Leerdoelen:
- De kracht van elk onderzoeksdesign kunnen bepalen om een causale relate te onderzoeken.
- Het verschil kennen tussen experimenteel en observatoneel onderzoek.
- De voor en nadelen kennen van de verschillende onderzoeksdesigns.
- Begrijpen hoe bias en confounding gerelateerd zijn aan de onderzoeksopzet.
- Begrijpen hoe de steekproefgroote zich verhoudt tot de efectgrootee de power en het
significanteniveau.
1. Causaliteit
Methodologie EBP (TV)
Stap 1: Klinisch probleem vertalen naar beantwoorde vraag
Stap 2: Zoek efcicnt naar het beste bewijsmateriaal
Stap 3: Beoordeel bewijs
Stap 4: Pas het resultaat toe
Stap 5: Evalueer
(Geen efect is ook een efect. Iets wat niet statsch significant is kan ook een resultaat zijn. Is het
geen wat je vind de oorzaak van je intervente of van toevallige omstandigheden (confounders). Bij
bijv. intervente en pocketreducte kun je je afvragen > heef de intervente het veroorzaakt of iets
anders.)
Aanwijzingen van causaliteit (TV)
Voorbeeld:
- Mensen die vaak een aansteker bij zich dragen hebben vaker longkanker.
Vraag:
- Is er nu een associatie of een causaal verband tussen het bij zich dragen van een aansteker
en het ontwikkelen van longkanker?
> Er is een associate.
(Bij een causale relate zit een factor reversibiliteite als je de oorzaak wegneemt (aansteker)
neemt de kans op longkanker dan af? In dit geval is dat een nee > dan is er sprake van een
causale relate.)
Met het vaststellen van een associate is causaliteit dus nog niet bewezen.
Preventeprogramma voor het voorkomen van longkanker: Aanstekers aanbieden!
Dus:
Waarom moeten we persé weten wat de 'echte oorzaak' is? Om bijv. goede
preventeprogramma's te ontwikkelen.
, Of
Waarom moeten we perse weten welke behandeling 'werkelijk' beter is? Om bijv. de juiste
behandeling te kunnen adviseren.
Criteria voor causaliteit (TV)
1. Geen alternateve verklaring
2. Reversibiliteit 1 t/m 3: Direct verband met onderzoeksontwerp
3. Tijdsrelate
4. Kracht van de associate
5. Dosis-responsrelate
6. Consistente
7. Biologische plausibileit
Een goed opgezet onderzoek probeert zoveel mogelijk te voldoen aan de criteria voor causaliteit (TV)
(Je bent beter in staat om een zuivere relate aan te tonen als het onderzoek aan de criteria voldoet.)
2. Causaliteit en onderzoeksdesigns
Causale geloofwaardigheid
(Observatonele studies = verricht je metngen in bestaande situates. Er wordt niets
veranderd aan de situate.)
(Randomisate = proefpersonen hebben evenveel kans om in een groep terecht te komen.)