HOORCOLLEGE
Onderwerp: “Het sanctiestelsel”
Het sanctiestelsel is de allerlaatste stap in het strafprocesrecht. drie stappen :
- Straf is lastig om op te leggen
- Straf is lastig om ten uitvoer te leggen
- Wat doe je met iemand na zijn straf?
Als je een straf wil bepalen moet er worden gekeken naar twee dingen:
- Waar het delict omgaat
- Wat de sanctie is wat er aan dat delict opgelegd kan worden
Eerst moet er dus gekeken worden wat de sanctie is op basis van een delict. Vervolgens moet er met die
basis kennis gekeken worden naar de algemene regels (Algemene deel Wetboek van Strafrecht) die
gelden voor die delicten en voor die sancties die je kunt opleggen. De rechter heeft volgens het
legaliteitsbeginsel dus niet volledige straftoemetingsvrijheid.
Waar baseert de rechter zijn straf op?
-Het feitencomplex (hoe ernstig is het feit?)
-De persoon die de daad verricht
-De gevolgen van de straf voor de persoon
-Omstandigheden waarin de daad is verricht
-De richtlijnen / oriëntatiepunten van de Nederlandse rechter
-De eis van de OvJ
Sanctiestelsel anno 2017 : sanctie = straffen + maatregelen
- Straffen
- Gevangenisstraf
- Taakstraf
- Geldboete
- Ontzetting van bepaalde rechten
- Verbeurdverklaring
- Openbaarmaking rechterlijke uitspraak
- Maatregelen
- Onttrekking aan het verkeer
- Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
- Schadevergoeding aan slachtoffer
- Plaatsing psychiatrische ziekenhuis
- Terbeschikkingstelling (TBS)
- Plaatsing Inrichting Stelselmatige Daders (ISD)
- Vrijheidsbeperkende maatregel
- Gedragsbeïnvloedende & vrijheidsbepalende maatregel
Het verschil tussen een straf en een maatregel is dat een straf echt gaat om de beveiliging van de
samenleving en de behandeling van de veroordeelde. De verhouding van de ernst van het feit en de
sanctie is dan niet leidend. Bij een straf gaat het echt om vergelding.
Strafdoelen (wat wil je bereiken met je straf?) hebben veel invloed op de straftoemeting.
,WERKGROEP
Vraag 1
De rechter geniet over een ruime mate van vrijheid bij de straftoemeting. Welke stelling is niet juist?
a. Het bestaan van richtlijnen en rechterlijke oriëntatiepunten draagt bij aan het rechtsgelijkheidsbeginsel,
hetgeen op gespannen voet kan staan met de individualisering van de straf
JUIST
Rechtsgelijkheid: als er sprake is van een gelijk geval, moet deze gelijk behandeld worden.
Individualisering van de straf: kijken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
b. In het recht staat het principe voorop dat de rechter, via de bewezenverklaring en na de constatering
dat zowel feit als dader strafbaar zijn, verplicht is een sanctie op te leggen
ONJUIST
Artikel 9a Sr: schuldig verklaren maar geen straf opleggen. Er is dus geen verplichting om een sanctie
op te leggen.
c. In hoger beroep brengt één van de motiveringsvereisten mee, dat de rechter in hoger beroep een
afwijkende sanctie ten opzichte van die in eerste aanleg moet motiveren
JUIST
Verbazingscriterium: als de straf van het Hof veel hoger is dan die van de rechtbank, moet het Hof dit
motiveren, anders niet!
d. De straftoemeting wordt, behalve door motiveringsvoorschriften, genormeerd door de strafsoort, de
strafmaat en de strafvorm
JUIST
Vraag 2
Daily wordt door de rechtbank veroordeeld ter zake van flessentrekkerij (art. 326a Sr). Tot welke van de
volgende combinaties van straffen kan de rechtbank hem niet veroordelen?
a. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en een geldboete van €5000,-
JUIST
Eerst bij het delict zelf opzoeken wat de bandbreedte voor de maximale straf is: gevangenisstraf max 4
jaar en geldboete van 5e categorie.
Uit artikel 9 lid 3 blijkt dat een gevangenisstraf of taakstraf mogelijk is in combinatie met een geldboete.
b. Een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk
JUIST
Uit artikel 14a lid 1 en 2 blijkt dat onder de 2 jaar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf mogelijk
is. Bij een gevangenisstraf tussen de 2 en 4 jaar mag er een gedeelte (max 2 jaar) voorwaardelijk
worden opgelegd.
c. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar en een taakstraf voor de duur van 200 uur
ONJUIST
Uit artikel 9 lid 4 Sr blijkt dat het onvoorwaardelijk gedeelte van een gevangenisstraf niet langer dan zes
maanden mag duren. De maximale duur van een taakstraf is 240 uur, te vinden in artikel 22 c lid 2.
d. Een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar en een voorwaardelijke geldboete van €17500,-
JUIST
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf is te combineren met een voorwaardelijke bijkomende straf, te
vinden in artikel 9 lid 3 Sr.
, Vraag 3
Welke van de onderstaande beweringen met betrekking tot straffen en maatregelen is niet juist?
a. Het draagkrachtbeginsel schrijft voor dat de rechter bij e vaststelling van de hoogte van de geldboete
rekening houdt met de draagkracht van de verdachte
JUIST
Artikel 24 Sr
b. Bij het opleggen van een sanctie houdt de rechter rekening met een eventuele overeenkomst uit een
bemiddeling tussen het slachtoffer en de verdachte
JUIST
Artikel 51h lid 2 Sr
c. De OvJ mag bij strafbeschikking enkel hoofdstraffen en bijkomende straffen opleggen en geen
maatregelen
ONJUIST
d. TBS met dwangverpleging kan worden gecombineerd met een tijdelijke gevangenisstraf, tenzij de
verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is verklaard
JUIST
Artikel 37a jo. 27b. Sr.
Ontoerekeningsvatbaarheid is een schulduitsluitingsgrond, dus vraag 1 of 3 van de materiële vragen.
Slechts bij deze vragen mag er alleen een maatregel worden opgelegd, anders moet er wel gewoon
een straf opgelegd worden.
Vraag 4
Tijdens zijn verhoor bekent Hans het plegen van drie delicten: winkeldiefstal (310 Sr), woninginbraak (311
Sr) en een bankoverval (317 Sr). Wat is de maximaal op te leggen gevangenisstraf aan Hans?
Eerst worden de straffen opgeteld: = 22 jaar
- Diefstal: 4 jr
- Woninginbraak: 9 jr
- Bankoverval: 9 jr
Uit artikel 57 Sr blijkt dat de volgende berekening kan worden losgelaten op gevangenisstraffen van
opgetelde delicten: hoogste gevangenisstraf + 1/3 van de hoogste gevangenisstraf.
In dit geval dus: 9 + 3 = 12 jaar
Vraag 5
Bij een voorwaardelijke veroordeling wordt altijd de algemene voorwaarde gesteld dat de veroordeelde zich
voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit.
JUIST
Artikel 14a Sr: voorwaardelijke straf
Artikel 14c lid 1 onder a Sr: gedurende proeftijd voorwaardelijke straf geen nieuw strafbaar feit
Daarbovenop kunnen eventueel bijzondere voorwaarden worden gesteld waaraan de veroordeelde zich
binnen de proeftijd moet houden.
JUIST
Artikel 14c lid 2: rechter kan bijzondere voorwaarden opleggen