Hoofdstuk 1 - introduction to personality psychology 2
Hoofdstuk 2 - personality assessment, measurement and research design 6
Hoofdstuk 3 - traits and trait taxonomies 10
Hoofdstuk 4 - theoretical and measurement issues in trait psychology 13
Hoofdstuk 5 - personality dispositions over time 15
Hoofdstuk 6 - genetica en persoonlijkheid 18
Hoofdstuk 7 - physiological approaches to personality 22
Hoofdstuk 8 - evolutionary perspectives on personality 26
Hoofdstuk 10 - motives and personality 31
Hoofdstuk 11 - cognitive topics in personality 36
Hoofdstuk 13 - emotion and personality 40
Hoofdstuk 14 - approaches to the self 43
Hoofdstuk 16 - sex, gender and personality 51
Hoofdstuk 18 - stress, coping, adjustment and health 54
Hoofdstuk 19 - disorders of personality 57
1
,Hoofdstuk 1 - introduction to personality psychology
Historie van de persoonlijkheidspsychologie :
● In de Griekse oudheid waren er al voorlopers van de persoonlijkheidspsychologen en in China werden vroeger al
tests uitgevoerd om de geschiktheid van iemand te testen.
● Theophrastus was een student aan de school van Plato en beschreef als een van de eerste
persoonlijkheidstypes.
● In de 19de eeuw ontstond er een hernieuwde interesse in de persoonlijkheidspsychologie. De belangrijke
personen van die tijd :
○ Galton : wees individuele verschillen toe aan genetica
○ Cattell : voerde tests uit om mensen te vergelijken op sensomotorische taken
○ Binet : verschillen in hogere processen zijn sterker dan verschillen in elementaire processen
● James en Freud maakten grote stappen in onderzoek naar individuele verschillen in karakter.
● Rond de eerste wereldoorlog was er meer vraag naar soldaten die goed tegen stress konden. Daarom werd er
getest op ‘combat-stress’ bij soldaten. Dit was een grote bijdrage aan de ontwikkeling van
persoonlijkheidspsychologie.
● Na de eerste wereldoorlog werd het wetenschappelijke tijdschrift ‘character and personality’ gepubliceerd en
publiceerde Allport zijn boek ‘Personality : A Psychological Interpretation’.
○ Dit boek werd gezien als het èchte begin van de persoonlijkheidspsychologie.
Kenmerk-beschrijvende bijvoeglijke naamwoorden (trait-descriptive adjectives) = bijvoeglijke naamwoorden die
gebruikt kunnen worden om karakteristieken van mensen te omschrijven
Persoonlijkheid = Een verzameling van psychologische kenmerken (of trekken) en psychologische mechanismen die
een individu typeren, die op een relatief duurzame manier georganiseerd zijn, en die de interactie van een persoon met
en diens aanpassing aan zijn omgeving beïnvloedt.
In de persoonlijkheidspsychologie beschrijven we verschillen in :
● Traits
● Motieven
● Emoties
● Zelf
Het verklaren van verschillen kan op twee manieren :
● Proximale verklaringen = factoren die in de tijd min of meer samengaan met te verklaren verschillen,
bijvoorbeeld hersenactiviteit meten bij bepaalde gedragingen
● Distale verklaringen = factoren die verder weg in de tijd liggen, bijvoorbeeld je levensgeschiedenis en hoe dat
ervoor zorgt dat jij verschilt van anderen op een bepaald aspect
Psychologische traits (psychological traits) = karakteristieken die manieren beschrijven waarin mensen van elkaar
verschillen of waarin mensen overeenkomen
Onderzoek naar persoonlijkheidstrekken stelt vier vragen :
● Hoeveel traits zijn er?
● Hoe zijn de traits georganiseerd?
● Wat is de oorsprong van traits?
● Wat zijn de correlaties en gevolgen van traits?
Psychologische traits zijn nuttig voor minstens drie redenen :
● Ze beschrijven mensen en helpen met het begrijpen van de verschillen tussen mensen.
● Ze helpen om gedrag te verklaren.
● Ze helpen om toekomstig gedrag te voorspellen.
