Samenvatting:
Medisch biologisch:
Anatomie van de hersenen:
- Cerebrum (grote hersenen)
- Cerebellum (kleine hersenen)
- Hersenstam
Cerebrum: (linker en rechter hemisfeer)
- Frontaal kwab -> beweging en spraak aansturing (gebied van Broca)
- Temporaal kwab -> horen aansturing (gebied van Wernicke)
- Occipitaal kwab -> zien aansturing
- Pariëtaal kwab -> gevoel van armen, handen en benen
Cerebellum:
- Coördinatie
- Houding
- Evenwicht
Hersenstam:
- Ademhaling
- Hartslag
- Reflexen (hoesten, slikken en braken)
Motorische leren:
In de hersenen vind veel plasticiteit plaats wat zorgt voor het verdwijnen van synapsen en
verbindingen bij minder gebruikte verbindingen en toename van dikte en snelheid bij vaak gebruikte
verbindingen.
Opslaan en onthouden van informatie -> hippocampus en de amygdala
Aanpassingen van de hersenen -> zorgen voor snellere en nieuwe verbindingen
Anticipatie -> het cerebellum zorgt voor anticipatie en dan zowel motorisch als cognitief
Geheugen -> tertiaire cortex
Voor leren zijn er twee basisprincipes, namelijk habituatie en sensitisatie.
Habituatie -> verminderde synaptische activiteit na herhaalde korte termijn blootstelling aan dezelfde
prikkel. Verlaging van de EPSP.
Sensitisatie -> verhoogde sensitieve prikkel, hierdoor verhoogt de EPSP. Een versterkte prikkel,
hierdoor een reactie sterker is.
Associatief leren:
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Declaratief leren
- Procedureel leren
, - Perceptueel leren
Klassieke conditionering (Pavlov):
Je gaat een ongeconditioneerde stimulus (eten van een broodje) combineren met een
geconditioneerde stimulus (een bel), hierdoor ga je al speeksel produceren bij het horen van een bel.
Dit wordt vaak bij honden toegepast.
Operante conditionering (Skinner):
Dit gaat om straffen en belonen van gedrag.
Declaratief leren:
Dit gaat om expliciete kennis die kan worden uitgedrukt in een andere vorm dan waarin deze is
aangeleerd.
Procedureel leren:
Dit is een van de belangrijkste principes bij motorisch leren. Het cerebellum is hierbij aanwezig.
Cerebellum krijgt input van twee soorten vezels;
- Mosvezels (input)-> geven kinetische informatie over huidige bewegingen
- Klimvezels (input)-> detecteren fouten van huidige bewegingen, waardoor er een ‘error’
signaal wordt verstuurd naar de Purkinjevezels, waardoor er middels aanpassingen voor
wordt gezorgd dat de beweging wel goed verloopt.
- Purkinje vezels (output) zorgen voor bewegingsverandering door aanwezigheid van Klim
vezels.
Parallelle vezels zorgen voor transport van de signalen.
Perceptueel leren:
Vorming van de zintuigelijke herinneringen.
Multiple sclerose (MS):
Een demyeliniserende ziekte, waarbij de beschermlaag van de myeline wordt beschadigd.
- Geen verbetering
- Vermindering van functies in de tijd
- Status quo heel belangrijk voor therapie
- Geen kans op genezing
Witte stof -> gemyeliniseerde, snelle vezels. Weinig cellen aanwezig. Zorgt voor verbindingen en
geleidingen in het zenuwstelsel.
Grijze stof -> ongemyeliniseerde cellen.
Ruggenmerg -> witte stof buitenkant en grijze vlinder in het midden.
Hersenen -> grijze stof aan de buitenkant en de witte stof aan de binnenkant.
Medisch biologisch:
Anatomie van de hersenen:
- Cerebrum (grote hersenen)
- Cerebellum (kleine hersenen)
- Hersenstam
Cerebrum: (linker en rechter hemisfeer)
- Frontaal kwab -> beweging en spraak aansturing (gebied van Broca)
- Temporaal kwab -> horen aansturing (gebied van Wernicke)
- Occipitaal kwab -> zien aansturing
- Pariëtaal kwab -> gevoel van armen, handen en benen
Cerebellum:
- Coördinatie
- Houding
- Evenwicht
Hersenstam:
- Ademhaling
- Hartslag
- Reflexen (hoesten, slikken en braken)
Motorische leren:
In de hersenen vind veel plasticiteit plaats wat zorgt voor het verdwijnen van synapsen en
verbindingen bij minder gebruikte verbindingen en toename van dikte en snelheid bij vaak gebruikte
verbindingen.
Opslaan en onthouden van informatie -> hippocampus en de amygdala
Aanpassingen van de hersenen -> zorgen voor snellere en nieuwe verbindingen
Anticipatie -> het cerebellum zorgt voor anticipatie en dan zowel motorisch als cognitief
Geheugen -> tertiaire cortex
Voor leren zijn er twee basisprincipes, namelijk habituatie en sensitisatie.
Habituatie -> verminderde synaptische activiteit na herhaalde korte termijn blootstelling aan dezelfde
prikkel. Verlaging van de EPSP.
Sensitisatie -> verhoogde sensitieve prikkel, hierdoor verhoogt de EPSP. Een versterkte prikkel,
hierdoor een reactie sterker is.
Associatief leren:
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
- Declaratief leren
- Procedureel leren
, - Perceptueel leren
Klassieke conditionering (Pavlov):
Je gaat een ongeconditioneerde stimulus (eten van een broodje) combineren met een
geconditioneerde stimulus (een bel), hierdoor ga je al speeksel produceren bij het horen van een bel.
Dit wordt vaak bij honden toegepast.
Operante conditionering (Skinner):
Dit gaat om straffen en belonen van gedrag.
Declaratief leren:
Dit gaat om expliciete kennis die kan worden uitgedrukt in een andere vorm dan waarin deze is
aangeleerd.
Procedureel leren:
Dit is een van de belangrijkste principes bij motorisch leren. Het cerebellum is hierbij aanwezig.
Cerebellum krijgt input van twee soorten vezels;
- Mosvezels (input)-> geven kinetische informatie over huidige bewegingen
- Klimvezels (input)-> detecteren fouten van huidige bewegingen, waardoor er een ‘error’
signaal wordt verstuurd naar de Purkinjevezels, waardoor er middels aanpassingen voor
wordt gezorgd dat de beweging wel goed verloopt.
- Purkinje vezels (output) zorgen voor bewegingsverandering door aanwezigheid van Klim
vezels.
Parallelle vezels zorgen voor transport van de signalen.
Perceptueel leren:
Vorming van de zintuigelijke herinneringen.
Multiple sclerose (MS):
Een demyeliniserende ziekte, waarbij de beschermlaag van de myeline wordt beschadigd.
- Geen verbetering
- Vermindering van functies in de tijd
- Status quo heel belangrijk voor therapie
- Geen kans op genezing
Witte stof -> gemyeliniseerde, snelle vezels. Weinig cellen aanwezig. Zorgt voor verbindingen en
geleidingen in het zenuwstelsel.
Grijze stof -> ongemyeliniseerde cellen.
Ruggenmerg -> witte stof buitenkant en grijze vlinder in het midden.
Hersenen -> grijze stof aan de buitenkant en de witte stof aan de binnenkant.