Boek: Anatomie en Fysiologie.
Hoofdstuk 9: Het spijsverteringsstelsel.
Les: 10-09-2018 – voorbereiding.
9.1.1 Het spijsverteringsstelsel en de spijsvertering:
Spijsverteringsstelsel:
- Bestaat uit het spijsverteringskanaal en klieren die spijsverteringssappen afscheiden:
De mond met de speekselklieren.
De keelholte.
De slokdarm.
De maag.
De dunne en dikke darm.
De alvleesklier.
De lever.
De galblaas.
Spijsverteringsprocessen:
1. Opname van voedsel door de mond.
2. Het fjnmalen van dit voedsel.
3. Het verteren (afreken van voedingsstofenn odat e opgenomen kunnen worden
door de darmwand).
4. Het verder transporteren door de darmen van de spijsbrok die is ontstaan.
5. De opname van voedingsstofen in het bloed (resorptie).
6. Het verwijderen van de onverteerbare voedselresten doormiddel van uitscheiding.
Transport voeding:
- Door de waartekracht.
- De werking van spieren in de wand van de slokdarmn de maag en de darmen.
Peristaltiek:
- De knijpende beweging van de spieren in spijsverteringsorganen die ervoor orgt
dat het voedsel vooruitkomt in het maagdarmstelsel.
- Zet ich automatsch in golven in één richtng voortn van keel naar anus.
Vertering:
- Mechanische vertering = Het verteren van voedsel door beweging. Door het kauwen en
kneden van voedsel valt dit in steeds kleinere stukken uit elkaar.
- Chemische vertering = Het verteren van voedsel in de maag-darmkanaal doormiddel van
spijsverteringsappen. In de e sappen bevinden ich verteringsen ymen.
Spijsverteringsenzymen (gemaakt door speciaal klierweefsel):
- Amylasen afraak koolhydraten.
- Proteïnasen afraak ewiten.
- Lipasen afraak veten.
, 9.2 De mond:
De mond (Latijns: Os):
- Functi van di mond bij 㸸it spj svirtirjngsstilsil:
1. Opnemen van het voedsel.
2. Helpen bij het fjnmaken van het voedsel.
3. Vermengen van speeksel.
4. Toevoegen van het spijsverteringsen ym amylase.
5. Waarnemen van smaak.
- Andere belangrijke functes v.d. mond: resonanten artculate bij de spraakn mimiek.
De tong (Latijns: lingua):
- Functis van di tong:
1. Maakt het voedsel klein.
2. Zorgt ervoor dat de bolus steeds weer tussen de tanden en vooral de
kie en komt (ondersteunt kauwen).
3. Mengt het voedsel met speeksel.
4. De tong is onderdeel van het slikproces.
5. De tong heef smaakpapillen (taak: proeven).
6. Functe bij het spreken.
7. Rol bij de reiniging van het gebit en de mondholte.
- Bij verlamming van de tong ijn er enuwbanen beschadigdn dit kan leiden tot uitval van
Smaakpapillen. Ook is er een gevaar voor verstkking en je kan niet meer slikken.
Proeven:
- De smaakpapillen proeven primaire smaken ( oetn uurn out en biter).
- Voor het “proeven” van andere samen is het reuk intuig nodig.
- In samenspel van het reuk intuig en de papillen kunnen er diferentates in de vier
basissmaken worden waargenomen.
Gehemelte en gehemeltebogen:
- Harde gehemelte: voorste deel van het gehemelte.
- Zachte gehemelte: eer bewegelijke spiern bij het slikken beweegt het achte gehemelte
omhoog. Het sluit dan het bovenste deel van de keelholte af van de neusholte.
Slijmvlies:
- Slijmvlies dat de hal en van de tanden en de kie en bekleedt heet; tandvlees.