Arresten:
• Suk/Brittania
• Boonen/Quicken
• Amsta
• Linge ziekenhuis
• Belastingdienst
Collectief arbeidsrecht: geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op verenigingen van
werkgevers en werknemers, de collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden, de
invloed van de overheid op de collectieve onderhandelingen en de collectieve conflicten.
Cao is ook wel arbeidsvoorwaardenovereenkomst.
Iedere organisatie is vrij om te bepalen of en met wie zij een cao wil afsluiten. Cao bepalingen die
in strijd zijn met dwingend recht, zijn niet volgens Art. 3:40 BW.
Voordelen werkgevers cao:
• Bij grote ondernemingen zijn individuele onderhandelingen met werknemers niet uitvoerbaar en
kleine ondernemingen hebben meestal geen geld voor een personeelsfunctionaris die op de
hoogte is van alle mogelijkheden om te komen tot goede arbeidsvoorwaarden
• De totstandkoming van een cao zorgt dat er minder loonconcurrentie is tussen de bij de cao
aangesloten werkgevers
• Gedurende de looptijd van de cao wordt de kans op conflicten (stakingen) kleiner. De cao vormt
een belangrijk steunpunt voor de ondernemer bij zijn streven naar kosten stabiliteit en
productieplanning zonder risico’s.
Aantal manieren waarop het cao-recht doorwerkt op individueel niveau:
• Via de regeling van de Wet CAO. Hierbij maakt het verschil of:
• Beide partijen lid zijn van de werkgeversvereniging en de vakbond die de cao hebben
gesloten (Art. 9-13 Wet CAO)
• Dat alleen de werkgever georganiseerd is (Art. 14 Wet CAO)
• Dat er sprake is van een incorporatiebeding dat de cao van toepassing verklaart, ongeacht of
partijen lid zijn van een van de verenigingen
• Doorwerking van normatieve cao-bepalingen (arbeidsvoorwaarden) komt tot stand door
algemeenverbindendverklaring (AVV). Cao-afspraken gelden tijdens de duur van de avv voor alle
werkgevers en werknemers in de betreffende bedrijfstak
• Bij overgang van onderneming (Art. 14a Wet CAO, 2a Wet AVV)
2 soorten cao’s:
• Bedrijfstak CAO
• Ondernemings CAO
Basis voor vorming CAO: vakverenigingsvrijheid bestaande uit:
• Collectieve onderhandelingsvrijheid: mogelijkheid om een vakorganisatie te zijn en
onderhandelingen te voeren
• Individuele vakverenigingsvrijheid: vrijheid om wel of niet aan te sluiten bij de vakvereniging.
• Positieve vakverenigingsvrijheid: iedereen kan zich vrij aansluiten bij een vakorganisatie, maar
die vakorganisatie is in beginsel niet verplicht iemand als lid te aanvaarden
• Negatieve vakverenigingsvrijheid: het recht om ongeorganiseerd te zijn. Dit kan van belang
zijn voor werknemers die vanwege religie etc geen lid van een vakbond willen zijn.
• Suk/Brittania
• Boonen/Quicken
• Amsta
• Linge ziekenhuis
• Belastingdienst
Collectief arbeidsrecht: geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op verenigingen van
werkgevers en werknemers, de collectieve onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden, de
invloed van de overheid op de collectieve onderhandelingen en de collectieve conflicten.
Cao is ook wel arbeidsvoorwaardenovereenkomst.
Iedere organisatie is vrij om te bepalen of en met wie zij een cao wil afsluiten. Cao bepalingen die
in strijd zijn met dwingend recht, zijn niet volgens Art. 3:40 BW.
Voordelen werkgevers cao:
• Bij grote ondernemingen zijn individuele onderhandelingen met werknemers niet uitvoerbaar en
kleine ondernemingen hebben meestal geen geld voor een personeelsfunctionaris die op de
hoogte is van alle mogelijkheden om te komen tot goede arbeidsvoorwaarden
• De totstandkoming van een cao zorgt dat er minder loonconcurrentie is tussen de bij de cao
aangesloten werkgevers
• Gedurende de looptijd van de cao wordt de kans op conflicten (stakingen) kleiner. De cao vormt
een belangrijk steunpunt voor de ondernemer bij zijn streven naar kosten stabiliteit en
productieplanning zonder risico’s.
Aantal manieren waarop het cao-recht doorwerkt op individueel niveau:
• Via de regeling van de Wet CAO. Hierbij maakt het verschil of:
• Beide partijen lid zijn van de werkgeversvereniging en de vakbond die de cao hebben
gesloten (Art. 9-13 Wet CAO)
• Dat alleen de werkgever georganiseerd is (Art. 14 Wet CAO)
• Dat er sprake is van een incorporatiebeding dat de cao van toepassing verklaart, ongeacht of
partijen lid zijn van een van de verenigingen
• Doorwerking van normatieve cao-bepalingen (arbeidsvoorwaarden) komt tot stand door
algemeenverbindendverklaring (AVV). Cao-afspraken gelden tijdens de duur van de avv voor alle
werkgevers en werknemers in de betreffende bedrijfstak
• Bij overgang van onderneming (Art. 14a Wet CAO, 2a Wet AVV)
2 soorten cao’s:
• Bedrijfstak CAO
• Ondernemings CAO
Basis voor vorming CAO: vakverenigingsvrijheid bestaande uit:
• Collectieve onderhandelingsvrijheid: mogelijkheid om een vakorganisatie te zijn en
onderhandelingen te voeren
• Individuele vakverenigingsvrijheid: vrijheid om wel of niet aan te sluiten bij de vakvereniging.
• Positieve vakverenigingsvrijheid: iedereen kan zich vrij aansluiten bij een vakorganisatie, maar
die vakorganisatie is in beginsel niet verplicht iemand als lid te aanvaarden
• Negatieve vakverenigingsvrijheid: het recht om ongeorganiseerd te zijn. Dit kan van belang
zijn voor werknemers die vanwege religie etc geen lid van een vakbond willen zijn.