Psychologische mechanismen = de processen van persoonlijkheid / informatieverwerkingsstrategieën
De meeste psychologische mechanismen hebben drie essentiële componenten :
● Input (informatie uit de omgeving)
2
, ● Beslissingsregel (specifieke opties waaraan iemand kan denken)
● Output (acties van een iemand)
Niet alle traits en psychologische mechanismen zijn altijd geactiveerd. Bepaalde traits zijn alleen geactiveerd in bepaalde
omstandigheden.
Binnen het individu = Persoonlijkheid is iets dat iemand met zichzelf meedraagt van de ene situatie naar de volgende.
De belangrijke bronnen van persoonlijkheid zijn dus enigszins stabiel door de tijd heen en enigszins consistent in
situaties.
Georganiseerd = De psychologische traits en mechanismen van iemand zijn niet simpelweg een willekeurige
verzameling van elementen.
● Persoonlijkheid is georganiseerd omdat de mechanismen en traits gelinkt zijn aan elkaar.
Psychologische traits zijn ook relatief duurzaam (enduring) door de tijd heen en zijn enigszins consistent in situaties.
● Dit betekent echter niet dat psychologische traits en mechanismen niet kunnen veranderen door de tijd heen.
Invloedrijke krachten = Persoonlijkheidskenmerken en mechanismen kunnen een effect hebben op het leven van
mensen.
Persoonlijkheid beïnvloedt hoe we ons gedragen, hoe we onszelf zien, hoe we over de wereld denken etc..
Persoon-omgeving-interactie = Interacties met situaties bevatten percepties, selecties, evocaties en manipulaties. :
● Perceptie refereert naar hoe we een omgeving zien of interpreteren.
● Selectie beschrijft in hoeverre we kiezen om bepaalde situaties binnen te gaan, hoe we onze vrienden, hobby’s
en carrières kiezen.
● Evocaties zijn de reacties die we, vaak onbewust, produceren in anderen.
● Manipulaties zijn de manieren waarop we bewust proberen om andere mensen te beïnvloeden.
Adaptatie = Een centraal kenmerk van persoonlijkheid betreft adaptief functioneren. Denk hierbij aan het bereiken van
doelen, het nadoen, aanpassen aan en omgaan met de uitdagingen en problemen die we tegenkomen als we door het
leven gaan.
De fysieke omgeving zorgt vaak voor uitdagingen voor mensen. Sommige van deze uitdagingen zijn directe
bedreigingen voor de overleving. Denk hierbij aan bijvoorbeeld voedseltekort, extreme temperaturen en slangen/spinnen.
De sociale omgeving zorgt ook voor adaptieve uitdagingen. Denk hierbij aan uitdagingen die we tegenkomen in onze
strijd voor het ergens bijhoren, voor liefde en voor zelfvertrouwen. De manier waarop we met onze sociale omgeving
omgaan staat centraal in het begrijpen van persoonlijkheid.
De aspecten van een omgeving die belangrijk zijn hangen af van iemands persoonlijkheid. Iemand die status belangrijk
vind, zal bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan de hiërarchische positie van anderen.
Ook hebben we een intrapsychische omgeving. Denk hierbij aan de herinneringen, dromen, verlangens, fantasieën en
privé ervaringen waar we elke dag mee leven. Deze omgeving speelt ook een belangrijke rol in onze psychologische
realiteit.
Individuele verschillen kunnen op meerdere niveaus beschreven worden :
● Intra individuele verschillen = verschillen binnen één persoon
● Interindividuele verschillen = verschillen tussen individuen
● Intergroepsverschillen = verschillen tussen groepen
● Interindividuele verschillen in intra individuele verschillen
Persoonlijkheid kan geanalyseerd worden op drie verschillende niveaus :
● Het menselijke natuur niveau (like all others/universals)
○ Menselijke natuur = de traits en mechanismen van persoonlijkheid die typisch zijn voor onze soort en
waar iedereen of bijna iedereen over beschikt (zoals taal of het verlangen om bij sociale groepen te
horen)
● Het niveau van individuele en groepsverschillen (like some others/particulars)
3
, ○ Individuele verschillen = manieren waarop elke persoon is zoals sommige andere personen (vb :
introverts)
○ Groepsverschillen = De mensen in een groep hebben bepaalde gemeenschappelijke kenmerken die de
groep anders maakt dan andere groepen (man/vrouw, nationaliteit)
● Het niveau van uniek zijn (like no others/uniqueness)
○ Elk individu heeft persoonlijke kwaliteiten die niet gedeeld zijn met een ander persoon in de wereld.
