Arresten:
1. Waarheidsplicht
2. Val uit ziekenhuisbed
3. Noenmaal
4. Driessen/Van Gelder
5. Frog/Floriade
6. Bewijsbeslag
7. Ongeval Sint Oedenrode
8. Omkeringsregel
9. Onderhandse akte, bewijslast valsheid
10.Bevrijdend verweer
11.Schriftelijke getuigenverklaring
12.Cassatieprocesrecht
13.Schook/Vergeer - r.o. 3.2
14.Exhibitievordering in niet IE-zaak - r.o. 3.1.1-3.1.6
15.Goodwin - r.o. 39-41
16.De Limburger - r.o. 3.4.1-3.4.4
De wettelijke bewijsregels zijn geschreven voor de gewone dagvaardingsprocedure.
In verzoekschriftprocedures zijn zij van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard
van de zaak zich hiertegen verzet (Art. 284 Rv). In kort geding gelden de wettelijke
bewijsregels niet. In arbitrage gelden deze regels ook niet, tenzij ze van toepassing
zijn verklaard door de partijen. Het scheidsgerecht is vrij ten aanzien van de
toepassing van deze regels (Art. 1039 lid 1 Rv).
In het burgerlijk proces hoeven alleen de feiten te worden bewezen die door de
wederpartij zijn betwist en die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Feiten die
door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist,
staan zonder bewijslevering tussen partijen vast (Art. 149 lid 1 Rv).
Vatbaar voor bewijs zijn feiten waaruit het gelden van een regel van gewoonterecht
kan worden afgeleid (Art. 79 lid 2 RO). Ook subjectieve rechten zijn vatbaar voor
bewijs (Art. 149-150 Rv). Bewijs wordt door partijen geleverd. Rechter mag niet
ambtshalve de feiten aanvullen, behalve met feiten van algemene bekendheid en
algemene ervaringsregels (Art. 149 lid 2 Rv).
Bewijslast: verplichting rustend op de eiser of gedaagde in een geding om bewijs te
leveren. Art. 150 Rv - hoofdregel: de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van
door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten.
Omkeringsregel: hiermee kan de rechter een uitzondering maken op de
bewijslastverdeling. Indien door een partij een bepaald risico voor het ontstaan van
schade in het leven is geroepen en dat risico heeft zich verwezenlijkt, dan mag door
een rechter binnen zekere gronden het conditio sine qua non verband (causaal
verband) als gegeven worden aangenomen, behoudend tegenbewijs van die partij.
Stelplicht: verplichting tot het stellen en bewijzen van feiten is niet verplicht, maar
het niet-voldoen kan voor de partij wel een nadeel opleveren. Bewijslast gaan aan de
stelplicht vooraf (Art. 21 Rv).
Bewijswaardering (Art. 152 Rv): de rechter beoordeelt of het bewijs geleverd is.
Uitzondering is dwingend bewijs (Art. 151 Rv). De rechter is hier verplicht om de
bewijskracht te erkennen.
Authentieke en onderhandse partij akten leveren dwingend bewijs op. (Art.
157 lid 2 Rv).
Verschil tegenbewijs en omkering van bewijslast:
1. Waarheidsplicht
2. Val uit ziekenhuisbed
3. Noenmaal
4. Driessen/Van Gelder
5. Frog/Floriade
6. Bewijsbeslag
7. Ongeval Sint Oedenrode
8. Omkeringsregel
9. Onderhandse akte, bewijslast valsheid
10.Bevrijdend verweer
11.Schriftelijke getuigenverklaring
12.Cassatieprocesrecht
13.Schook/Vergeer - r.o. 3.2
14.Exhibitievordering in niet IE-zaak - r.o. 3.1.1-3.1.6
15.Goodwin - r.o. 39-41
16.De Limburger - r.o. 3.4.1-3.4.4
De wettelijke bewijsregels zijn geschreven voor de gewone dagvaardingsprocedure.
In verzoekschriftprocedures zijn zij van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard
van de zaak zich hiertegen verzet (Art. 284 Rv). In kort geding gelden de wettelijke
bewijsregels niet. In arbitrage gelden deze regels ook niet, tenzij ze van toepassing
zijn verklaard door de partijen. Het scheidsgerecht is vrij ten aanzien van de
toepassing van deze regels (Art. 1039 lid 1 Rv).
In het burgerlijk proces hoeven alleen de feiten te worden bewezen die door de
wederpartij zijn betwist en die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Feiten die
door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist,
staan zonder bewijslevering tussen partijen vast (Art. 149 lid 1 Rv).
Vatbaar voor bewijs zijn feiten waaruit het gelden van een regel van gewoonterecht
kan worden afgeleid (Art. 79 lid 2 RO). Ook subjectieve rechten zijn vatbaar voor
bewijs (Art. 149-150 Rv). Bewijs wordt door partijen geleverd. Rechter mag niet
ambtshalve de feiten aanvullen, behalve met feiten van algemene bekendheid en
algemene ervaringsregels (Art. 149 lid 2 Rv).
Bewijslast: verplichting rustend op de eiser of gedaagde in een geding om bewijs te
leveren. Art. 150 Rv - hoofdregel: de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van
door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten.
Omkeringsregel: hiermee kan de rechter een uitzondering maken op de
bewijslastverdeling. Indien door een partij een bepaald risico voor het ontstaan van
schade in het leven is geroepen en dat risico heeft zich verwezenlijkt, dan mag door
een rechter binnen zekere gronden het conditio sine qua non verband (causaal
verband) als gegeven worden aangenomen, behoudend tegenbewijs van die partij.
Stelplicht: verplichting tot het stellen en bewijzen van feiten is niet verplicht, maar
het niet-voldoen kan voor de partij wel een nadeel opleveren. Bewijslast gaan aan de
stelplicht vooraf (Art. 21 Rv).
Bewijswaardering (Art. 152 Rv): de rechter beoordeelt of het bewijs geleverd is.
Uitzondering is dwingend bewijs (Art. 151 Rv). De rechter is hier verplicht om de
bewijskracht te erkennen.
Authentieke en onderhandse partij akten leveren dwingend bewijs op. (Art.
157 lid 2 Rv).
Verschil tegenbewijs en omkering van bewijslast: