huid-, darm- en
longkanker zijn bij beide geslachten vaak voorkomend.
Genen die onder andere een rol spelen bij het ontstaan van kanker:
- Groeistmulate: proto-oncogenen (Her2e
- Groeiremming: tumorsuppressorgenen (P53, BRCA1e
- Genen die geprogrammeerde celdood reguleren
- DNA-reparate-genen
4