Boek: Anatomie en fysiologie van de mens.
Hoofdstuk 6.1, 6.2, 6.4 en 6.8
Les 23-11-2018 – TH 24B Samenstelling bloed, bloedcellen en plasma - voorbereiding.
6.1 Inleiding:
Bloed:
- Rode vloeistof die door de bloedvaten stroomt (5-6L bloed p. volwassene).
- Transportmiddel van verschillende stofen en warmte.
- Bestaat uit: Bloedplasma = Het bloedvloeistof is helder en lichtgeel. Hierin ziten
eiwiten en andere stofen opgelost. En het bevat bloedcellen;d rode bloedcellen,
wite bloedcellen en bloedplaatjes.
6.2 Functes van het bloed:
Functies van het lloed:
- Transport van stofen om het inwendig milieu optmaal te houden:
Stofen die goed in water oplossen (hyddroiele stofen), kunnen gewoon opgelost in het
plasmawater met het bloed mee.
Stofen die slecht in water oplossen, zoals vetachtge stofen (lipiden en lipoiele stofen)
worden bij voorkeur gekoppeld aan transporteiwiten. Zo kunnen ze met het bloed mee.
Waar geen bloed komt, komt weinig zuurstof, is de stofwisseling laag en de genezing traag.
- Bescherming bieden tegen verschillende bedreigingen:
Beschermt tegen ziekteverwekkers.
Wite bloedcellen;d maken antstofen of nemen schadelijke stofen in zich op
om ze af te breken.
Stollingssydsteem: bloedplaatjes en eiwiten in het plasma.
Vervoer van o.a.: Bescherming tegen: Invloed op:
- Voedingsstofen - Bloedverlies (door bloedstolling) - Vochtverdeling in het lichaam
- Zuurstof - Infectes - Zuurgraad
- Koolstofdioxide - Lichaamstempratuur
- Afvalstofen
- Hormonen
Het lloed draagt lij aan een constant intern milieu door:
- Het zuurstofgehalte. - De hoeveelheid bouwstofen.
- Het glucosegehalte. - De constante afvoer van afvalstofen.
- De constante zuurgraad. - De constante hoeveelheid mineralen (zouten).
- De constante tempratuur. - De constante osmotsche waarde.
6.4 Erydtrocydten:
Rode lloedcellen (Erytrocyten):
- Meest voorkomende cellen in het bloed.
- Rode bloedcellen hebben geen kern, ze kunnen gemakkelijk vervormen.
- Een rode bloedcel is voor bijna 1/3de met hemoglobine gevuld.
Hemogloline: Vier losse bolvormige eiwiten (globines), elk met een zogenaamde heemgroep in
het midden. Heem is een rode kleurstof met in het midden ervan een ijzerdeeltje.