○ Een discussie hierover is of individuen nomothetisch of idiografisch bestudeerd moeten worden.
■ Nomothetisch = Statistische vergelijkingen van individuen of groepen. Dit wordt meestal
toegepast om universele menselijke karakteristieken te identificeren en om dimensies van
individuele of groepsverschillen te identificeren.
■ Idiografisch = Waarbij gefocust wordt op een bepaald onderwerp en waarbij geprobeerd wordt
om algemene principes te observeren die zich door de tijd heen manifesteren in iemands leven.
Idiografisch onderzoek resulteert vaak in bijvoorbeeld een autobiografie van iemand of in case
studies.
Het gat tussen de analyse op het menselijke natuur niveau en de analyse van individuele en groepsverschillen is nog niet
overbrugd. Het gevolg hiervan is dat er een kloof is tussen de grote theorieën van persoonlijkheid en onderzoek naar
persoonlijkheid.
De meeste grote theorieën over persoonlijkheid gaan over de analyse op het menselijke natuur niveau.
Het grootste deel van empirisch onderzoek naar persoonlijkheid gaat over de manieren waarop individuelen en groepen
verschillen.
Veel persoonlijkheidspsychologen onderzoeken maar één perspectief per keer. Elk perspectief afzonderlijk is echter niet
genoeg om de gehele wereld van menselijke persoonlijkheid te beschrijven.
De verschillende perspectieven van onderzoekers komen voort uit verschillende domeinen van kennis.
Domein van kennis = Een specialisatie gebied van de wetenschap en geleerdheid waarin psychologen gefocust hebben
op het leren over bepaalde specifieke en gelimiteerde aspecten van de menselijke natuur.
Elk domein van persoonlijkheid heeft een eigen basis van kennis, maar het streven is om op een bepaald punt deze
verschillende domeinen te integreren.
Binnen de verschillende domeinen hebben onderzoekers gemeenschappelijke methodes voor vragen stellen, een basis
voor bekende feiten en theoretische verklaringen ontwikkeld.
Er zijn zes domeinen van kennis over de menselijke natuur :
● Dispositionele domein = Persoonlijkheid is beïnvloed door traits waarmee iemand is geboren of die iemand
heeft ontwikkeld.
○ Psychologen die in dit domein werken zijn geïnteresseerd in de belangrijkste manieren waarop individuen
van elkaar verschillen en in de oorsprong van de belangrijke individuele verschillen en hoe die zich
ontwikkelen en onderhouden worden.
● Biologische domein = Persoonlijkheid is beïnvloed door biologische gebeurtenissen.
○ Er zijn drie onderzoeksgebieden binnen dit domein :
■ Genetica
■ Psychofysiologie = Onderzoekers vatten hierbij de dingen die bekend zijn over de basis van
persoonlijkheid samen in termen van het functioneren van het zenuwstelsel.
■ Evolutie
● Intrapsychisch domein : Persoonlijkheid is beïnvloed door conflicten binnen iemands eigen geest.
○ Dit domein gaat om met de mentale mechanismen van persoonlijkheid, waarvan er veel plaatsvinden
buiten het bewustzijn.
○ Een belangrijke theorie binnen dit domein is de psychoanalyse van Freud.
● Cognitieve-experimentele domein = Persoonlijkheid is beïnvloed door persoonlijke en privé gedachtes,
gevoelens, verlangens, geloven en andere subjectieve ervaringen.
○ Focust op cognitie en subjectieve ervaringen.
○ Belangrijke aspecten van subjectieve ervaring zijn : de zelf, zelf-concept, zelfvertrouwen, intelligentie, de
doelen die we nastreven en emoties.
4