Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting Saxion Persoonlijkheidsleer - Leerjaar 2/Kwartiel 3

Beoordeling
-
Verkocht
12
Pagina's
41
Geüpload op
29-03-2024
Geschreven in
2023/2024

Hierbij een volledige samenvatting voor de module Persoonlijkheidsleer. Deze samenvatting is gemaakt van 2 boeken die hierboven ook benoemd zijn. Het gaat om de boeken: - Van der Molen, H.T., Simon, E. & Van Lankveld, J. (red.) (2015). Klinische psychologie. Theorieën en psychopathologie (3e druk). Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers. - Weerman, A. (2014). Zes psychologische stromingen en één cliënt. Theorie en toepassing voor de praktijk (vijfde herziende druk). Amsterdam: Boom/Nelissen.. Het bevat de volgende paragrafen: Van der Molen, Simon & Van Lankveld (2015, derde druk): - Hoofdstuk 3; paragrafen 3.1 t/m 3.3 - Hoofdstuk 4; paragrafen 4.1 t/m 4.4 - Hoofdstuk 5; paragrafen 5.1 t/m 5.7 - Hoofdstuk 6: paragrafen 6.1 t/m 6.3 & 6.5 - Hoofdstuk 7: paragrafen 7.1 t/m 7.4 Weerman (2015): - Hoofdstuk 3; paragrafen 3.1 t/m 3.2.5 en 3.2.7 t/m 3.4. - Hoofdstuk 4: paragrafen 4.1 t/m 4.3 en 4.6 t/m 4.6.3 en 4.6.5 - Hoofdstuk 5: paragrafen 5.1 t/m 5.10.5. - Hoofdstuk 7: paragrafen 7.1 t/m 7.8.5. De module wordt aangeboden door het Saxion in het tweede leerjaar als student van Toegepast Psychologie. Hij is uitgebreid en legt in grote lijnen alles uit. Dit is tentamen stof. De samenvatting bestaat uit 41 pagina's.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Persoonlijkheidsleer

In deze samenvatting worden twee boeken behandeld. “Klinische psychologie” van
Van der Molen en “Zes psychologische stromingen en één cliënt” van Weerman. Elk
college begin ik met het boek “Klinische psychologie” en vervolgens het andere boek.

H3 van der Molen ⎯ Leer theoretische benaderingen

Persoonlijkheidsleer: waarom zijn wij zoals wij zijn en waarom verschillen we van
elkaar. Ieder mens beschikt over een eigen karakter.

Leren: gedragsveranderingen van een organisme die het resultaat zijn van
regelmatigheden in de omgeving.

Translationele benadering: de voortdurende wisselwerking tussen onderzoek en
praktijk.

Associatievorming: een hypothetisch construct waarlangs activatie van de ene
mentale representatie naar de andere kan stromen.

Er zijn verschillende stromingen die beschrijven hoe een persoonlijkheid zich
ontwikkelt:
o Leertheoretische benadering
o Cognitieve benadering
o Humanistische benadering
o Psychoanalytische benadering
o Systeembenadering

De leertheorie is een psychologische theorie over de wijze waarop mensen
associaties leggen tussen stimuli. Belangrijke leertheoretische concepten zijn
klassieke (Pavlov) en operante conditionering (Skinner).

De leertheoretische benadering gaat ervan uit dat pathologisch gedrag via dezelfde
leerprocessen ontstaat en in stand blijft als normaal gedrag. De moderne leertheorie
stelt dat je met de hele leergeschiedenis rekening moet houden wanneer je de
ontwikkeling van pathologisch gedrag bekijkt.

Klassieke conditionering: een manier van stimulus-respons-leren waarbij een
stimulus die een reactie oproept, tegelijk met een neutrale stimulus wordt
aangeboden. Dit gebeurt net zo lang totdat de neutrale stimuli alleen uiteindelijk
dezelfde reactie uitlokt. Bijvoorbeeld: Voedsel in de mond van de hond
(ongeconditioneerde stimulus, OCS) lokt automatisch een ongeconditioneerde
respons (OCR) uit, namelijk kwijlen. Na systematisch koppelen van de bel
(geconditioneerde stimulus, CS) aan het voedsel (OCS) kan ook alleen de bel (CS)
kwijlen oproepen. Het kwijlen wordt daarmee een geconditioneerde respons (CR).

