Hoofdstuk 10. Werk en organisatievormen
De leerkracht is heel belangrijk voor een inspirerende leeromgeving. Door je houding
kun je de kinderen enthousiasmeren, je speelt in op verschillen tussen kinderen en
bedenkt werkvormen die de kinderen aanspreken.
10.1. Didactische werkvormen
Spel- en onderwijsleeractiviteiten kun je op veel verschillende manier vormgeven. In
het onderwijs noem je dat de didactische werkvormen. Een didactische werkvorm is
dus een middel om het leerdoel te bereiken: er staat in wat jij en wat de kinderen
hiervoor moeten doen.
10.1.1. Interactievormen
Bij interactievormen is sprake van een wisselwerking tussen jou en de kinderen en
meestal ook tussen de kinderen onderling. Je hebt verschillende soorten
interactievormen, zoals:
- Onderwijsleergesprek: hierbij is de inbreng van de leerkracht erg groot; de
leerkracht gebruikt het gesprek om kinderen iets te leren. Je kan verschillende
soorten vragen stellen tijdens een onderwijsleergesprek, zoals:
Waarnemingsvragen: kijken, voelen, luisteren of ruiken is nodig
voor het antwoord.
Geheugenvragen: wat weet het kind al?
Creativiteitsvragen: antwoorden brengen je op nieuwe ideeën.
Toepassingsvragen: geleerde principes worden toegepast op
nieuwe situaties.
Denkvragen: analysevragen, synthesevragen en
evaluatievragen
- Ervaringen en belevenissen uitwisselen: het gaat bij dit soort gesprekken
vooral om de eigen ervaringen van de kinderen. Hierbij oefenen kinderen hun
sociale vaardigheden: luisteren, over emoties praten, etc.
- Kringgesprek met een thema: hierin zijn de kinderen ook weer voornamelijk
aan het woord: de leerkracht luistert. Denk bijvoorbeeld aan een soort mini
spreekbeurt die wordt gehouden over een sport of beroep bijvoorbeeld.
- Interactie in een kleine groep: kinderen leren het meeste van de interactie in
een klein groepje onder leiding van de leerkracht. De wat stillere kinderen
durven hier vaak ook wat te zeggen.
- Verhalen vertellen in de kleine kring: vaak vertellen jonge kinderen
voornamelijk wat korte zinnen en dan zijn ze klaar met praten. Je kunt het
praten stimuleren door ze een verhaal te laten vertellen.
10.1.2. Instructievormen
Als je informatie wilt geven aan kinderen, gebruik je instructievormen of
voordrachtvormen. Verschillende soorten instructievormen zijn:
- Voorlezen: voorlezen doe je om verschillende redenen, maar vooral omdat
kinderen het heerlijk vinden om voorgelezen te worden. De keuze van het
boek en de manier waarop je het boek voorleest is erg belangrijk.