💡 Deze vragen zijn op eigen inzicht bedacht en ontwikkeld op basis van
de tentamenstof. Verspreiden aan derden is uiteraard verboden.
Succes met oefenen! 🖤
1. Welke van deze stelling(en) is/zijn waar?
I: Sociale vaardigheden en verbale communicatie vallen onder
funderende vaardigheden
II: Onder externe factoren die van invloed zijn op leren valt onder andere
de leerling-leerkrachtrelatie en het zelfconcept.
a. I is waar, II is onwaar
b. I is onwaar, II is waar
c. I en II zijn waar
d. I en II zijn onwaar
2. Lianne heeft een ernstig concentratieprobleem. Tijdens het zelfstandig
werken heeft ze moeite om zich te concentreren. Ze hoort veel gefluister
van medeleerlingen, is snel afgeleid door dingen die ze ziet gebeuren en
komt zo nauwelijks aan haar werk toe. Als je uitgaat van het sociale
model, hoe zou de juf van Lianne haar dan het beste kunnen helpen?
a. Door Lianne naar een stille ruimte te brengen en haar daar haar
opdrachten te laten maken, zodat ze minder last heeft van externe
prikkels.
b. Door Lianne een noise cancelling koptelefoon te geven, zodat ze toch in
de klas kan blijven, maar wel goed kan werken.
c. Door Lianne te trainen op haar aandacht en spanningsboog, zodat ze
zich langer kan concentreren.
d. Door Lianne’s probleem uit te leggen aan de klas en stille werktijd te
creëren, zodat er geen gefluister en minder prikkels meer in de klas zijn.
Oefentoets Onderwijsfactoren 1
, 3. Wat is GEEN verplicht onderdeel van het onderwijsperspectief (OPP)?
a. Het te verwachten uitstroomniveau
b. De te voeren gesprekken met hulpverleners en ouders
c. De te verwachten uitstroombestemming
d. De te bieden ondersteuning en begeleiding
4. Achmed is een poosje terug vader geworden van een zoontje met een
beperking. Hij is doof. Nu het kind bijna 3 is, willen hij en zijn vrouw zich
alvast oriënteren op welke soorten onderwijs mogelijk zijn. Als jij hem zou
moeten adviseren, welk soort onderwijs past dan het beste bij zijn kind?
a. Speciaal Basisonderwijs (SBO)
b. Speciaal Onderwijs (SO)
c. Regulier basisonderwijs
5. Wat is GEEN dimensie van de leerling-leerkrachtrelatie?
a. Nabijheid
b. Conflict
c. Gezag
d. Afhankelijkheid
6. Er is onderzoek gedaan naar het
effect van temperament op
leerlingleerkrachtrelatie. Zie
hiernaast een grafiek van de
resultaten uit het artikel wat
besproken is tijdens het college.
Wat is waar?
a. hoe moeilijker het
temperament, hoe beter de
leerling-leerkrachtrelatie
b. hoe makkelijker het
temperament, hoe beter de
leerling-leerkrachtrelatie
Oefentoets Onderwijsfactoren 2