Samenvatting Sportpsychologie (Minor Sport)
Rol van de sportpsycholoog:
- De sportpsycholoog helpt sporters nog beter te presteren en niet te helpen met klinische
beelden.
- Doel om atleten van 0 naar +1 te brengen en niet zoals een normale psycholoog van -1 naar
0.
- Definitie sportpsychologie -> de wetenschap die gedachten, gevoelens en gedrag van mensen
bestudeert in sportsituaties.
- Alleen herkennen van klinische beelden, geen verdere behandeling daarop. Als dat zo is kan
je doorverwijzen naar een normale psycholoog. (eetproblemen, persoonlijkheidsstoornissen
etc)
- Goed klimaat creeëren en feedback geven.
Verband tussen sportpsycholoog en fysiotherapie:
- Voor, na en tijdens de blessure gericht op herstel.
- Emotie, stress, angst, motivatie, doelen stellen en mentale training.
Mentale training -> leren van mentale skills in een systematische weg met het doel om
sportprestaties te verbeteren.
- Verbale skills is nodig.
- Mentale skills zijn; voorstellingsvermogen, doelen stellen, aandacht controleren, opwinding
onder controle en gedachtes.
Mental training programma:
1. Intake
2. Diagnostiek en prestatie vertellen
3. Doelen stellen
4. Taken en focussen
5. Concentratie behouden
6. Gedachten controleren -> herkennen van niet helpende gedachten
7. Gedachten controleren -> niet helpende gedachten in helpende gedachten veranderen
8. Gedachten controleren in specifieke situaties en met verschillende emoties
9. Opwinding regulatie -> hartslag onder controle
10. Mind fullness
11. Evaluatie
12. Vervolg
Mindset:
Fixed mindset -> atleten die denken dat hun vaardigheden vastligt -> geen verandering mogelijk.
Growth mindset -> atleten die denken dat hun vaardigheden ontwikkeld kunnen worden.
Wanneer en waarom gaat een atleet naar de sportpsycholoog:
- Omgaan met druk
- Omgaan met blessures en tegenslagen
- Presteren op het juiste moment
- Leren om te focussen
, - En meer….
Casus: Schaatser, 16 jaar, goed in training en minder goed in wedstrijden. Druk van ouders, trainer en
van hemzelf. Geen plezier meer in.
- Probleem -> onzeker en nerveus door druk van ouders, coaches en hemzelf.
- Oplossing -> druk verlagen, gesprekken met ouders en coaches. Controleren gedachten en
gevoelens en reguleren van de opwinding en de druk.
Casus: Gymnast, 19 jaar, bang om te vallen na enkelblessure. Revalidatie gehad van vier maanden en
elke vier weken wordt haar enkel gecheckt door de fysiotherapeut.
- Probleem -> angst, hierdoor vaker vallen, nog niet op oude niveau.
- Oplossing -> controle krijgen over gedachten en lichaam. Mentale training, gedachten en
emoties reguleren. Focussen op de taken en het nu.
Motivatie -> is de richting en intensiteit van iemands inspanning.
- Richting -> als een individu zoekt, benadert of zich aangetrokken voelt tot bepaalde situaties.
- Intensiteit -> verwijst naar hoeveel inspanningen een persoon levert in een specifieke
situatie.
- Richting en intensiteit dicht met elkaar verbonden.
- Gaat voor op het gedrag.
Motivatie heeft altijd een richting en een intensiteit en gaat voor op het gedrag.
- Motief (gezondheid, competitie) -> stabiel, dingen vasthouden of verbeteren
- Need -> instabiel, behoefte om dingen te doen die nodig zijn
- Drive -> neutraliseren van behoeftes die nodig zijn
Voorbeelden om te gaan sporten (motieven):
- Gezondheid
- Plezier
- Sociaal
- Gewicht
- Status
- Opwinding
Motivatie views:
- Trait-centered views -> persoonlijkheid
- Situation-centered views -> motivatie krijgen van de situatie die er is
- Interactional views -> interactie op een situatie
Succes (prestatie) motivatie -> streven naar succes en gevoel van trots en volharden na mislukkingen.
Need achievement theory -> interactie tussen persoonlijke en situatie factoren om prestaties te
behalen en gedrag te bepalen.
- Als je focust op falen dan zal je ook falen, dus je moet focussen op positieve prestaties, dan
zal je die ook halen.
Attributie -> verklaring van gedrag voor je zelf of voor anderen, waardoor je wint of verliest.
