Methods: Kwalitatief deel
Final exam / eindtentamen
→ Uitgebreide lecture-aantekeningen en meer.
WEEK 9 Lecture 13
Review:
- Guba en Lincoln (1989)
Readings:
- Hochschild (2016)
Lecture 14
Review:
- Flyvbjerg (2011)
- IPRES lecture 5
Readings:
- Haverland en Yanow (2012)
WEEK 10 Lecture 15
Review:
- IPRES lecture 13
Readings:
- George en Bennett (2004)
- Tarrow (2010)
Lecture 16
Readings:
- Yanow (2014)
WEEK 11 Lecture 17
Review:
- Cohn (2006)
- IPRES lecture 10 en 11
Readings:
- Lilleker (2003)
- Emmerson et al. (2011)
- Glasius et al. hoofdstuk 3 (2018)
- Van Hooren (2018) [voor werkgroep]
Lecture 18
-
1
, WEEK 12 Lecture 19
Review:
- IPRES lecture 12
Readings:
- Van Dijk (1993)
- Hajer en Versteeg (2005)
Lecture 20
Readings:
- Saldana (2013)
- Krause (2016) [voor werkgroep]
WEEK 13 Lecture 21
Readings:
- Harding (1991)
Lecture 22
Review:
- IPRES lecture 24
Readings:
- Glasius et al. hoofdstuk 6 (2018)
- Findley et al., excerpt (2016)
WEEK 14 14/12 final exam
WEEK 15 19/12 deadline paper II
Inhoudsopgave
Lecture 13 3
Lecture 14 10
Lecture 15 17
Lecture 16 23
Lecture 17 30
Lecture 18 39
Lecture 19 & 20 45
Lecture 21 56
Lecture 22 64
2
,Lecture 13: Why we need qualitative research
Voorbeeld: verkiezingen VS → alle polls voorspelde dat Clinton zou winnen, maar toen won
Trump. Mogelijke verklaringen hiervoor waren dat bepaalde groepen niet werden gesurveyed,
of dat de polls slecht konden voorspellen wie er wel/niet echt zou gaan stemmen, of dat je in
een poll geen rekening kunt houden met undecided voters.
Probleem: 90% van alle publicaties in Amerikaanse politicologische tijdschriften betrof een
statistische analyse, waardoor deze onderzoekers de mensen wie het aanging (de Amerikaanse
stemmer) uit het oog verloren.
Hoschschild’s boek “Strangers in Their Own Land” (sociologe): leeft in San-Francisco, ze
kende niemand die op de Tea-Party (Republikeinen) stemde dus besloot ze de deze mensen te
gaan onderzoeken om te begrijpen waarom mensen hierop stemmen.
→ Een paar van haar belangrijkste insights: Belang van emoties, doen kwantitatieve
onderzoeken niet echt aan
Wat is kwalitatief onderzoek? (Gerring 2017)
= onderzoek op basis van woorden/uitgedrukt in natuurlijke taal, terwijl kwantitatief onderzoek
zich bezig houdt met nummers en statistische analyses
- Kleine steekproeven
- Cases worden gekozen op basis van opportunity (convenience) en purposiveness (does
gerichtheid)
- Focus op specifieke individuen, gebeurtenissen, contexten, dus een ideografische
analyse (= het specifieke begrijpen)
Waarom hebben we kwalitatief onderzoek nodig?
- Mogelijkheid voor gedetailleerd begrijpen van een proces of causaal mechanisme
- Focus op interpretatie en betekenis, gevoel, waarden
- Context wordt meegenomen
- Mogelijkheid voor verrassing en onverwachte bevindingen → heb je niet in kwantitatief
onderzoek
- Geeft participanten een stem → de participanten hebben inbreng, de onderzoeker bepaalt
dus zeker niet alles
Waarom moeten wij kwalitatief onderzoek leren gebruiken?
- Kwalitatief onderzoek kan belangrijke en uitgesproken inzichten genereren
- Grote kans dat je kwalitatief onderzoek zult gebruiken voor de BA thesis
- Grote kans dat je dit nodig hebt in je latere carrière (denk ut niet dames)
- Doel van RM is om methodological literacy te genereren
3
, - (!) DE READINGS ZIJN ENORM BELANGRIJK VOOR HET TENTAMEN (principes van
onderzoeksmethoden en methodologie, kritisch lezen)
Welke kwalitatieve methoden zijn er?
- Case studies
- Process tracing
- Interviews
- Focus groups
- Participant observations / ethnography
- Content analysis
- Discourse analysis
→ focus op alles behalve focus groups
→ belangrijke zaken: reflexivity (reflexiviteit), positionality (positionaliteitsbegrip) en hoe je
conclusies kunt trekken
Onderzoekstradities / Paradigma’s en kwalitatief onderzoek
- Positivisme
- Realisme
- Interpretivisme
Ontologie = wat is de natuur van de realiteit?
Epistemologie = wat kunnen we weten over de realiteit / hoe kunnen we dit weten?
Axiologie (axiology) = wat is de rol van waarden / ethiek in onderzoek?
Positivisme Realisme Interpretivisme
Ontologie Singulair, objectief, Materiële en mentale Geen objectieve
materiële (geestelijke?) realiteit waarheid, meerdere
werkelijkheid sociale
werkelijkheden
Epistemologie De waarheid kan Kennis is sociale Kennis is sociale
worden gevonden constructie constructie
middels de
wetenschappelijke
methode
Axiologie Objectiviteit Subjectiviteit wordt Subjectief en
(objectivity) erkend transformatief
(transformative)
4