Algemene voorwaarden:
Algemene voorwaarden in contracten zorgen ervoor dat beide partijen weten waar ze
aan toe zijn. Er kan echter ook misbruik van worden gemaakt door onredelijke
clausules te verwerken in de algemene voorwaarden.
Vroeger werd dit opgelost op 3 manieren:
• Sommige algemene voorwaarden hebben een zodanige inhoud dat zij niet zonder de
expliciete toestemming van de wederpartij van toepassing zijn.
• Er kon ook een toetsing aan de goede zeden zijn.
• Toetsen aan de redelijkheid en billijkheid.
Tegenwoordig is er een aparte afdeling in het BW voor algemene voorwaarden:
Afdeling 6.5.3, Art. 6:231-247 BW. Deze afdeling is geldig ten aanzien van alle
obligatoire overeenkomsten met uitzondering van arbeidsovereenkomsten
en collectieve arbeidsovereenkomsten (Art. 6:245 BW). Op andere meerzijdige
vermogensrechtelijke rechtshandelingen dan obligatoire overeenkomsten vinden de
bepalingen in principe overeenkomstige toepassing via schakelbepaling Art. 6:216
BW.
3 doeleinden van deze afdeling:
• Rechterlijke controle op de inhoud van de algemene voorwaarden versterken, ter
bescherming van de personen jegens wie de voorwaarden worden gebruikt.
(Inhoudscontrole)
• Het beoogt een zo groot mogelijke mate van rechtszekerheid te bieden, zowel ten
aanzien van de toepasselijkheid als de (on)geoorloofdheid van de inhoud.
• Het bevat regels die overleg tussen belanghebbenden over de inhoud van algemene
voorwaarden stimuleren.
Inhoudscontrole Art. 6:233 sub a BW: als een beding in algemene voorwaarden
onredelijk bezwarend is voor de wederpartij, is dat beding vernietigbaar.
Dit staat voor consumententransacties uitgewerkt in lijsten, waarop ontoelaatbare
en ‘verdachte’ bedingen staan vermeld (Art. 6:236-238).
Rechtszekerheid komt vooral terug in het terugdringen van
totstandkomingsdiscussies (Art. 6:232 BW), in de lijsten met ontoelaatbare en
verdachte bedingen zoals hierboven genoemd, en in de mogelijkheid dat een
bepaalde algemene voorwaarde in abstracto onredelijk bezwaard kan worden (Art.
6:240-243 BW). Dit laatste met uitzondering van een tot stand gekomen
overeenkomst.
Dwingend recht, Art. 6:246 BW: om te voorkomen dat er van de bepalingen uit
deze afdeling wordt afgeweken is er in dit artikel bepaald dat er niet van mag worden
afgeweken, wat het dwingend recht maakt.
Definitie algemene voorwaarden (Art. 6:231 sub a BW): een of meer bedingen
die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met
uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover deze
laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
Bestemmingscriterium: de voorwaarden uit de bedingen moeten zijn bestemd voor
meermalig gebruik. Dezelfde voorwaarden worden in meerdere contracten
opgenomen. Er moet meestal 5, soms 4, keer dezelfde voorwaarden zijn gebruikt.
Kernbeding: belangrijkste bedingen. Bedingen die de kern van de prestaties
aangeven. Bv bij koop: aanwijzing van de zaak en de vaststelling van de prijs, bij huur:
de aanwijzing van de woning en de bepaling van de huursom.
, Zonder kernbeding, is er niet voldoende bepaalbaarheid. Zonder voldoende
bepaalbaarheid kan een overeenkomst niet geldig tot stand komen (Art. 6:227 BW).
Kernbedingen vallen buiten de werking van Afdeling 6.5.3
Gebondenheid aan algemene voorwaarden
Battle of forms: als aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene
voorwaarden verwijzen. Partijen zullen dit lang niet altijd realiseren. Art. 6:225 BW
geeft info over wat de rechter moet doen in dit geval.
• Aan de hand van lid 1 kan de rechter bepalen dat er geen overeenkomst tot stand is
gekomen. Partijen zullen hier echter niet blij mee zijn.
• Aan de hand van lid 2 kan de rechter beslissen dat de voorwaarden van de
wederpartij van de aanbieder gelden. Dit is ongelukkig in de gevallen waarin de
aanbieder de afwijking van zijn aanbod niet eens is opgevallen.
