Proef tentamen geschiedenis van de psychologie 1.
1. Het begin van de praktijkpsychologie kan worden gedateerd:
a. tussen 1879 en 1890
b. tussen 1890 en 1905
c. tussen 1905 en 1914
d. tussen 1914 en 1925
2. Waarmee ondersteunde Galton in Hereditary Genius zijn stelling dat intelligentie erfelijk
was?
a. De normaalverdeling van intelligentie
b. Stamboomonderzoek van eminente families
c. Vergelijking van adoptiekinderen met biologische kinderen
d. Galton maakte gebruik van zowel a, b als c
3. 'Geisteskrankheiten sind Gehirnkrankheiten' ('geestesstoornissen zijn
hersenstoornissen'). Dit motto van de biologische psychiatrie is van ..... en dateert uit....:
a. de Duitse psychiater Griesinger, midden van de negentiende eeuw
b. de Duitse psychiater Griesinger, eind negentiende eeuw
c. de Duitse psychiater Kraepelin, midden negentiende eeuw
d. Kraepelin, eind negentiende eeuw
4. In een typisch experiment van Pavlov gaat het geluid van een bel vooraf aan het geven
van voedsel aan een hond. En dit meerdere malen. Daarna klinkt alleen de bel en gaat
de hond kwijlen. In dit voorbeeld is het voedsel:
a. de geconditioneerde stimulus
b. De geconditioneerde respons
c. De ongeconditioneerde stimulus
d. De ongeconditioneerde respons
5. Darwin betoogde dat alle diersoorten door een miljoenen jaren durend proces van
evolutie waren ontstaan. Zijn tegenstanders stelden dat God alle soorten in één keer
gecreëerd had. Een belangrijk argument voor het laatste standpunt was dat:
a. Heel veel diersoorten onderling nauwelijks verschilden.
b. De aarde miljoenen jaren oud was
c. Het oog van zoogdieren zo complex en perfect was
d. Apen en mensen nauwelijks op elkaar leken
6. Wat is Descartes' vergissing volgens Antonio Damasio?
a. Volgens Damasio komt het denken juist voort uit de materie (het brein) en niet
andersom, zoals Descartes beweert.
b. Volgens Damasio zijn ratio en emotie niet gescheiden en is een mens zonder
emoties juist minder rationeel.
c. a en b zijn waar.
d. a en b zijn onwaar
, 7. Descartes geloofde dat dieren:
a. In essentie identiek waren aan mensen.
b. Machines zonder bewustzijn waren.
c. Psychologisch gezien op mensen leken, alleen minder complex waren.
d. Zo van mensen verschilden dat ze voor de wetenschap totaal oninteressant waren.
8. Wat was de voornaamste reden dat Galton tests maakte om intelligentie te meten?
a. Om te bewijzen dat mannen slimmer waren dan vrouwen.
b. Om aan te tonen dat de psychologie een kwantitatieve wetenschap was.
c. Om kinderen te helpen het juiste schooltype te kiezen.
d. Om de slimste jonge mensen te selecteren voor zijn eugenetische doelstellingen.
9. De droominhoud die volgens Freud te vergelijken was met openlijke hysterische
symptomen heet:
a. onbewuste wens
b. manifeste inhoud
c. latente inhoud
d. onderdrukte inhoud
10. Hermann Ebbinghaus:
a. Maakte bij zijn geheugenonderzoek gebruik van nonsens-lettergrepen.
b. Toonde aan dat het geheugen, in tegenstelling tot wat Wundt beweerde, wel
experimenteel onderzocht kon worden
c. Was de ontdekker van de vergeetcurve
d. Zowel a, b als c zijn waar
11. De eerste psycholoog in Nederland was:
a. Donders
b. Brugmans
c. Heymans
d. De Groot
12. Door de evolutietheorie kreeg de psychologie meer oog voor:
a. De functionaliteit van gedrag en individuele verschillen
b. Individuele verschillen en emoties
c. De functionaliteit van gedrag en onbewuste processen
d. Emoties en onbewuste processen
13. Wat was de belangrijkste techniek die Flourens gebruikte om de frenologie van Gall te
ontkrachten?
