Chronisch zieke zorgvrager
Naam: Eva
Klas: MZOVK
Docent: Fiona
1
, Inhoudsopgave
1. Casus………………………………………………………………………………………………………3
2. Ziektebeeld….…………………………………………………………………………………………4
3. Anamnese………………………………………………………………………………………………6
4. Verpleegkundige diagnose………..……………………………………………………………8
5. Controles………………………………………………………………………………………………..9
6. Patiënt overzicht…………………………………………………………..………………………10
7. Verpleegkundige rapportages………………………………………………………………12
8. Zorgdoelen……………………………………………………………………………………………15
9. Evaluatie………………………………………………………………………………………………16
2
, Casus
Mw. E is 87 jaar oud. Heeft drie kinderen. Ze woont thuis en krijgt thuiszorg om haar
te helpen met het wassen, aankleden en met de steunkousen aandoen.
Mw. E is opgenomen met de diagnose decompensatio cordis en atriumfibrilleren.
Haar klachten zijn benauwdheid en vermoeidheid. Ze heeft een voorgeschiedenis
van een pneumothorax, anemie, diabetes type 2 en AOS (aortaklepstenose). De
reden kan ze niet aangeven. Bij het mobiliseren heeft ze altijd een rollator gebruikt,
alleen gaat bewegen tegenwoordig moeilijk. Ze denkt dat het door het oedeem komt.
Daarnaast krijgt ze bij het inspannen ook last van kortademigheid en benauwdheid.
Mw rookt een half pakje sigaretten op een dag. De laatste tijd geeft ze aan slecht te
slapen. De oorzaak kan ze zo niet aangeven. Soms lijkt het wel alsof mw erg in de
war is. Ze lijkt dan even niet haarzelf te zijn.
Haar dochter wil niet dat de verpleegkundigen haar moeder helpen te wassen. Dat
wil de dochter zelf doen. De dochter heeft ook aangegeven dat we haar moeder niet
zo onder druk moeten zetten om te gaan eten. Mw gaat momenteel niet naar de wc,
ze plast en ontlast op de po. Ook is mw niet geheel zelfstandig mobiel, daarbij heeft
ze ondersteuning nodig. Als laatste heeft mevrouw een vochtbeperking van 1500 ml.
3
Naam: Eva
Klas: MZOVK
Docent: Fiona
1
, Inhoudsopgave
1. Casus………………………………………………………………………………………………………3
2. Ziektebeeld….…………………………………………………………………………………………4
3. Anamnese………………………………………………………………………………………………6
4. Verpleegkundige diagnose………..……………………………………………………………8
5. Controles………………………………………………………………………………………………..9
6. Patiënt overzicht…………………………………………………………..………………………10
7. Verpleegkundige rapportages………………………………………………………………12
8. Zorgdoelen……………………………………………………………………………………………15
9. Evaluatie………………………………………………………………………………………………16
2
, Casus
Mw. E is 87 jaar oud. Heeft drie kinderen. Ze woont thuis en krijgt thuiszorg om haar
te helpen met het wassen, aankleden en met de steunkousen aandoen.
Mw. E is opgenomen met de diagnose decompensatio cordis en atriumfibrilleren.
Haar klachten zijn benauwdheid en vermoeidheid. Ze heeft een voorgeschiedenis
van een pneumothorax, anemie, diabetes type 2 en AOS (aortaklepstenose). De
reden kan ze niet aangeven. Bij het mobiliseren heeft ze altijd een rollator gebruikt,
alleen gaat bewegen tegenwoordig moeilijk. Ze denkt dat het door het oedeem komt.
Daarnaast krijgt ze bij het inspannen ook last van kortademigheid en benauwdheid.
Mw rookt een half pakje sigaretten op een dag. De laatste tijd geeft ze aan slecht te
slapen. De oorzaak kan ze zo niet aangeven. Soms lijkt het wel alsof mw erg in de
war is. Ze lijkt dan even niet haarzelf te zijn.
Haar dochter wil niet dat de verpleegkundigen haar moeder helpen te wassen. Dat
wil de dochter zelf doen. De dochter heeft ook aangegeven dat we haar moeder niet
zo onder druk moeten zetten om te gaan eten. Mw gaat momenteel niet naar de wc,
ze plast en ontlast op de po. Ook is mw niet geheel zelfstandig mobiel, daarbij heeft
ze ondersteuning nodig. Als laatste heeft mevrouw een vochtbeperking van 1500 ml.
3