Onderdeel 1: klinisch redeneren / verpleegproces
De student kan op basis van casuïstiek de verschillende stappen van het verpleegproces toepassen
op verschillende zorgvragers en verpleegproblemen
Objectieve en subjectieve gegevens verzamelen in de anamnese
Het doel van de anamnese is om gegevens te verzamelen die je nodig hebt voor besluiten die je in de
vervolgstappen van het verpleegkundig proces samen met de cliënt neemt.
Het verschil en de relatie tussen een medische en verpleegkundige diagnose uitleggen
Medische diagnoses is gericht op de ziekte en verpleegkundige diagnoses is gericht op interventies.
(voorbeeld: arts – astma, verpleegkundige – kortademig/benauwd). De arts stelt een medische
diagnose vast en de verpleegkundige een verpleegkundige diagnose.
Een verpleegkundige diagnose opstellen aan de hand van de PES structuur
PES (probleem, etiologie, symptomen)
De P staat voor probleem en beschrijft welke klachten of gezondheidsproblemen de cliënt heeft.
De E staat voor etiologie en beschrijft de oorzaak van het probleem.
De S staat voor symptomen en beschrijft de bijbehorende klachten of signalen.
Verpleegkundige doelen formuleren aan de hand van een verpleegkundige diagnose
- In deze fase bepaal je de gewenste doelen en resultaten. Wat is het gewenste verloop op de korte
en lange termijn? En wat kan het ongewenste verloop op de korte en lange termijn zijn?
- Als je de gewenste resultaten helder voor ogen hebt, kun je het zorgproces goed bewaken. Na het
verzamelen van gegevens, het vaststellen van de verpleegkundige diagnose en de resultaten, leg je de
gegevens vast in het zorgplan.
Passende verpleegkundige interventies beschrijven
- Advies, instructie en begeleiding (bijvoorbeeld met het controleren van de bloedsuikers).
- Behandelen en toepassen van procedures (wondzorg, inbrengen katheter, ADL-zorg).
- Case-managen en coördineren (afstemmen van de zorg rondom de cliënt, mantelzorg).
- Toezicht houden en monitoren (gaat iemand adequaat om met het bestellen van medicatie?).
Evalueren verpleegkundig proces
Eigenlijk is dit geen laatste stap, maar een continu en doorlopend proces. Je evalueert als onderdeel
van het zorgproces en als daar aanleiding voor is stel je de resultaten en interventies bij. Alleen als
het doel van de zorg wijzigt, is er aanleiding om het zorgplan te herzien en daarop een nieuwe
indicatie af te geven.
Het verpleegkundig proces is een continu doorlopend proces. Bij de evaluatie kan blijken dat
teruggekeerd moet worden naar een vorige stap. Daarna kunnen, met nieuwe inzichten, weer
volgende stappen worden genomen.
Verpleegproblemen aan de hand waarvan het verpleegproces doorlopen dient te worden
Koorts/hyperthermie bij infectie
Paracetamol -> temperatuur verlagend
Risico op infectie
Het dragen van beschermde kleding en het toepassen van (hand)hygiëne
Kortademigheid/benauwdheid/probleem met ademhalen (bij pneumonie)
Dagelijks bijhouden van de saturatie, temperatuur, ademhaling en hartslag (de vitale parameters)
, (risico op) huiddefect (bij huidkanker)/decubitus/wond in de huid
Wisselen van positie van zorgvrager
Bed strak opmaken
Incontinentie voor urine
Bekkenbodemtherapie
Toiletschema’s
Voorlichting geven over incontinentiemateriaal
Zelfstandigheidstekort in wassen/problemen met zichzelf wassen (ADL zorg)
Ondersteuning bieden
Probleem met mondhygiëne/beschadiging mondslijmvlies (tanden poetsen)
Minder suikers/zuren
Roken en alcohol vermijden
Toepassen van mondhygiëne
Risico op vallen
Slipsokken
Woonomgeving aanpassen
Overbelaste mantelzorger
Casemanager inschakelen
Taken verdelen
SOFA-model (Samenwerken – Ondersteunen – Faciliteren - Afstemmen)
Desoriëntatie, chronische (bij dementie)
- Lichte verwarde fase: corrigeren, klok ophangen, oriënterend laten zijn.
- Matig-ernstig verwardheid: empathisch zijn, bevestigen, meegaan in belevingswereld, vragen naar
herkenning.
- Eindstadium: muziek aanzetten, rustig aanspreken, voorkomen van doorligwonden en ander
ongemak.
(sociale en emotionele) eenzaamheid
Iemand stimuleren deel te nemen aan sociale activiteiten
Familie/vrienden betrekken (online contact momenten)
Verstoord slaappatroon
Ritme (slaapschema)
Geen cafeïne tot 3 uur voor het slapen gaan
Verminderde mobiliteit
Tillift, ondersteuning bieden
Patiënt stimuleren tot beweging
Doorverwijzen fysio
Beschadigd mondslijmvlies
Mondhygiëne toepassen
Minder zuren en suikers
Mindering alcohol