a. Ablatie bij de hersenen van dieren
b. Zorgvuldige observatie bij mensen met hersenbeschadiging
c. Observatie van patiënten die herstelden van hersenoperaties
d. Elektrische stimulatie van delen van de hersenen van proefdieren
1. Het begin van de praktijkpsychologie kan worden gedateerd:
a. tussen 1879 en 1890
b. tussen 1890 en 1905
c. tussen 1905 en 1914
d. tussen 1914 en 1925
2. Waarmee ondersteunde Galton in Hereditary Genius zijn stelling dat intelligentie erfelijk
was?
a. De normaalverdeling van intelligentie
b. Stamboomonderzoek van eminente families
c. Vergelijking van adoptiekinderen met biologische kinderen
d. Galton maakte gebruik van zowel a, b als c
3. 'Geisteskrankheiten sind Gehirnkrankheiten' ('geestesstoornissen zijn
hersenstoornissen'). Dit motto van de biologische psychiatrie is van ..... en dateert uit....:
a. de Duitse psychiater Griesinger, midden van de negentiende eeuw
b. de Duitse psychiater Griesinger, eind negentiende eeuw
c. de Duitse psychiater Kraepelin, midden negentiende eeuw
d. Kraepelin, eind negentiende eeuw
4. In een typisch experiment van Pavlov gaat het geluid van een bel vooraf aan het geven
van voedsel aan een hond. En dit meerdere malen. Daarna klinkt alleen de bel en gaat
de hond kwijlen. In dit voorbeeld is het voedsel:
a. de geconditioneerde stimulus
b. De geconditioneerde respons
c. De ongeconditioneerde stimulus
d. De ongeconditioneerde respons
5. Darwin betoogde dat alle diersoorten door een miljoenen jaren durend proces van
evolutie waren ontstaan. Zijn tegenstanders stelden dat God alle soorten in één keer
gecreëerd had. Een belangrijk argument voor het laatste standpunt was dat:
a. Heel veel diersoorten onderling nauwelijks verschilden.
b. De aarde miljoenen jaren oud was
c. Het oog van zoogdieren zo complex en perfect was
d. Apen en mensen nauwelijks op elkaar leken
6. Wat is Descartes' vergissing volgens Antonio Damasio?
a. Volgens Damasio komt het denken juist voort uit de materie (het brein) en niet
andersom, zoals Descartes beweert.
b. Volgens Damasio zijn ratio en emotie niet gescheiden en is een mens zonder
emoties juist minder rationeel.
c. a en b zijn waar.
d. a en b zijn onwaar
, 7. Descartes geloofde dat dieren:
a. In essentie identiek waren aan mensen.
b. Machines zonder bewustzijn waren.
c. Psychologisch gezien op mensen leken, alleen minder complex waren.
d. Zo van mensen verschilden dat ze voor de wetenschap totaal oninteressant waren.
8. Wat was de voornaamste reden dat Galton tests maakte om intelligentie te meten?
a. Om te bewijzen dat mannen slimmer waren dan vrouwen.
b. Om aan te tonen dat de psychologie een kwantitatieve wetenschap was.
c. Om kinderen te helpen het juiste schooltype te kiezen.
d. Om de slimste jonge mensen te selecteren voor zijn eugenetische doelstellingen.
9. De droominhoud die volgens Freud te vergelijken was met openlijke hysterische
symptomen heet:
a. onbewuste wens
b. manifeste inhoud
c. latente inhoud
d. onderdrukte inhoud
10. Hermann Ebbinghaus:
a. Maakte bij zijn geheugenonderzoek gebruik van nonsens-lettergrepen.
b. Toonde aan dat het geheugen, in tegenstelling tot wat Wundt beweerde, wel
experimenteel onderzocht kon worden
c. Was de ontdekker van de vergeetcurve
d. Zowel a, b als c zijn waar
11. De eerste psycholoog in Nederland was:
a. Donders
b. Brugmans
c. Heymans
d. De Groot
12. Door de evolutietheorie kreeg de psychologie meer oog voor:
a. De functionaliteit van gedrag en individuele verschillen
b. Individuele verschillen en emoties
c. De functionaliteit van gedrag en onbewuste processen
d. Emoties en onbewuste processen
13. Wat was de belangrijkste techniek die Flourens gebruikte om de frenologie van Gall te
ontkrachten?
a. Ablatie bij de hersenen van dieren
b. Zorgvuldige observatie bij mensen met hersenbeschadiging
c. Observatie van patiënten die herstelden van hersenoperaties
d. Elektrische stimulatie van delen van de hersenen van proefdieren