Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

korte samenvatting voor tentamen + responsiecollege blok 2.7

Rating
-
Sold
2
Pages
21
Uploaded on
05-01-2019
Written in
2017/2018

korte samenvatting van de stof per probleem om te leren voor je tentamen of voor in de werkgroep. Alle kernelementen van blok 2.7 staan er in.

Institution
Course

Content preview

Probleem 1 – Persoonlijkheidsstoornis (11% jeugdigen, 17-23% alle)
Persoonlijkheid = stabiele groep eigenschappen met voor het individu kenmerkende
manieren van denken, voelen en gedragen. normaal / abnormaal (kwanti) / gestoord (kwali)

Clusters van een persoonlijkheidsstoornis
 Cluster A = vreemd, excentriek, weinig contact (paranoïde, schizoïde, schizotypisch)
 Cluster B = dramatsich, emotioneel, impulsief, weinig rekening met anderen (borderline,
antisociaal, narcistisch, histrionisch)
 Cluster C = angstig, sociale vermijding (afhankelijk, ontwijkend, obsessief-compulsief)

Benaderingen persoonlijkheid en temperament:
1. Gedragsstijlen benadering (Thomas en Chess)
 Hoe van gedrag is belangrijker dan de inhoud en motivatie
 Er zijn 3 persoonlijkheidstypes (zie deze als reactiepatronen, alleen in kindertijd)
2. Kritische benadering (Buss en Plomin)
 Temperament is de voorloper van persoonlijkheid
 4 dimensies van temperament (emotionaliteit, activiteit, sociabiliteit, impulsiviteit)
 5 criteria om trek als temperament te zien (erfelijk, relatief stabiel in kindertijd, blijvend
tot volwassenheid, evolutionair aanpasbaar, aanwezig bij verwanten)
3. Psycho-biologische benadering (Rothbart)
 Psychobiologische processen bepalen de persoonlijkheid: reactiviteit en zelfregulatie
 3 dimensies: negatieve afect, surgency, efortful control

Modellen samengevoegd tot 4 belangrijkste dimensies: emotionaliteit, extraversie,
activiteit, persistentie

Big Five: 5 dimensies die persoonlijkheid bepalen
1. Extraversie = energie, expressiviteit, optimisme, verlegenheid
2. Vriendelijkheid = egocentrisme, dominantie, irriteerbaarheid, gehoorzaamheid, altruïsme
3. Consciëntieusheid = concentratievermogen, doorzettingsvermogen, ordelijkheid,
prestatiemotivatie
4. Neuroticisme = angst, zelfvertrouwen
5. Openheid /autonomie= creativiteit, intellect, nieuwsgierigheid
 Internaliserende problemen: hoge N, lage E en C
 Externaliserende problemen: hoge/lage N, hoge E, lage C en V (A)

Borderline persoonlijkheidsstoornis – 4 probleemgebieden
1. Affectregulatie  sterk en snel wisselende stemmingen
2. Intermenselijke relaties  instabiele, intense relaties, met idealiseren en kleineren
3. Impulsbeheersing  sterk impulsief gedrag, gebrekkige inhibitie
4. Cognitieve stoornissen  hallucinaties, paranoïde ideeën , dissociatieve klachten

Comorbiditeit = 50%
1. Problemen met dezelfde oorzaak als de persoonlijkheidsstoornis (common causes)
2. Problemen door de persoonlijkheidsstoornis of andersom (reciprocal effects)

Relatie persoonlijkheid en psychopathologie
1. Kwetsbaarheidshypothese = bepaalde trekken maken je kwetsbaar
2. Complicatiehypothese = langdurige psychopathologische syndromen veranderen je
persoonlijkheid tijdelijk (of langdurig: littekenhypothese)
3. Pathoplasiehypothese = persoonlijkheidstrek niet directe oorzaak, maar invloed op
gedrag
4. Spectrumhypothese = continuüm, geen directe relatie, maar onderliggende biologische
factor
5. Continuïteitshypothese = zelfde als spectrum, zonder onderliggende factor

