Inleiding:
Het doel van de proef is om de veerconstante uit te rekenen en uit te vinden wat het verband is
tussen de kracht waarmee de veer wordt uitgerekt en de uitrekking. De veerconstante is één getal
dat alles van de veer zegt, het is hoeveel kracht er nodig is om de veer uit te rekken. Het is een
verhoudingsgetal, dat is een getal van de verhouding tussen de kracht en de uitrekking. Je kan de
veerconstante uitrekenen met deze formule: C = F/U. De C: de veerconstante, F: de kracht in Newton
en U: de uitrekking. Om een veer uit te kunnen laten rekken heb je een kracht nodig. Wij hebben
gekozen om de veerconstante van twee veren uit te rekenen, zodat we zeker zijn wat de
veerconstante is en of er verschillen zijn tussen deze veren.
Onderzoeksvraag:
Wat is het verband tussen de kracht waarmee de veer wordt uitgerekt en de uitrekking?
, Deelvraag:
Wat is de veerconstante van deze veer?
Zijn er verschillen tussen de uitrekking en veerconstante tussen veer 1 en veer 2?
Hypothese:
Wij verwachten dat als je de hoeveelheid newton verhoogd, de uitrekking ook groter wordt. Volgens
de formule heb je dan niet veel N/cm nodig om de veer uit te rekken. Hierdoor zal de veerconstante
ook helemaal niet hoog zijn. Wij denken dat het rond de 0,10 N/cm zal liggen. Wij verwachten dat de
veren niet veel met elkaar zullen verschillen.
Benodigdheden/materiaal:
- Statief
- Statiefhaak
- 2 spiraal veren
- Statiefklem
- Liniaal
- 14 massa gewichtjes van 50 gram
- 2, 1 mm blaadjes
- 1 cm blaadje
- Schrijfgerei
Uitvoeren/methode:
Je neemt je statief, je bevestigt je ophanghaak en statiefklem. Nu zet je je liniaal op je statief, zorg
dat hij de onderkant helemaal raakt, als je dit hebt gedaan zet je je liniaal vast aan de statiefklem. Je
neemt de eerste veer en je zorgt dat de laatste winding op de nul zit (dit is je nulmeting), doe dit
precies want anders kloppen je gegevens niet. Zodra je dit hebt gedaan hang je de veer op de
statiefhaak. (Zie volgende pagina voor de opstelling)
Je maakt een tabel (met potlood) op het blad van 1 cm, 9 kolommen naar beneden en 5 kolommen in
de breedte. In de eerste (bovenste) kolom zet je de aantal gewichtjes 0 tot en met 7. Dan in de
tweede kolom de massa gewichtjes in gram, 0 tot en met 350 gram. In de derde kolom schrijf je de
kracht op de veer in Newton, dit bereken je door de massa in kilogram ( wat betekent dat je moet
omrekenen van gram naar kilogram, dit doe je door te delen door duizend ) keer de zwaartekracht
op aarde, dat is 9,8 N. In de vierde kolom zet je de uitrekking in centimeter. Dit meet je door elke
keer een massa gewichtje toe te voegen op de veer en dan kijk je hoeveel de veer is uitgerekt door te
kijken op de liniaal. In de vijfde, oftewel de laatste kolom schrijf je de veerconstante in N/cm, dit
bereken je door de kracht in Newton te delen door de uitrekking in centimeter.