Rol van de sportpsycholoog:
- De sportpsycholoog helpt sporters nog beter te presteren en niet te helpen met klinische
beelden.
- Doel om atleten van 0 naar +1 te brengen en niet zoals een normale psycholoog van -1 naar
0.
- Definitie sportpsychologie -> de wetenschap die gedachten, gevoelens en gedrag van mensen
bestudeert in sportsituaties.
- Alleen herkennen van klinische beelden, geen verdere behandeling daarop. Als dat zo is kan
je doorverwijzen naar een normale psycholoog. (eetproblemen, persoonlijkheidsstoornissen
etc)
- Goed klimaat creeëren en feedback geven.
Verband tussen sportpsycholoog en fysiotherapie:
- Voor, na en tijdens de blessure gericht op herstel.
- Emotie, stress, angst, motivatie, doelen stellen en mentale training.
Mentale training -> leren van mentale skills in een systematische weg met het doel om
sportprestaties te verbeteren.
- Verbale skills is nodig.
- Mentale skills zijn; voorstellingsvermogen, doelen stellen, aandacht controleren, opwinding
onder controle en gedachtes.
Mental training programma:
1. Intake
2. Diagnostiek en prestatie vertellen
3. Doelen stellen
4. Taken en focussen
5. Concentratie behouden
6. Gedachten controleren -> herkennen van niet helpende gedachten
7. Gedachten controleren -> niet helpende gedachten in helpende gedachten veranderen
8. Gedachten controleren in specifieke situaties en met verschillende emoties
9. Opwinding regulatie -> hartslag onder controle
10. Mind fullness
11. Evaluatie
12. Vervolg
Mindset:
Fixed mindset -> atleten die denken dat hun vaardigheden vastligt -> geen verandering mogelijk.
Growth mindset -> atleten die denken dat hun vaardigheden ontwikkeld kunnen worden.
Wanneer en waarom gaat een atleet naar de sportpsycholoog:
- Omgaan met druk
- Omgaan met blessures en tegenslagen
- Presteren op het juiste moment
- Leren om te focussen
, - En meer….
Casus: Schaatser, 16 jaar, goed in training en minder goed in wedstrijden. Druk van ouders, trainer en
van hemzelf. Geen plezier meer in.
- Probleem -> onzeker en nerveus door druk van ouders, coaches en hemzelf.
- Oplossing -> druk verlagen, gesprekken met ouders en coaches. Controleren gedachten en
gevoelens en reguleren van de opwinding en de druk.
Casus: Gymnast, 19 jaar, bang om te vallen na enkelblessure. Revalidatie gehad van vier maanden en
elke vier weken wordt haar enkel gecheckt door de fysiotherapeut.
- Probleem -> angst, hierdoor vaker vallen, nog niet op oude niveau.
- Oplossing -> controle krijgen over gedachten en lichaam. Mentale training, gedachten en
emoties reguleren. Focussen op de taken en het nu.
Motivatie -> is de richting en intensiteit van iemands inspanning.
- Richting -> als een individu zoekt, benadert of zich aangetrokken voelt tot bepaalde situaties.
- Intensiteit -> verwijst naar hoeveel inspanningen een persoon levert in een specifieke
situatie.
- Richting en intensiteit dicht met elkaar verbonden.
- Gaat voor op het gedrag.
Motivatie heeft altijd een richting en een intensiteit en gaat voor op het gedrag.
- Motief (gezondheid, competitie) -> stabiel, dingen vasthouden of verbeteren
- Need -> instabiel, behoefte om dingen te doen die nodig zijn
- Drive -> neutraliseren van behoeftes die nodig zijn
Voorbeelden om te gaan sporten (motieven):
- Gezondheid
- Plezier
- Sociaal
- Gewicht
- Status
- Opwinding
Motivatie views:
- Trait-centered views -> persoonlijkheid
- Situation-centered views -> motivatie krijgen van de situatie die er is
- Interactional views -> interactie op een situatie
Succes (prestatie) motivatie -> streven naar succes en gevoel van trots en volharden na mislukkingen.
Need achievement theory -> interactie tussen persoonlijke en situatie factoren om prestaties te
behalen en gedrag te bepalen.
- Als je focust op falen dan zal je ook falen, dus je moet focussen op positieve prestaties, dan
zal je die ook halen.
Attributie -> verklaring van gedrag voor je zelf of voor anderen, waardoor je wint of verliest.