Boek: Anatomie en Fysiologie van de mens.
Hoofdstuk 14.9 Regeling van de lichaamstempratuur
14.9 Regeling van de lichaamstemperatuur:
Temperatuur:
- Lichaamstemperatuur van de mens schommelt rond de 37 °C, hierbij werken de
enzymen in de celstofwisseling het best.
- Ochtend temperatuur: rond de 36,5 °C en avondtemperatuur: rond 37,5°C.
- Een forse inspanning laat de temperatuur stjgen, maar deze keert altjd terug naar
de uitgaanswaarde.
Kern en schil:
- Kerntemperatuur: temperatuur in de lichaamsholtes en in de spieren daaromheen.
- Schiltemperatuur: temperatuur in de huid van de ledematen en de uiteinden daarvan.
a. Rust b. Inspanning
- Schiltemperatuur is lager dan de kerntemperatuur, omdat warmte wordt gemaakt in
dieper gelegen delen van het lichaam, in de organen en met name in skeletspieren.
- De warmte wordt door het bloed en de bloedsomloop over het lichaam verdeeld.
- Warmteregulate: door wijder en nauwer worden van bloedvaatjes vlak onder de opperhuid.
Temperatuurcentrum:
- Verzameling zenuwcellen in de hypothalamus.
- Regelen de temperatuur in het lichaam nauwkeurig warmteproducte en
warmteafgife moet in balans zijn 37 °C is het streven (insteltemperatuur).
- Zet processen in gang om warmte vast te houden of kwijt te raken als dit nodig is.
- Laat zich informeren over de temperatuur door:
Zelf de temperatuur van het bloed te meten, dat is de kerntemperatuur.
Zintuiginformate uit de temperatuurzintuigjes in de huid te verwerken. Deze
informate waarschuwt de hersenen wanneer er te veel warmte verloren gaat of
te veel warmte vasthoudt en niet kwijt kan.
Warmteproductie:
- Warmte is een afvalproduct van de celstofwisseling, vooral die van de lever.
- Warmtetoevoer snel opvoeren: lichamelijke actviteit.
- Wanneer het lichaam te koud blijf: rillen en klappertanden.
- Warmteproducte laten dalen: achterwege laten van inspanning (lome gevoel door
invloed van de hypothalamus op de rest van de hersenen).