Boek: Anatomie en Fysiologie. Boek: Beknopte integrale ziekteleer.
Hoofdstuk 10.2 t/m 10.2.4 De Nieren. Hoofdstuk 3.6
Hoofdstuk 12.11.4 + 12.11.5 + 12.8.2
Les: 19-09-2018 – voorbereiding.
10.2 De nieren:
De nieren (Lat: renes) taken:
- Produceert urine, daarmee scheiden ze afvalstofen en giiige stofen uit.
- Reinigen het plasma en bepalen ze nauwkeurig uit hoeveel water, mineralen
en elektrolyten het plasma is samengesteld.
- Handhaven van een constant en schoon inwendig milieu.
- Handhaven juiste zuurgraad in het plasma, in samenwerking met de ademhaling.
- Handhaven van de bloeddruk.
Topografe en buitenkant:
- Boonvormige roodbruine organen, achter in de buikholte, ten hoogte v.d. lendenen.
- Rechternier: Onder de lever, iets lager dan de linkernier.
- Nieren liggen in een vetmassa (perirenale vet).
- Nier heei een dun en stevig bindweefselkapsel (het nierkapsel).
- Boven op de nieren liggen de bijnieren.
- Nierhilus: ingang en uitgang van bloedvaten en urineleiders.
, Bouw nieren - macroscopische:
- In het nierbekken (lat. Pelvis renalis) verzamelt zich de gevormde urine.
- Om het nierbekken bevind zich het nierweefsel, bestaat uit twee lagen:
1. Buitenste laag: De nierschors, ziet er gespikkeld uit.
2. Binnenste laag: Het niermerg, ziet er gestreept uit met kegelvormige structuren.
Bouw nieren - microscopisch:
- Gespikkelde uiterlijk v.d. schors nierlichaampjes, bestaat uit:
1. In elkaar gedraaide dunne bloedvaten (de glomerulus), met een aanvoerend
en een afvoerend bloedvaatje.
2. Dubbel kapsel om de glomerulus heen, het kapsel van Bowman. Binnenwand
bekleedt de bloedvaatjes, de buitenwand vormt een bolvormig
opvangschaaltje, dat doorloopt in een nierkanaaltje. Tussen de twee wanden
van het kapsel zit wat ruimte, hier begint de urinevorming.
Doorlaatbaarheid:
- Wand van de glomerulus laat veel vocht en daarin opgeloste stofen door, mits deze
stofen niet te groot zijn en de bloeddruk er op peil is.
- Het vocht dat in de kapsel van Bowman terecht komt is het begin van urine.
Bloedstroom in de nierschors en naar het niermerg:
- Elke nier heei een eigen slagader (lat: ateria renalis).
- Bloed stroomt in de slagadertakjes.
- Veel kleine vertakkingen lopen de schors in, hierin vormt veel glomeruli.
- Afvoerende vaatjes gaat naar het niermerg.
Bloedstroom in niermerg:
- Afvoerend vaatje bereikt het niermerg en vertakt zich in haarvaatjes rond een van de
nierkanaaltjes in het niermerg.
- Het zuurstofgebruik is heel hoog Processen in het niermerg vragen veel energie.
- Het bloed verzamelt zich in adertjes die zich verenigen in de nierader en verlaat het
orgaan via de nierhilus.
Nierkanaaltjes:
- In het kanaaltje stroomt het vocht verder dan in het kapsel van Bowman terecht was
gekomen. Uit dit vocht wordt urine samengesteld.
Nefron: nierlichaampje + nierkanaaltje:
- Schematsche weergave: