Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting pedagogiek en psychologie 1.3

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
22
Geüpload op
04-04-2024
Geschreven in
2022/2023

Pedagogiek jaar 1 blok 3, 21 bladzijdes. Onderwerpen zijn: babycommunicatie, sensitiviteit, communicatievoorwaarden, metacommunicatie, dimensies van de relationele weerstand, loyaliteit, beroepsopvoeder, sociaal gedrag, hechting, zelfdeterminatietheorie, interacties, vriendschap, pesten, 4 stadia Piaget, informatieverwerkingstheorie, Vygotsky, taalontwikkeling, tweetaligheid, TOS, creativiteit, genen, reflex, executieve functies, clusters, brein, spiegelneuronen, prenatale ontwikkeling, kritische periode

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Pedagogiek en psychologie samenvatting 1.3
Babycommunicatie

- Belang van aanraking/huidcontact– controversieel experiment Harlow (aapje met zachte
moeder zonder eten en harde moeder met eten)
 Is belangrijke factor voor gehechtheid, geborgenheid, veiligheid
 Oxytocine (knuffelhormoon) komt vrij bij prettige aanraking -> stress verlagend
(afhankelijk van context -> niet bij elke aanraking wordt oxytocine aangemaakt)
 Tactiele communicatie = alle communicatie waarbij aanraking een rol speelt
 Baby’s: tactiel (tast) -> auditief (horen) -> visueel (zien)
 Kangaroo care -> huid op huid contact stimuleren (te vroeg geboren baby’s hebben
betere overlevingskansen wanneer zij veel worden aangeraakt)
 Baby’s communiceren via lichaamshouding, lichaamsbeweging, stem, mimiek,
alertheid
- Haptonomie = studie van de taal van het lichaam
1. Intieme/persoonlijke ruimte: zorgvuldig mee omgaan, nog in ontwikkeling bij baby’s
2. Naderen: niet plotseling en abrupt, kondig jezelf aan, doe alles rustig en geduldig
3. Uitnodigen: niet gebruik maken van machtplekken -> aanraking zorgt voor
spierverslapping (kin optillen, bepaald punt in de nek)

Moeilijkheden in babycommunicatie:

- Baby’s kun je niet verwennen door teveel te reageren op het huilen
- 2 typen huilen (Stroecken, Verdult):
 Behoeftehuilen: honger, moe, affectie (fysiek contact), luier zit vol
 Traumahuilen: heftiger, vanwege innerlijke spanning/emotionele pijn, mimiek straalt
paniek uit, vuistjes zijn gespannen (bv door pijn bij geboorte, alcohol syndroom)
- Geen aandacht geven als baby huilt -> krijgt later emotionele problemen
- Incongruente communicatie = wat je laat zien/horen is niet in lijn met wat je uitstraalt
- Lichamelijke integriteit -> is bv het verschonen niet te intiem?



Sensitiviteit (Mary Ainsworth)

- Sensitieve ouder:
1. Merkt het signaal van het kind op
2. Interpreteert het signaal van het kind correct
3. Reageert op het signaal op de juiste manier
4. Reageert op het signaal op het juiste moment
- Vaders en moeders zijn ongeveer even sensitief (in de eerste 2 jaar), maar verloopt in ander
patroon
- Kinderen van sensitieve ouders:
 Vaker veilig gehecht aan hun ouder (kind kan op de ouder bouwen)
 Betere cognitieve vaardigheden
 Betere sociale vaardigheden
 Betere zelfregulatie
 Hebben als volwassene gezondere hersenen
- Wat sensitiviteit kan verstoren: psychische klachten, telefoongebruik, etc.


1

,Kwaliteit van een gesprek:

- Respect voor de eigenheid van het kind -> houding van verwondering/interesse (Korczak)
- Actief/aanmoedigend luisteren; zo weinig mogelijk de ander onderbreken -> oogcontact,
knikken, doorvragen wanneer iemand is uitgesproken (Gordon)
 Geduld
 Ik-boodschap (onderscheid tussen jij en ik)
 Goede sfeer (warmte, spelen, humor)
 Non-verbale communicatie (houding, hóe je het zegt, tekeningen, voorwerpen zoals
poppen)



Communicatievoorwaarden:

1. Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind
2. Kijk naar een kind terwijl je spreekt (oogcontact)
3. Wel/niet oogcontact maken afwisselen (90 graden hoek of spelletje helpt daarbij)
4. Stel het kind op zijn gemak (zeker bij zwaar gesprek; uitleggen dat het gesprek niet bedoeld is
als straf)
5. Luister naar wat het kind zegt (houding van verwondering)
6. Laat mbv voorbeelden zien dat wat het kind zegt, effect heeft (bijvoorbeeld terugkomen op
wat het kind de vorige keer verteld heeft)
7. Vertel het kind dat het jou moet zeggen wat hij vindt/wil, omdat je niet iets kunt weten als
het kind het niet vertelt (bv vertellen dat je een bepaald persoon niet kent)
8. Probeer spelen en praten te combineren
9. Breek het gesprek af en zet het later voort als je merkt dat het kind afhaakt
10. Wanneer je een lastig gesprek hebt gevoerd, zorg dan dat het kind daarna tot zichzelf kan
komen (bv aan het einde een luchtig spelletje doen)



Metacommunicatie = communicatie over de communicatie (is op iedere leeftijd belangrijk; wel op
verschillende manieren)

1. Maak het doel van het gesprek duidelijk (gelijk vertellen waar het kind aan toe is)
2. Laat een kind weten wat je intenties zijn (bv dat je niet boos bent, maar juist nieuwsgierig)
3. Laat het kind weten dat je feedback nodig hebt tijdens het gesprek (bv over dat je teveel
vragen stelt, een onderwerp aansnijdt waar het kind het niet over wil hebben)
4. Laat een kind weten dat het mag zwijgen (het kind hoeft niet alles te vertellen, je kan wel
vragen waarom het kind er niet over wil praten)
5. Probeer te benoemen wat je voelt en volg wat je voelt (nodigt het kind ook uit om het kind
z’n gevoel te delen)
6. Nodig het kind uit om zijn mening over het gesprek te geven (“hoe heb je het gesprek
ervaren? Wat vond je van het spelletje?” of tussentijds vragen stellen)
7. Maak metacommunicatie een vast onderdeel vd communicatie




2

, 4-8 jaar

- Moeilijke woorden/lange zinnen vermijden (kind begrijpt niet wat je zegt, concentratie is snel
weg)
- Wees concreet (de tijd) en koppel dit aan een gebeurtenis (“was dat voor of na dat je bij oma
hebt gelogeerd?” ipv “was dat voor of na het weekend?”)
- Geef het aan als je iets niet weet
- Korte gesprekjes, combineren/afwisselen met spel
 4-6 jaar: 10-15 min., 6-8 jaar: 15-20 min.
- Moeilijke gesprekken in combinatie met spel, hulpmiddel, afleiding (poppen, praatplaat,
tekenen, etc.)
 4-6 jaar: verwijs naar familie, 6-8 jaar: verwijs naar vriendjes

8-12 jaar

- Gebruik metacommunicatie
- Maak gebruik van (bewegings)spel (minder belangrijk bij 10-12 jaar)
- Gesprek van max. 30-45 min.
- Actief proberen om sociaal wenselijke antwoorden te vermijden
- Samenvattend vragen
- Aanwezigheid van een leeftijdsgenootje kan het gesprek vergemakkelijken



13-18 jaar

- Valkuil: tégen ipv mét de adolescent praten
- Metacommunicatie is vast onderdeel
- Attitude/houding van volwassene is van groot belang (jongere gevoel geven dat je gelijk
staat)
- Communicatie moet “echt” zijn
- Stimuleer het vertellen van zijn verhaal en wees een veilig luisterend oor

- Formeel operationeel denken (laatste fase; Piaget) -> abstractie ontwikkelt
- Aandacht en concentratievermogen nemen toe (gesprekken kunnen dus langer duren)
- Hersenontwikkeling is nog niet voltooid (bv prefrontale cortex)
- Heel veel hormonen -> invloed op gedrag
- Moeilijk overzien van gevolgen van eigen gedrag
- Morele agressie: overtuigd van het eigen gelijk, denken dat ze alles al weten, kennis van ‘hoe
het zou moeten’
- Belang van leeftijdsgenoten wordt groter
- Rode draad blijft écht contact
- Preken van ouders -> hersenen van de adolescent gaan “uit”
- Na de puberteit is de band tussen ouder en kind vaak beter dan ooit (gelijke
gesprekspartners)
- Normen/waarden van adolescenten hebben veel overeenkomsten met die van hun ouders
(dus geen generatiekloof)




3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
4 april 2024
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.39
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
femkeveenstra Haagse Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
8
Laatst verkocht
1 maand geleden

3.2

5 beoordelingen

5
2
4
0
3
1
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen