Begrippen:
Cytosolische en exoplasmatsche laag: De cytosolische laag is het vloeistof wat zich IN de cel bevindt
waarin meerdere organellen in gesuspendeerd zijn. De exoplasmatsche laag representeerd de
buitenkant van de cel waar bijvoorbeeld het ECM zich bevindt.
Fosfolipiden: De hydrofele kop wordt het liefst door water omgeven. De hydrofobe kant
daarentegen wordt het liefst door vetachtge moleculen omgeven. De fosfaatgroep is hydrofel
omwille van zijn polariteit. Fosfolipiden zijn structurele lipiden, dit wil zeggen dat het
bouwelementen zijn in de cellen.
Fosfoglyceriden: stoffen met als basiscomponent een fosfatdinezuur, bestaande uit glycerol,
veresterd met twee vetzuurgroepen en een fosforzuurgroep. Fosfoglyceride is een voorbeeld van de
fosfolipiden. Verschillende vormen van fosfoglyceriden zijn:
Ethanolamine (PE)
(vormen de curve in de cel)
Choline (PC)
(vormen de plate delen in de cel, komt het meeste voor in de cel (blz226), )
Serine (PS)
Inositol (PI)
(bevat een glucose kop)
Sfingolipiden: een vorm van fosfolipide waarin een enkele glycerolketen vervangen is door een
sphingosine keten. Deze soort fosfolipide bestaat uit sphingomyelins (bestaande uit fosfaat kop, en is
polair) en glycolipid glucosylserebroside (wat geen fosfaat kop heef, aaphipatsshe is en een glysose
kop bevate).
Sfingomyeline: een sub-groep van de sfngolipide. ierboven beschreven.
Cholesterol: een subgroep van de sterolen. Bestaat uit vier hydrocarbon ringen en aan een enkele
hydroxyl substtuent. et behoort niet tot de fosfolipiden omdat het geen fosfaat gebaseerde
hoofdgroep bevat.
Liposoom: een liposoom is een kunstmatg gesynthetseerd deeltje dat de vorm heef van een
bolletje dat bestaat uit een dubbel fosfolipiden membraan structuur.
Integrale membraan eiwiten: dat zijn eiwiten die geintegreerd zijn in het dubbel membraan en
daar hun functes uitvoeren, zoals aqueporines.
Perifere membraan eiwiten: perifere membraan eiwiten zijn eiwiten die alleen aan een enkele
membraan laag van het dubbel membraan gevestgd zijn, meestal is dit aan de cytosolische zijde van
het membraan, maar het kan ook aan de exoplasmatsche zijde van het membraan. Komen niet in
contact met het hydrofobische deel van het membraan
Cytoskelet: het cytoskelet spreekt voorzich. Een structuur van verschillende samenwerkende tubuli
en fbrillen die zorgen voor de vormgeving en stevigheid van een cel.