23-10-2023
zelfmanagement
,Inhoud
Inleiding..................................................................................................................................................3
Hoofdstuk 1: Zelf- en samenredzaamheid..............................................................................................4
Zelfredzaamheid.................................................................................................................................4
Samenredzaamheid............................................................................................................................5
Toepassing praktijk.............................................................................................................................5
Persoonlijke visie................................................................................................................................6
Hoofdstuk 2: Context patiënt.................................................................................................................7
Hoofdstuk 3: Het familiegesprek............................................................................................................9
Hoofdstuk 4: Assessment.....................................................................................................................13
Hoofdstuk 5: Informatie en communicatietechnologieën....................................................................16
Life saver..........................................................................................................................................16
Hoofdstuk 6: Therapeutic letter...........................................................................................................18
Bibliografie...........................................................................................................................................20
Bijlage 1: ZelfredzaamheidsRadar.................................................................................................23
2
, Inleiding
In Nederland is al jarenlang een transitie gaande van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving.
Inmiddels ligt de verzorgingsstaat eigenlijk al in de verleden tijd. Vanuit de verzorgingsstaat werd er
hulp geboden aan iedereen die dit nodig had, er recht op had en ernaar vroeg (Tweede Kamer,
2014). In de participatiesamenleving zijn vele nieuwe wet- en regelgevingen ontwikkeld die als
voornaamste doel hebben eerst kritisch te kijken naar wat iemand zelf, of diens naaste, kan doen
voordat er hulp wordt geboden. Dit wordt zelf- en samenredzaamheid genoemd. Er wordt dus veel
meer van de mens gevraagd en een groter beroep gedaan op het netwerk. Door de toenemende
vergrijzing en het tekort aan zorgmedewerkers wordt dit alleen maar meer.
Volgens Menzis (z.d.) zijn er in Nederland ongeveer 5 miljoen mantelzorgers, die acht uur of meer
per week mantelzorg kunnen bieden. Dit kan aan een familielid, ouder, kind, buurman of buurvrouw
zijn. Dit kan verschillen van volledige zorg tot een boodschapje doen of schoonmaken. Deze families
hebben behoefte aan een verpleegkundige die hen een richting kan geven. Richting in de invulling
van de zorg, wederzijdse verwachtingen, grenzen, verdriet, rolverdelingen en als laatste, niet
onbelangrijk, zelfzorg (Hanzehogeschool, persoonlijke communicatie, 2023). De zorgmedewerker in
het ziekenhuis is verantwoordelijk voor het inschatten van de nodige zorg na ontslag, waar het dus
begint bij wat de patiënt zelf kan. Kan deze patiënt niks zelf, dan is de vraag wat zijn naasten kunnen
en hoe groot de kans is op overbelasting van deze naasten.
De aandacht voor dit netwerk is vaak nog ver te zoeken. Dit komt door de huidige visie ‘de cliënt
staat centraal’ (Luttik et al., 2019). Dit was passend in de verzorgingsstaat waarbij het ging over de
omzet van het centraal staan van de patiënt in plaats van de organisatie. Maar nu is de vraag of dit
nog wel passend is. In deze samenleving zouden de patiënt én zijn naasten centraal moeten staan.
Wanneer wordt gekeken naar de ziekte van de patiënt en de impact die deze op hem heeft, moet
tegelijk in kaart worden gebracht welke impact de situatie op de omgeving heeft. Het is belangrijk om
te weten hoe de familie functioneert om te kunnen voorkomen dat de omgeving overbelast raakt,
uitvalt en er niet meer genoeg mogelijkheden tot zorg zijn.
In deze module laat de student zien in staat te zijn om op een juiste manier met familie te praten en
samen te werken. De student komt zo tot een advies richting de zelf- en samenredzaamheid, waarbij
rekening is gehouden met een goede balans in draagkracht en draaglast van de naasten. Het gaat in
dit verslag over mw. Hamer die na een longaanval op de longafdeling van het Martini Ziekenhuis
kwam te liggen. Mw. was extreem vermagerd en totaal verzwakt. Er kwam al snel uit de gesprekken
dat mw. zichzelf heeft verwaarloosd tijdens de zorg voor haar man, die helaas terminaal ziek is. Mw.
lag voor langere tijd aan de niet-invasieve beademing. Toen mw. genoeg was opgeknapt rees de
vraag: is het verstandig voor mw. haar eigen gezondheid om haar zonder aanpassingen terug te laten
keren naar haar huidige thuissituatie?
In hoofdstuk 1 worden de begrippen zelf- en samenredzaamheid uitgelegd en de inzet hiervan
binnen de organisatie. Hoofdstuk 2 gaat over gegevensverzameling. Er wordt uitgelegd waar en hoe
de gegevens van de patiënt zijn verkregen. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van het
familiegesprek dat is gevoerd met een patiënt en diens naasten aan de hand van de richtlijn ‘het
familiegesprek’ (Luttik, 2018). Hoofdstuk 4 bevat de verwerking van het familiegesprek aan de hand
van verschillende methodieken. In hoofdstuk 5 worden gebruikte informatie en
3