geologische tijdschaal is onderverdeeld in tijdperken, perioden en tijdvakken, en is
gekoppeld aan gesteentelagen die in deze periode zijn ontstaan (absoluut of relatief).
aardwetenschappers delen de aarde op twee manieren in zones in:
- zones met verschillende samenstelling: kern - mantel - aardkorst
(van binnen naar buiten samenstelling steeds lichter van gewicht)
- zones waarin het materiaal verschilt in viscositeit (mate van stroperigheid)
(water heeft bijv een lage viscositeit)
binnenkern (vast) - buitenkern (vloeibaar) - ondermantel (plastisch; taai stroperig) -
asthenosfeer (plastisch) - lithosfeer: harde gedeelte aardmantel en aardkorst
graniet (continentale korst) -/- basalt (oceanische korst)
catastrofetheorie: ingrijpende veranderingen aan het aardoppervlak plotseling en op
rampzalige wijze tot stand kwamen.
actualiteitsbeginsel: principe dat ervan uitgaat dat natuurweten in het verleden en heden
dezelfde zijn.
mid-oceanische rug: onderzeese gebergteketen (ontstaan door omhoogkomend
mantelmateriaal).
de processen waardoor platen ontstaan, bewegen en ook weer verdwijnen, wordt
platentektoniek genoemd (Wegener was de grondlegger).
convectiestroom: bewegend heet magma in de mantel van de aarde. soms kan het magma
via breuken aan het aardoppervlak komen: vulkanisme
een oude en afgekoelde oceanische plaat kan zo zwaar worden, dat deze niet meer blijft
drijven op de hete mantel (asthenosfeer), de plaat zakt naar beneden: subductie
een subductiezone is te herkennen aan een diepzeetrog.
motor van de platentektoniek:
- slab pull (trekkracht)
- ridge push (duwkracht)
, door slab pull / ridge push bewegen aardplaten op drie manieren ten opzichte van elkaar:
convergentie
platen schuiven naar elkaar toe (convergente plaatgrens) → stratovulkanen of
samengestelde vulkanen (explosief) → caldera: grote vulkaankrater
mogelijke situaties:
- subductie oceanische plaat onder continentale plaat
- subductie oceanische plaat onder oceanische plaat
- twee continentale platen botsen (vormt plooiingsgebergte)
divergentie
platen schuiven van elkaar af (divergente plaatgrens) →
schildvulkanen (effusieve uitbarsting)
door divergentie wordt een plaat opgerekt, waardoor deze openbreekt in blokken die langs
breuklijnen naar beneden kunnen zakken (horsten- en slenkenlandschap).
rift schouder - riftvallei - rift schouder
vervolgens kan een nieuwe oceaan ontstaan met in het midden een mid-oceanische rug.
transforme plaatbeweging
platen schuiven langs elkaar (transforme plaatgrens). dit gaat met horten stoten, dus kan
leiden tot zware aardbevingen.
breukgebergte: gebergte dat ontstaat in een gebied met een sterke breukactiviteit.
bekken: een laaggelegen deel van het aardoppervlak.
bij een eruptie (vulkaanuitbarsting) komt meestal gesmolten gesteente (magma) naar buiten.
- magmakamer: herkomstgebied magma
vulkanisme komt meestal voor bij de randen van de (convergerende of divergerende) platen
uitzondering: hotspot (door stijgende mantelpluimen)
aardbeving
hypocentrum: punt waar de aardbeving ontstaat
epicentrum: recht boven het hypocentrum waar de trillingen het meest voelbaar zijn
Schaal van Richter: meetschaal voor de energie die vrijkomt bij een aardbeving.
- magnitude: getal waarin de energie wordt uitgedrukt (1-10)
tsunami: hoge golf bij de kust die ontstaat door een aardbeving in de oceanische lithosfeer.