NS: neutrale stimulus die van nature geen reactie oproept.
OCS: ongeconditioneerde stimulus die zonder conditionering een reflexieve respons
oproept.

,OCR: ongeconditioneerde respons die wordt opgeroepen door een
ongeconditioneerde stimulus.
CS: geconditioneerde stimulus die na conditionering een geconditioneerd respons
oproept.
CR: geconditioneerde respons die wordt opgeroepen door een ongeconditioneerde
stimulus.
OCS  OCR  CS  CR

Operant conditionering: een vorm van stimulus respons leren waarbij de kans op
een respons verandert door de gevolgen ervan, oftewel leren door het gevolg van
actie (trial and error). In operante conditionering volgen op gedrag consequenties in
de vorm van beloningen en straffen die de kans op herhaling van dat gedrag
beïnvloeden. Het leren van een verband tussen wat een organisme doet (gedrag) en
wat er als resultaat op volgt.

Volgens de tweefactorentheorie van Mowrer kunnen fobieën ontstaan en
voortbestaan door twee processen namelijk klassieke en operante conditionering.

Instrumentele conditionering: een vorm van leren in de gedragspsychologie
waarbij gedrag versterkt of verzwakt wordt door de consequenties die erop volgen.

Onder invloed van Skinner werd instrumenteel conditioneren verder uitgewerkt en
operant conditioneren genoemd.
S: Stimulus, prikkel of situatie
R: Respons
O: Uitkomst (outcome)

Stimulus-stimulus (S-S) leren: het verwijst naar een vorm van leren waarbij een
associatie wordt gevormd tussen twee stimuli, zonder dat er een respons vereist is.
Een voorbeeld van stimulus-stimulus leren is de klassieke
conditioneringsexperimenten van Pavlov met honden. In zijn experimenten leerden
de honden om een neutrale stimulus, zoals het geluid van een bel, te associëren met
een andere stimulus, zoals voedsel.

Leerschema’s




1: Het gedrag heeft aangename consequenties
2: Het gedrag leidt ertoe dat iets negatiefs uit blijft (vermijdingsgedrag)
3: Het gedrag heeft negatieve consequenties
4: Het gedrag leidt tot het verliezen van iets aangenaams

,Appetitief leren: aangenaam leren met beloning (voedsel, geld of alcohol).
Aversief leren: onaangenaam leren waardoor je bang werd (hard geluid,
bankoverval en angststoornissen).

Bekrachtiging: het aanleren van nieuw gedrag wordt het snelst geleerd door
veelvuldig te belonen.
Straf: ongewenst gedrag wordt verminderd door het geven van onaangename
gevolgen.

Aangeleerde hulpeloosheid: hierbij speelt controleerbaarheid een rol. Wanneer er
geen gevoel van controle is bijvoorbeeld doordat eerder geleerd is dat eigen gedrag
geen positief effect had op een situatie. Er is sprake van een externe locus of control.
Bijvoorbeeld als je steeds leert dat je acties niet leiden tot oplossingen dan ga je
geloven dat het in de toekomst ook niet lukt (externe locus of control).
Wet van effect: gedrag dat tot aangename uitkomsten leidt zal in frequentie toe
nemen, terwijl gedrag dat tot onaangename uitkomsten leidt af zal nemen (ook wel
instrumentele conditionering, Thorndike).

Ontogenetische adaptie: aanpassing aan de omgeving tijdens de levensloop van
één organisme als reactie op de specifieke omgevingsfactoren waarmee het wordt
geconfronteerd.

Psychopathologie is het omgekeerde van aangepast gedrag, namelijk vreemd,
gestoord en onaangepast gedrag.

Dieronderzoek heeft een interessant effect aan het licht gebracht dat Pavloviaans-
instrumentele transfer (PIT) genoemd wordt. PIT treedt op wanneer een
geconditioneerde stimulus die eerder is geassocieerd met een bepaalde respons
(klassieke conditionering), het gedrag beïnvloedt. Met andere woorden, de
aanwezigheid van de geconditioneerde stimulus beïnvloedt de kans dat het gedrag
zal plaatsvinden.

Behaviorisme: een psychologische stroming die zich richt op het bestuderen van
observeerbaar gedrag en het verband tussen stimuli (omgevingsfactoren) en
responsen (gedrag).