• Lid 3 geeft een bijzondere regeling voor dit geval: de algemene voorwaarden
waarnaar het aanbod verwijst prevaleren boven die van de aanvaarding, tenzij bij de
aanvaarding de toepasselijkheid van die voorwaarden uitdrukkelijk van de hand
wordt gewezen door de wederpartij.. Is dit laatste het geval, dan zijn we weer terug
bij af en is er de keuzen tussen lid 1 of 2.
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen
De vraag of algemene voorwaarden tot contractinhoud geworden zijn, wordt beheerst
door het model van aanbod en aanvaarding zoals in Art. 6:217 e.v. BW en Art. 3:33
e.v. BW betreffende wil, verklaring en vertrouwen.
Vertrouwensbeginsel: Art. 3:35 BW
Aanvaarding is de wil van iemand die zich dmv een verklaring openbaart (Art. 3:33
BW).
De aanvaarding is verder vormvrij (Art. 3:37 BW). Verder moet er nog
wilsovereenstemming zijn.
Soms brengt 1 contractpartij 2 sets algemene voorwaarden in. Bij aanvaarding van
beiden, zijn de algemene voorwaarden naast elkaar van toepassing. Als er onderlinge
strijd is, moet er dmv uitleg worden vastgesteld wat er prevaleert.
Als de algemene voorwaarden pas na de aanvaarding van de overeenkomst worden
geïntroduceerd, spreken we van aanbod tot uitbreiding van het contract met de
algemene voorwaarden. Als de wederpartij niet reageert, is er geen stilzwijgende
aanvaarding en gelden de algemene voorwaarden dus niet.
Art. 6:232 BW: de wederpartij is aan de algemene voorwaarden gebonden, ook als
bij het sluiten ervan de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud ervan
niet kende. Dit heeft als voordeel dat de gebruiker snel akkoord kan geven aan de
algemene voorwaarden, hieronder uitgelegd.
De wederpartij is dus altijd gebonden aan alle algemene voorwaarden als hij hiermee
akkoord gaat. Echter beschermd Art. 6:233 BW de wederpartij tegen slechte of
oneerlijke voorwaarden.
Algemene vernietigingsgronden - Informatieplicht gebruiker
Beginsel van consensualisme: een overeenkomst komt tot stand door
wilsovereenstemming zonder enige andere formaliteit.
Algemene voorwaarden in contracten zorgen ervoor dat beide partijen weten waar ze
aan toe zijn. Er kan echter ook misbruik van worden gemaakt door onredelijke
clausules te verwerken in de algemene voorwaarden.
Vroeger werd dit opgelost op 3 manieren:
• Sommige algemene voorwaarden hebben een zodanige inhoud dat zij niet zonder de
expliciete toestemming van de wederpartij van toepassing zijn.
• Er kon ook een toetsing aan de goede zeden zijn.
• Toetsen aan de redelijkheid en billijkheid.
Tegenwoordig is er een aparte afdeling in het BW voor algemene voorwaarden:
Afdeling 6.5.3, Art. 6:231-247 BW. Deze afdeling is geldig ten aanzien van alle
obligatoire overeenkomsten met uitzondering van arbeidsovereenkomsten
en collectieve arbeidsovereenkomsten (Art. 6:245 BW). Op andere meerzijdige
vermogensrechtelijke rechtshandelingen dan obligatoire overeenkomsten vinden de
bepalingen in principe overeenkomstige toepassing via schakelbepaling Art. 6:216
BW.
3 doeleinden van deze afdeling:
• Rechterlijke controle op de inhoud van de algemene voorwaarden versterken, ter
bescherming van de personen jegens wie de voorwaarden worden gebruikt.
(Inhoudscontrole)
• Het beoogt een zo groot mogelijke mate van rechtszekerheid te bieden, zowel ten
aanzien van de toepasselijkheid als de (on)geoorloofdheid van de inhoud.
• Het bevat regels die overleg tussen belanghebbenden over de inhoud van algemene
voorwaarden stimuleren.
Inhoudscontrole Art. 6:233 sub a BW: als een beding in algemene voorwaarden
onredelijk bezwarend is voor de wederpartij, is dat beding vernietigbaar.
Dit staat voor consumententransacties uitgewerkt in lijsten, waarop ontoelaatbare
en ‘verdachte’ bedingen staan vermeld (Art. 6:236-238).
Rechtszekerheid komt vooral terug in het terugdringen van
totstandkomingsdiscussies (Art. 6:232 BW), in de lijsten met ontoelaatbare en
verdachte bedingen zoals hierboven genoemd, en in de mogelijkheid dat een
bepaalde algemene voorwaarde in abstracto onredelijk bezwaard kan worden (Art.
6:240-243 BW). Dit laatste met uitzondering van een tot stand gekomen
overeenkomst.
Dwingend recht, Art. 6:246 BW: om te voorkomen dat er van de bepalingen uit
deze afdeling wordt afgeweken is er in dit artikel bepaald dat er niet van mag worden
afgeweken, wat het dwingend recht maakt.
Definitie algemene voorwaarden (Art. 6:231 sub a BW): een of meer bedingen
die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met
uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover deze
laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
Bestemmingscriterium: de voorwaarden uit de bedingen moeten zijn bestemd voor
meermalig gebruik. Dezelfde voorwaarden worden in meerdere contracten
opgenomen. Er moet meestal 5, soms 4, keer dezelfde voorwaarden zijn gebruikt.
Kernbeding: belangrijkste bedingen. Bedingen die de kern van de prestaties
aangeven. Bv bij koop: aanwijzing van de zaak en de vaststelling van de prijs, bij huur:
de aanwijzing van de woning en de bepaling van de huursom.
, Zonder kernbeding, is er niet voldoende bepaalbaarheid. Zonder voldoende
bepaalbaarheid kan een overeenkomst niet geldig tot stand komen (Art. 6:227 BW).
Kernbedingen vallen buiten de werking van Afdeling 6.5.3
Gebondenheid aan algemene voorwaarden
Battle of forms: als aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene
voorwaarden verwijzen. Partijen zullen dit lang niet altijd realiseren. Art. 6:225 BW
geeft info over wat de rechter moet doen in dit geval.
• Aan de hand van lid 1 kan de rechter bepalen dat er geen overeenkomst tot stand is
gekomen. Partijen zullen hier echter niet blij mee zijn.
• Aan de hand van lid 2 kan de rechter beslissen dat de voorwaarden van de
wederpartij van de aanbieder gelden. Dit is ongelukkig in de gevallen waarin de
aanbieder de afwijking van zijn aanbod niet eens is opgevallen.
• Lid 3 geeft een bijzondere regeling voor dit geval: de algemene voorwaarden
waarnaar het aanbod verwijst prevaleren boven die van de aanvaarding, tenzij bij de
aanvaarding de toepasselijkheid van die voorwaarden uitdrukkelijk van de hand
wordt gewezen door de wederpartij.. Is dit laatste het geval, dan zijn we weer terug
bij af en is er de keuzen tussen lid 1 of 2.
Aanbod en aanvaarding zijn rechtshandelingen
De vraag of algemene voorwaarden tot contractinhoud geworden zijn, wordt beheerst
door het model van aanbod en aanvaarding zoals in Art. 6:217 e.v. BW en Art. 3:33
e.v. BW betreffende wil, verklaring en vertrouwen.
Vertrouwensbeginsel: Art. 3:35 BW
Aanvaarding is de wil van iemand die zich dmv een verklaring openbaart (Art. 3:33
BW).
De aanvaarding is verder vormvrij (Art. 3:37 BW). Verder moet er nog
wilsovereenstemming zijn.
Soms brengt 1 contractpartij 2 sets algemene voorwaarden in. Bij aanvaarding van
beiden, zijn de algemene voorwaarden naast elkaar van toepassing. Als er onderlinge
strijd is, moet er dmv uitleg worden vastgesteld wat er prevaleert.
Als de algemene voorwaarden pas na de aanvaarding van de overeenkomst worden
geïntroduceerd, spreken we van aanbod tot uitbreiding van het contract met de
algemene voorwaarden. Als de wederpartij niet reageert, is er geen stilzwijgende
aanvaarding en gelden de algemene voorwaarden dus niet.
Art. 6:232 BW: de wederpartij is aan de algemene voorwaarden gebonden, ook als
bij het sluiten ervan de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud ervan
niet kende. Dit heeft als voordeel dat de gebruiker snel akkoord kan geven aan de
algemene voorwaarden, hieronder uitgelegd.
De wederpartij is dus altijd gebonden aan alle algemene voorwaarden als hij hiermee
akkoord gaat. Echter beschermd Art. 6:233 BW de wederpartij tegen slechte of
oneerlijke voorwaarden.
Algemene vernietigingsgronden - Informatieplicht gebruiker
Beginsel van consensualisme: een overeenkomst komt tot stand door
wilsovereenstemming zonder enige andere formaliteit.