Classificatiesystemen: 1) DSM = top-down, geen comorbiditeit, alles of niets
1

,2) ASEBA (CBCL 2x + YSR (11-18) + TRF 2x (competentie/emoties))




2

, College 3 – persoonlijkheid
Big Five:
1. Extraversie  verlegenheid, expressiviteit, optimisme, energie
2. Consciëntieusheid  prestatiemotivatie, concentratie, ordelijkheid,
doorzettingsvermogen
3. Vriendelijkheidegocentrisme, irriteerbaarheid, gehoorzaamheid, dominantie, altruïsme
4. Emotionele stabiliteitangst, zelfvertrouwen
5. Openheidcreativiteit, intellect, nieuwsgierigheid

Is persoonlijkheid veranderbaar?
 Plasterhypotese: in het begin wel, later staat het vast
 Maturing hypothese: geleidelijk stabiel worden
 Social investment hypothese: elke nieuwe fase/rol brengt je persoonlijkheid omhoog
 La dolce vita hypothese: als je tevreden bent met je persoonlijkheid ben je gelukkig

Wat is de relatie tussen persoonlijkheid en probleemgedrag?
1. Spectrum associatie: als je persoonlijkheid in het midden zet en je ergens teveel of te
weinig van hebt, dan wijk je af en dat is negatief
2. Vulnerability associatie: bepaalde trekken maken je kwetsbaar voor probleemgedrag
3. Resilience associatie: emotionele stabiliteit maakt je veerkrachtig voor negatieve
gebeurtenissen
4. Pathoplastische associatie: niet zelf de oorzaak, maar heeft invloed op de vorm en uiting
5. Scarring associatie: blijvende problemen

Mechanismen (MC LESS): wat maakt dat bepaalde kinderen met een bepaald
temperament anders reageren op stimuli
1. Leerprocessen = BIS/BAS = activatie (antisociaal gedrag) en inhibitie
(angstig/depressief), sommige kinderen zijn gevoeliger voor beloning dan voor straf.
Kinderen met een sterkere BAS (ADHD) zijn meer gericht op beloning, kinderen met een
sterkere BIS (angst) zijn gevoeliger voor straf.

2. Evocatieve processen = het roept iets op, gen x omgeving. Een kind met een vriendelijke
persoonlijkheid heeft meer positieve interacties. De persoonlijkheid roept positieve reacties
uit bij de anderen. ()

3. Constructie van de omgeving = binnenkomende prikkels worden verwerkt in meerdere
stappen (=sociale cognitie): encodering in het KTG, interpreteren, mogelijke respons
activeren, evaluatie van de respons (wat kan en wat niet), uitvoeren.
 Kind wordt omvergelopen tijdens het spelen, de een zegt het was een ongelukje, de
ander ziet het als opzet.
 Reactieve agressie: ik ga als reactie op wat gebeurd is, ook agressief gedrag tonen
(coderen van de prikkel, de een zwaait bij een claxonerende auto, de ander steekt een
middelvinger op) (meer autonome zenuwstelsel activiteit)
 Proactief: een stijl om iets voor elkaar te krijgen (mogelijke geactiveerde responsen zijn
vooral negatief)

4. Sociale vergelijkingsprocessen = agressief kind overschat de eigen competentie en
sociale vaardigheden, ze vinden dat ze het beter doen dan peers. Een angstig kind
onderschat juist zijn eigen vaardigheden en voelt zich minderwaardig. (er is een bias,
afhankelijk van de persoonlijkheid)

5. Selectie van de omgeving = kinderen met lage zelfcontrole hebben een negatief verband
met prosociale vriendschappen, meer antisociale vriendschappen. Dit werkt criminaliteit in
de hand. Dit is ‘soort zoekt soort’, antisociale jongeren hebben ook antisociale jongeren als
vrienden.

3

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 5, 2019
Number of pages
21
Written in
2017/2018
Type
SUMMARY

Subjects

$4.76
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
esmeecoppoolse Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
164
Member since
9 year
Number of followers
111
Documents
94
Last sold
1 month ago

3.6

31 reviews

5
8
4
9
3
10
2
1
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions