HOORCOLLEGES
Corporate governance and litigation
12 DECEMBER 2018
ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM
J.J.M. Buining
, Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Inleiding Corporate Governance and litigation.............................................................3
1.1 Inleiding....................................................................................................................................3
1.2 Agency-problemen ..............................................................................................................3
1.3 Vennootschappelijk belang ..................................................................................................3
Hoorcollege 2: Verdeling bevoegdheden .............................................................................................4
Hoorcollege 3: Bestuur(autonomie) en vertegenwoordiging ................................................................5
3.1 Het bestuur een bestuurders .......................................................................................................5
3.2 Vertegenwoordiging ............................................................................................................6
Hoorcollege 4: Bestuurdersaansprakelijkheid 2:9 en 6:162 ..................................................................6
4.1 Algemeen kader ........................................................................................................................6
4.2 Interne aansprakelijkheid .....................................................................................................7
4.3 Externe aansprakelijkheid 6:162 BW .........................................................................................8
Hoorcollege 5: Bestuurdersaansprakelijkheid art 2:138/248 en 2:11 BW .............................................8
5.1 Externe aansprakelijkheid bij faillissement ................................................................................8
5.2 artikel 2:11 BW .........................................................................................................................9
Hoorcollege 6: Aandeelhouders en algemene vergadering ...................................................................9
Hoorcollege 7: Doorbraak van aansprakelijkheid en vereenzelviging ................................................. 11
7.1 Indirecte doorbraak (art 6:162 BW) ......................................................................................... 11
7.2 Directe doorbraak (vereenzelviging) ........................................................................................ 12
Hoorcollege 8: Functioneren van de algemene vergadering ............................................................... 12
8.1 De positie van de algemene vergadering in het vennootschapsrecht ......................................... 12
8.2 De algemene vergadering in praktijk ....................................................................................... 13
8.3 Aandeelhoudersactivisme ........................................................................................................ 13
Hoorcollege 9: Casuscollege ............................................................................................................. 14
Hoorcollege 10: Afgeleide schade ..................................................................................................... 14
Hoorcollege 11: De raad van commissarissen .................................................................................... 16
Hoorcollege 12: Het Executive Committee praktisch belicht ............................................................. 18
Hoorcollege 13: Werknemersinvloed en structuurregeling ................................................................. 18
Hoorcollege 15: Aantasting van rechtshandelingen + tegenstrijdig belang ......................................... 23
15.1 Aantasting van rechtshandelingen .......................................................................................... 23
15.2 Tegenstrijdig belang .............................................................................................................. 24
Hoorcollege 16: Uitkoop van minderheidsaandeelhouders + geschillenregeling ................................. 24
16.1 Uitkoop van minderheidsaandeelhouders ............................................................................... 24
16.2 Geschillenregeling ................................................................................................................. 27
Hoorcollege 17: Casuscollege 2 ........................................................................................................ 28
Hoorcollege 18: Enquêterecht (formele en materiële aspecten) .......................................................... 28
1
,Hoorcollege 19: Onmiddellijke/voorlopige voorzieningen (enquêterecht en kort geding) ................... 33
Hoorcollege 20: Beschermingsconstructies ....................................................................................... 35
Hoorcollege 21: Familiebedrijven ..................................................................................................... 36
Hoorcollege 22: Joint Ventures ......................................................................................................... 38
Hoorcollege 23: Corporate Governance in Europees en internationaal perspectief ............................. 39
Hoorcollege 24: Casuscollege 3 ........................................................................................................ 39
2
, Hoorcollege 1: Inleiding Corporate Governance and litigation
1.1 Inleiding
Verschil tussen de 2 begrippen
• Corporate governance => gaat om de vraag; ‘Wie heeft de macht?’. Dus het geheel aan
regels en praktijken dat binnen een vennootschap de zeggenschapsveerhoudingen bepaalt
tussen het bestuur, de aandeelhouders en commissarissen en de wijze waarop over de
zeggenschapsuitoefening verantwoording wordt afgelegd.
o Bepalende factoren => regels en praktijken verschillen door de tijd heen, van land tot
land en rechtspersoon (per rechtspersoon en per sector).
• Corporate litigation => Geschillen binnen en rond ondernemingen, met nadruk op
rechtspraak en uitgaande van kapitaalvennootschappen (NV en BV)
o Betekenis => ondernemingsrechtelijke procespraktijk
▪ Corporate litigation => Voornamelijk proces gerelateerd werk, pas als het mis
gaat. Denk aan bestuurdersaansprakelijkheid, (ver)nietig(baar)heid besluiten etc.
▪ Transactiepraktijk => Fusies, overnames, mergers en aquisations. Bestaat vooral
uit contracten opstellen en due dilligence.
o Praktijk => vooral nadruk op rechtspraak en minder op boek 2 BW.
1.2 Agency-problemen
Drie verhoudingen waarin agency-problemen spelen (Armour/Hansmann/Kraakman)
1. Tussen de aandeelhouders (ownership) en bestuurders/commissarissen (control)
❖ Vb. VOC, ah wilden meer zeggenschap en Pincoffs, financierde met de winsten van
zijn Rotterdamse vp (vennootschap) de verliezen van de Afrikaanse vp.
• Let op! In de huidige opvatting gaat het om de vennootschap als ownership.
2. Tussen meerderheidsaandeelhouders (ownership & control) en
minderheidsaandeelhouders (ownership)
❖ Vb. Xeikon, aandelen in een andere vp werden verkocht en weer aangekocht waarvan
alleen de meerderheidsaandeelhouders van profiteerden.
3. Tussen vennootschap/leidinggevenden en de bij haar betrokken partijen, zoals
werknemers, schuldeisers en consumenten.
❖ Vb. Pincoffs, hij vluchtte namelijk naar de VS en liet de betrokken partijen achter
zonder geld.
Manieren om agency-costs te minimaliseren
1. Normeren => door bijv. gedragsregels vast te stellen.
2. Controleren => door middel van het two tiers bestuursmodel.
3. Handhaving => een bank kan bijv. weigeren om een verklaring af te geven.
4. Belonen => bijv. door bestuurders aandelen te geven. Hierdoor komt hun belang meer op een
lijn te liggen met het belang van de aandeelhouders.
Eigenaren van de vennootschap
• Oude opvatting (tot ~ 1960) => dat de aandeelhouders (ah) de eigenaren zijn, aangezien zij
soeverein zijn en taken delegeren aan ‘lasthebbers’(bestuurders). Bestuurders zijn
ondergeschikt aan de ah.
• Veranderingen in de 20e eeuw => Ondernemingen groeien, waardoor ook de
taak/verantwoordelijkheid van de bestuurders groeit. Bestuurders worden machtiger, ah
verliezen invloed.
• Aandeelhouders hebben bijzondere positie => zij hebben namelijk een contract met een
‘open einde’, doordat zij zelf kunnen beslissen wanneer zij hun aandelen verkopen. Daarnaast
lopen zij een financieel risico, want ze hebben geld geïnvesteerd.
1.3 Vennootschappelijk belang
Twee stromingen
3