Latente inhibitie: de observatie dat conditionering trager verloopt indien de
voorwaardelijke prikkel vooraf enkele keren zonder de onvoorwaardelijke prikkel
aangeboden is. In andere woorden gebeurt latente inhibitie wanneer een organisme
al eerder is blootgesteld aan een stimulus zonder een speciale reactie, waardoor het
moeilijker wordt om later een sterke associatie te vormen tussen die stimulus en een
belangrijke gebeurtenis.

Inflatie-effect: gebeurt wanneer mensen door suggestieve vragen of informatie
verkeerde details toevoegen aan hun herinneringen aan gebeurtenissen. Stel je voor
dat tijdens een politieverhoor een getuige vraagt: "Heb je de dader met het pistool
zien wegrennen?" Deze vraag impliceert dat de dader een pistool had, zelfs als de
getuige dat niet zeker weet. Hierdoor kan de getuige onbewust details toevoegen
aan hun herinnering en geloven dat de dader inderdaad een pistool had, ook al was
dat misschien niet het geval.

, Causaal leren is wanneer we leren over de oorzaak-gevolgrelaties tussen
gebeurtenissen of acties. Het helpt ons voorspellen wat er zal gebeuren op basis van
wat we doen of wat er in onze omgeving gebeurt.

Nu is het zo dat conditionering normaal afhankelijk is van een voorspellingsfout:
alleen als een prikkel voorafgaat aan een verrassende gebeurtenis, zal erover
geleerd worden.

De verrassingshypothese suggereert dat mensen nieuwe gebeurtenissen koppelen
aan wat hen het meest verraste in het verleden. Als iemand herhaaldelijk allergische
reacties op melk heeft gehad maar ook een koekje eet terwijl ze melk drinken en dan
een allergische reactie krijgt, zullen ze waarschijnlijk de melk als de oorzaak
identificeren.

H4 Weerman ⎯ Cognitief-gedragstherapeutische benaderingen

Bij de cognitief-gedragstherapeutische benadering ziet men een stoornis als een
denk- en gedragsprobleem. De therapie richt zich dan ook vooral op het veranderen
van het denken van de cliënt en op het aanleren van of stimuleren tot nieuw gedrag.

Een belangrijke veronderstelling in cognitieve theorieën over persoonlijkheidsleer is
dat individuele verschillen voortkomen uit de wijze waarop mensen informatie
selecteren en verwerken. De cognitieve psychologie bestudeert psychische
verschijnselen met modellen waarin de informatieverwerking een centrale rol speelt.
Het brein wordt daarbij soms vergeleken met een computer. Daarnaast bestudeert
de cognitieve psychologie ook emoties, motieven, gedrag en lichamelijke
gewaarwordingen.

Wat we meemaken kunnen we op verschillende manieren interpreteren. Ons gedrag
wordt beïnvloed door onze interne dialoog die bepaalde interpretaties genereert voor
datgene dat we meemaken. Als we ons naar onze interpretaties gaan gedragen,
worden ze ook vaak bevestigd.

De gebeurtenissen die we meemaken kunnen we op veel verschillende manieren
verklaren. Het toeschrijven aan een gebeurtenis aan een bepaalde oorzaak heet
attributie. Bij het attributieproces worden 3 dimensies onderscheiden:
1) Stabiel versus instabiel: beschrijft of we de oorzaak van een gebeurtenis zien als
blijvend of veranderlijk.
2) Intern versus extern: gaat over of we de oorzaak van een gebeurtenis
toeschrijven aan persoonlijke eigenschappen of aan externe factoren.
3) Globaal versus specifiek: geeft aan of we de oorzaak van een gebeurtenis zien
als van toepassing op veel situaties of slechts één specifieke situatie.

De manier waarop je gebeurtenissen attribueert, heeft te maken met je locus of
control: verwijst naar de mate waarin individuen geloven dat ze controle hebben
over gebeurtenissen in hun leven. Als je een interne locus of control hebt, heb je het
idee dat je invloed hebt op de dingen die je meemaakt. Bij een externe locus of
control denk je dat je niks kan doen aan de dingen die je overkomen.

Metacognitie: denken over het denken.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 3,4,5,6,7
Geüpload op
29 maart 2024
Bestand laatst geupdate op
19 april 2024
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

$8.98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittmorsink Saxion Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
230
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
118
Documenten
19
Laatst verkocht
3 maanden geleden

3.9

31 beoordelingen

5
12
4
11
3
4
2
2
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen